Vrijspraak van onjuiste aangiften omzetbelasting en schuldigverklaring zonder straf voor valse facturen en verpandingsborderellen bij factoring door een opgeheven rechtspersoon

Rechtbank Oost-Brabant 14 oktober 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:7335

De rechtbank Oost-Brabant oordeelt over een rechtspersoon die met een factoringmaatschappij bevoorschotting verkrijgt op basis van valse verkoopfacturen, verpandingsborderellen en incassospecificaties. De rechtspersoon is kort na de betekening van de dagvaarding opgeheven bij gebrek aan baten. De rechtbank verwerpt het verweer dat het Openbaar Ministerie daardoor niet-ontvankelijk is, omdat de dagvaarding vóór de inschrijving van de opheffing in het handelsregister is betekend en de vervolging een signaalfunctie heeft. Van het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting spreekt de rechtbank vrij, omdat niet vast te stellen is dat de aangiften ten tijde van het indienen onjuist waren. De valsheid in geschrift en het gebruik van de valse stukken acht de rechtbank bewezen en toerekenbaar aan de rechtspersoon. Conform de eis verklaart de rechtbank de rechtspersoon schuldig zonder oplegging van straf of maatregel.

Inleiding en context

De verdachte is een rechtspersoon. Zij sluit in de periode van juli 2018 tot mei 2022 een factoringovereenkomst met een factoringmaatschappij, die haar bevoorschot op haar verkoopfacturen. Klanten die contant betalen vallen buiten die overeenkomst. De rechtspersoon kampt met liquiditeitsproblemen en wordt op enig moment door de Rabobank in bijzonder beheer geplaatst. De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 16 juli 2026. Volgens de verdediging is de rechtspersoon op 22 september 2026 opgeheven bij gebrek aan baten. De zaak wordt in eerste aanleg op tegenspraak behandeld door de meervoudige kamer, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, op 30 september 2026.

Tenlastelegging en wettelijk kader

Feit 1 verwijt de verdachte dat zij, al dan niet samen met anderen, opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting heeft gedaan over de tijdvakken januari 2016, januari 2017, januari 2018, januari 2019 en december 2020, door een te hoog bedrag aan voorbelasting of terug te vragen omzetbelasting aan te geven. De tenlastelegging verwijst naar de Algemene wet inzake rijksbelastingen zonder een artikel te noemen.

Feit 2 betreft valsheid in geschrift (art. 225 lid 1 Sr) op 15 april, 6 mei, 3 juni en 6 november 2019: drie verkoopfacturen aan Franse afnemers met bijbehorende verpandingsborderellen en een specificatie van een incassobatch van € 23.260, terwijl de factuurbedragen in werkelijkheid vanaf de eigen bankrekening van de verdachte werden geïncasseerd. Feit 3 betreft het opzettelijk gebruik van valse verkoopfacturen, verpandingsborderellen en incassospecificaties (art. 225 lid 2 Sr) in de periode van 27 november 2019 tot en met 19 april 2022, door deze aan de factoringmaatschappij te verstrekken met het oog op uitbetaling van voorschotten.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is, omdat de dagvaarding is betekend vóór de inschrijving van de opheffing in het handelsregister. Op het verweer over het maatschappelijk belang voert zij aan dat de verdachte bij niet-ontvankelijkheid aanspraak kan maken op een schadevergoeding, wat zij onwenselijk acht. De officier van justitie vordert bewezenverklaring van alle feiten en een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel.

Standpunt van de verdediging

De verdediging voert aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is, omdat de rechtspersoon op 22 september 2026 is opgeheven. Zij legt een arrest van het Hof Amsterdam over dat volgens het vonnis dateert van 17 oktober 2022, waarin van de vaste lijn van de Hoge Raad wordt afgeweken. Daarnaast stelt zij dat een maatschappelijk belang bij vervolging van de opgeheven rechtspersoon ontbreekt.

Ten aanzien van feit 1 voert de verdediging aan dat de aangiften ten tijde van het doen ervan inhoudelijk juist waren en dat opzet ontbreekt. Ten aanzien van feiten 2 en 3 stelt zij dat de verdachte geen weet had van de totale omvang van de fraude en dat de schade van de factoringmaatschappij volledig is vergoed. Een strafmaatverweer voert de verdediging niet.

