Rechter-commissaris geeft in beslag genomen envelop met opschrift testament vrij: inhoud valt niet onder het verschoningsrecht en beslissing wordt niet betekend

Rechtbank Rotterdam 2 oktober 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:14472

De rechter-commissaris in de rechtbank Rotterdam beslist op 2 oktober 2026 dat de inhoud van een bij een doorzoeking in beslag genomen envelop kan worden vrijgegeven aan het onderzoeksteam en het Openbaar Ministerie. De envelop droeg twee sticky notes met de teksten “testament + tevoeging” en “verklaring broertje NL” en is daarom ongeopend in beslag genomen. In de envelop treft de rechter-commissaris een Engelstalige verklaring over een erfenis en een reeks Afghaanse documenten aan, die met hulp van een beëdigd vertaler voor het Dari worden beoordeeld. Het gaat grotendeels om Tazkera’s, Afghaanse uittreksels uit het bevolkingsregister, en stukken rond de aanvraag daarvan. Geen van de stukken is opgemaakt door een functioneel verschoningsgerechtigde of betreft communicatie van, met of bestemd voor een verschoningsgerechtigde. Omdat geen verschoningsgerechtigde bekend is, wordt de beslissing niet betekend en worden de stukken direct vrijgegeven.

Inleiding en context

Het gaat om een beslissing van de rechter-commissaris in de voorfase van een strafzaak tegen een natuurlijk persoon, geboren in 1982, onder parketnummer 83-020105-26. Op 16 juni 2026 vindt onder leiding van de rechter-commissaris een doorzoeking ter inbeslagneming plaats in een woning. Daarbij wordt een envelop aangetroffen met twee sticky notes. Omdat de officier van justitie de mogelijkheid ziet dat de inhoud vertrouwelijke of onder geheimhouding vallende informatie bevat, wordt de envelop in beslag genomen zonder kennis te nemen van de inhoud. Op 17 augustus 2026 levert een medewerker van de FIOD de gesloten envelop af op het kabinet rechter-commissaris, waar deze in de kluis wordt bewaard. De beslissing vermeldt niet op welke verdenking het onderzoek ziet.

Tenlastelegging en wettelijk kader

Een tenlastelegging is niet aan de orde. Toetsingskader is artikel 98 Sv. De beoordeling betreft de vraag of de inbeslagneming is toegestaan op grond van artikel 98 lid 1 Sv (toestemming van de verschoningsgerechtigde of stukken die niet in diens hoedanigheid zijn toevertrouwd) dan wel artikel 98 lid 5 Sv (voorwerp of instrument van het delict).

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie vordert op 22 juli 2026 dat de rechter-commissaris op die voet een zogenoemde dieptetoets verricht. De rechter-commissaris wijst die vordering op 14 augustus 2026 toe. Een nadere onderbouwing van de vordering staat niet in de beslissing.

Standpunt van de verdediging

Een standpunt van de verdachte of de verdediging is niet weergegeven. Een verschoningsgerechtigde is bij de procedure niet betrokken.

Oordeel gerecht

De rechter-commissaris neemt kennis van de inhoud van de envelop. Het eerste stuk is een Engelstalig document met de titel “Declaration of inheritance (mirath) and management of cash assets”. Het lijkt een verklaring onder ede of een gelofte over de erfenis van de overleden vader van degene die de verklaring aflegt, met een beschrijving van de herkomst en de gewenste verdeling van diens geld. Het stuk verwijst niet naar een verschoningsgerechtigde en is niet door een verschoningsgerechtigde ondertekend.

De overige documenten zijn vermoedelijk in het Dari opgesteld. De rechter-commissaris laat zich daarom bijstaan door een beëdigd vertaler, die op 28 september 2026 in aanwezigheid van de rechter-commissaris en haar gerechtsjurist een mondelinge, algemene omschrijving geeft en zo nodig vragen beantwoordt. De vertaler tekent een geheimhoudingsverklaring. Het betreft een stuk met de burgerlijke staat en een Afghaans adres van een persoon, drie Tazkera’s van 2007 en 2018, verklaringen van personen die de identiteit van een ander bevestigen zonder daarbij in een professionele hoedanigheid op te treden, een NSIA-document uit juni 2026 met foto’s en vingerafdrukken waarmee drie personen garant staan voor een aanvraag, de bijbehorende aanvraag en het nieuwe uittreksel, en een aanvraagformulier. Kopieën van een paspoort of identiteitsbewijs en een envelopje met pasfoto’s worden niet vertaald.

De rechter-commissaris oordeelt dat geen van de stukken verschoningsgerechtigd is. Bij het aanvragen en uitgeven van een Tazkera is geen functioneel verschoningsgerechtigde betrokken, in de stukken wordt niet naar een verschoningsgerechtigde verwezen en geen stuk is door een verschoningsgerechtigde ondertekend. De stukken zijn dus niet opgemaakt door een functioneel verschoningsgerechtigde en vormen geen communicatie van, met of bestemd voor een verschoningsgerechtigde. Aan een toetsing op grond van artikel 98 lid 5 Sv komt de beslissing niet toe.

Bewezenverklaring

Niet van toepassing.

Strafoplegging en maatregelen

Niet van toepassing. De rechter-commissaris bepaalt dat de fysieke stukken uit de envelop worden vrijgegeven aan het onderzoeksteam en het Openbaar Ministerie. Omdat de stukken in generlei relatie staan tot een functioneel verschoningsgerechtigde, is er niemand die zich op het verschoningsrecht kan beroepen en aan wie de beslissing moet worden betekend. De rechter-commissaris geeft de stukken daarom direct vrij.

Lees hier de volledige uitspraak.

Gerelateerde berichten

Gerelateerde cursussen

Print Friendly and PDF ^