Criminaliteit op sociale media vraagt volgens onderzoekers vaker om verwijderen dan om vervolgen

Criminelen gebruiken sociale media steeds vaker om mensen te werven, drugs te verkopen en geweld aan te wakkeren. Dat blijkt uit het rapport Criminaliteit in het hybride tijdperk dat Politie en Wetenschap in juli 2026 publiceerde. De onderzoekers Robby Roks, Rutger Leukfeldt en Isabelle Klaver spraken met 54 wetenschappers en mensen uit de praktijk in Nederland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Hun advies aan de politie: haal criminele berichten en accounts sneller offline, ook als vervolging niet lukt. Dat klinkt praktisch. Het betekent wel dat een deel van de aanpak verschuift van de rechter naar de platforms zelf. Daar zitten juridische haken aan, en die raken ook juristen die niet in het strafrecht werken.

Wat de onderzoekers bedoelen met hybride criminaliteit

Veel criminaliteit speelt zich tegelijk online en in de echte wereld af. De onderzoekers noemen dat hybride. Neem bankhelpdeskfraude. De dader belt het slachtoffer en doet zich voor als medewerker van de bank. Soms laat hij daarbij een vervalst nummer op het scherm verschijnen. Daarna komt een handlanger, soms verkleed als agent, de bankpas ophalen. Een geldezel, vaak een jongere die via sociale media is geronseld, pint het geld.

Opvallend is dat criminelen niet steeds technischer worden. Banken houden digitale aanvallen beter tegen, en een telefoontje of een bezoek aan de deur laat minder digitale sporen na. Daarom grijpen daders soms juist terug op ouderwetse methoden.

Hoe sociale media criminaliteit makkelijker maken

Het rapport introduceert het begrip platform-gefaciliteerde criminaliteit. Daarmee bedoelen de onderzoekers criminaliteit die sociale media mogelijk maken en groter maken. Wie een geldezel, een drugskoper of iemand voor een geweldsklus zoekt, bereikt via Snapchat of Telegram in korte tijd veel mensen. Snapchat maakt het makkelijk om mensen in de buurt toe te voegen en berichten te laten verdwijnen. Telegram heeft grote groepen waar lang weinig toezicht op was. De algoritmes van de platforms, de software die bepaalt wat je te zien krijgt, laten wie eenmaal zulke berichten bekijkt er vaker meer van zien.

Platforms verbieden dit soort berichten in hun eigen regels. Toch grijpen ze volgens het rapport weinig in, en in privéberichten en besloten groepen helemaal niet. Europese regels verplichten ze daar ook niet toe: artikel 8 van de Digital Services Act, de Europese wet voor online platforms, staat niet toe dat platforms een algemene plicht krijgen om alles te controleren.

Waarom de politie moeite heeft met deze criminaliteit

De politie kampt volgens het rapport met drie problemen. Het eerste is onduidelijkheid. Er zijn geen heldere regels over wanneer een agent mag meelezen in een Telegram-groep, en of het uitmaakt dat die groep twintig of tienduizend leden heeft. Sommige wijkagenten kijken daarom met hun privéaccount mee en maken screenshots. Dat bewijs houdt bij de rechter geen stand.

Het tweede probleem is de rechtspraak over telefoons. De Hoge Raad bepaalde in maart 2025 dat de politie voor een grondig onderzoek van een in beslag genomen telefoon eerst toestemming nodig heeft van een rechter, de rechter-commissaris. Uitzondering is een spoedgeval. Respondenten uit de opsporing ervaren dat als een flinke rem. Meer duidelijkheid moet komen van het nieuwe Wetboek van Strafvordering, dat volgens het kabinet op 1 april 2029 ingaat.

Het derde probleem is cultuur. Veel agenten en rechercheurs schrikken terug voor alles wat met cyber te maken heeft. Een kleine groep specialisten draagt het werk en raakt overbelast. Het OM spreekt om die reden bewust van digitale criminaliteit in plaats van cybercrime, omdat dat minder afschrikt.

Verwijderen gaat sneller, maar het bewijs verdwijnt mee

Omdat vervolgen zo lastig is, adviseren de onderzoekers om vaker te verstoren: accounts en groepen snel laten verwijderen. Denemarken en het Verenigd Koninkrijk doen dat al met speciale online teams. Die werken samen met platforms, onder meer via zogenoemde trusted flaggers. Dat zijn vaste melders van wie het platform meldingen met voorrang behandelt.

De keerzijde noemen de respondenten zelf: wat een platform verwijdert, is vaak ook als bewijs verdwenen. Wij zien nog twee punten die het rapport niet uitwerkt. Platforms moeten volgens artikel 18 van de Digital Services Act de politie direct inlichten als ze iets tegenkomen dat wijst op gevaar voor iemands leven of veiligheid. Een geweldsopdracht stilletjes verwijderen is dan niet genoeg. Voor drugsadvertenties of het ronselen van geldezels geldt die meldplicht niet.

Het tweede punt gaat over rechtsbescherming. Platforms laten steeds vaker AI en algoritmes beslissen over wat er verdwijnt. Wie zijn account kwijtraakt, kan bij het platform zelf om uitleg vragen en een klacht indienen. Een rechter komt er niet aan te pas. Ons standpunt: verwijderen kan effectief zijn, mits vooraf is vastgelegd wanneer bewijs wordt veiliggesteld en wie beoordeelt of een verwijderverzoek terecht is.

Aandachtspunten voor advocaten en andere juristen

Voor strafrechtadvocaten levert het rapport concrete controlepunten op zodra er bewijs van sociale media in een dossier zit. Ga na hoe de politie die informatie heeft verkregen en op welke grond, en of het om een openbare of een besloten groep ging. Controleer of de telefoon van je cliënt is onderzocht met toestemming van de rechter-commissaris, en of verwijderde content vooraf is veiliggesteld. De politie geeft in het rapport zelf aan dat ze werkwijzen bewust aan de rechter voorlegt om te zien wat mag. Dat maakt zulke controles extra zinvol.

Print Friendly and PDF ^