Oordeel gerecht

De rechtbank stelt voorop dat volgens de Hoge Raad de opheffing van een rechtspersoon geen belemmering vormt voor verdere vervolging als de dagvaarding is betekend vóór de inschrijving van de opheffing in het handelsregister. Ook het arrest van het hof gaat van die hoofdregel uit; het hof maakt daar een uitzondering op omdat tussen het instellen van de vervolging en de opheffing acht jaren zijn verstreken. In deze zaak hebben beide momenten kort na elkaar plaatsgevonden. Daarnaast heeft behandeling van de strafzaak maatschappelijk een signaalfunctie. De rechtbank verwerpt het verweer.

Van feit 1 spreekt de rechtbank vrij. Over januari 2016 en januari 2017 is geen onjuiste onderliggende boeking gedaan. Voor januari 2018 gaat de rechtbank uit van de tijdstippen in de pleitnota, omdat zij niet over het betreffende dossierstuk beschikt; de onjuiste boekingsregel is pas na het indienen van de aangifte gewijzigd. De onjuiste boekingen over januari 2019 vallen niet in dat tijdvak. Voor december 2020 kan niet worden vastgesteld dat mogelijk onjuiste boekingen vóór de aangifte zijn gedaan. Voor zover vast te stellen zijn de boekingen achteraf aangepast om richting de Rabobank een gezonder financieel beeld te schetsen; welk effect dat op de aangiften en de teruggaven had, kan de rechtbank niet vaststellen.

Bij feiten 2 en 3 staat de valsheid van de stukken vast en heeft de verdediging deze niet betwist. Voor het bewijs is volgens de rechtbank niet van belang hoe hoog de benadeling van de factoringmaatschappij is. De rechtbank toetst de toerekening aan de rechtspersoon aan de bekende criteria voor gedragingen in de sfeer van de rechtspersoon. Door het vervalsen van facturen en het vermelden van onjuiste klanten op incassospecificaties verkrijgt de rechtspersoon in een periode van liquiditeitsproblemen bevoorschotting, zodat zij kan blijven voortbestaan. Die gedragingen zijn haar dienstig geweest en worden aan haar toegerekend. Het opzet ligt volgens de rechtbank besloten in de handelswijze.

Bewezenverklaring

  • Feit 2: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon, door op 15 april, 6 mei, 3 juni en 6 november 2019 drie verkoopfacturen aan Franse afnemers met bijbehorende verpandingsborderellen en een specificatie van de incassobatch van € 23.260 valselijk op te maken, met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken.

  • Feit 3: opzettelijk gebruik maken van valse geschriften als ware deze echt en onvervalst, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon, door in de periode van 27 november 2019 tot en met 19 april 2022 valse verkoopfacturen, verpandingsborderellen en incassospecificaties aan de factoringmaatschappij te verstrekken ten behoeve van uitbetaling van voorschotten.

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van feit 1 en van wat meer of anders is ten laste gelegd. Medeplegen is in de bewezenverklaring niet opgenomen.

Strafoplegging en maatregelen

De rechtbank rekent de verdachte aan dat zij, met haar compagnons, een werkwijze heeft opgezet waarmee de factoringmaatschappij gedurende een lange periode doelbewust is misleid, en dat daarbij grote bedragen zijn gemoeid. De rechtbank erkent de druk die de financiële positie van het bedrijf en de eisen van financiers opleverden, maar die druk geeft strafrechtelijk geen ruimte voor fraude op deze schaal. In aanmerking neemt de rechtbank verder dat de verdachte niet eerder is veroordeeld, dat de redelijke termijn is overschreden en dat uit een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 22 september 2026 volgt dat het faillissement is opgeheven wegens gebrek aan baten. Alles overziend acht de rechtbank oplegging van straf niet passend. Conform de eis verklaart zij de verdachte schuldig zonder oplegging van straf of maatregel. De beslissing is gegrond op de artikelen 51, 57 en 225 Sr.

Lees hier de volledige uitspraak.

Gerelateerde berichten

Gerelateerde cursussen

Print Friendly and PDF ^