Twee WODC-rapporten over ongelijke afdoeningsuitkomsten in het strafrecht naar sociaaleconomische positie en herkomst

Het strafrecht pakt volgens twee WODC-rapporten gemiddeld ongunstiger uit voor verdachten met een zwakkere sociaaleconomische positie. Het kwantitatieve rapport Vinkjes in het strafrecht? analyseert 2.541.611 strafzaken van bijna 1,2 miljoen volwassen verdachten over de periode 2006-2022. Verdachten met een gunstiger profiel worden niet minder vaak gestraft, maar hun zaken worden vaker door het Openbaar Ministerie afgedaan en zij krijgen minder vaak en kortere gevangenisstraffen. Het verschil in totale sanctiezwaarte tussen het zwakste en sterkste profiel bedraagt gemiddeld 18 sanctiepunten, wat overeenkomt met ongeveer 18 dagen gevangenisstraf, 36 uur taakstraf of € 900 geldboete. Het kwalitatieve rapport Scherp op selectiviteit beschrijft verklarende mechanismen en tien handelingsperspectieven, waaronder blindere zaakverwerking en herijking van risicotaxatiemodellen. Op 6 oktober 2026 lichten de onderzoekers de bevindingen toe in een openbare technische briefing aan de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid van de Tweede Kamer.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Derden als belanghebbenden bij bestuurlijke boetebesluiten

Een derde kan belanghebbende zijn bij een boetebesluit dat aan een ander is opgelegd, ook als het alleen om de hoogte van de boete gaat. Dat oordeelde de grote kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 22 april 2026. Het ging om een zaak van de FNV over een boete die de ILT had opgelegd aan een Litouwse transportonderneming. Bepalend is het gewone belanghebbendebegrip van artikel 1:2 Awb. De eis van A-G Widdershoven dat de derde eerst een handhavingsverzoek moet hebben ingediend, wees de Afdeling af. Vragen over dossierinzage, rechtszekerheid en een hogere boete door inbreng van de derde legt de Afdeling bij de wetgever.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Lessen trekken uit het Gorinchemse verkiezingsgeschil

Na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 verklaarde de raad van Gorinchem de stemming bij alle stembureaus ongeldig, na signalen over het ronselen van volmachten. De raad hanteerde als maatstaf dat niet met zekerheid vaststond dat de uitslag betrouwbaar was. Volgens Brüheim keert dat de zaak om: dan kan elke ongestaafde klacht een verkiezingsuitslag ter discussie stellen. Hij bespreekt het ontbreken van wettelijke criteria voor een herstemming, de in 2023 vermoedelijk per ongeluk geschrapte bevoegdheid om volmachtbewijzen opnieuw te onderzoeken en de beperkte rol van de Kiesraad. De herstemming op 29 april leverde in grote lijnen dezelfde uitslag op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Politiestrafbeschikking, uitgebreid

In het coalitieakkoord 2026-2030 is aangekondigd dat de mogelijkheden voor de politie om strafbare feiten zelfstandig af te doen worden uitgebreid. Daarvoor wordt specifiek gedacht aan een ruimere toepassing van de politiestrafbeschikking voor overtredingen en geselecteerde misdrijven. In dit artikel wordt verkend in hoeverre deze uitbreiding juridisch en praktisch haalbaar is. De huidige regelgeving en de kansen en knelpunten van het voorstel worden besproken, waarbij aandacht wordt besteed aan de vraag of een uitbreiding van de politiestrafbeschikking kan bijdragen aan de gewenste verlichting van de justitiële keten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Over de ruimte voor ministers en staatssecretarissen om vervolgfuncties aan te nemen na inwerkingtreding van de Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen

Op 20 februari 2026 is de Wet regels integriteit en vervolgfuncties bewindspersonen (Wet rivb) in werking getreden. Vormt de Wet rivb een sta-in-de-weg voor het vervolg van de maatschappelijke carrière van een bewindspersoon? In deze bijdrage wordt de zaak van Gijs Tuinman, voormalig Staatssecretaris van Defensie, geschetst ter illustratie van de abstractere onderliggende vraag: hoeveel ruimte hebben gewezen bewindspersonen na inwerkingtreding van de wet nog om vervolgfuncties te accepteren?

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Strengthening the Protection of EU's Financial Interests via Criminal Law

Een onderzoeksproject onder leiding van prof. Anna Maria Maugeri (Universiteit van Catania) analyseert systematisch de EU-wetgeving over fraude, corruptie, witwassen en de aansprakelijkheid van rechtspersonen, met als doel de bescherming van de financiële belangen van de Unie te versterken. Doordat de EU-instrumenten ongelijk worden geïmplementeerd, ontstaat een wisselend beschermingsniveau dat de EU-begroting en de geloofwaardigheid van de instellingen onder druk zet. Het onderzoek beoordeelt de effectiviteit en implementatie van onder meer de PIF-richtlijn (2017/1371), Verordening 2988/95, de anticorruptierichtlijn (2026/1021), de antiwitwaswetgeving en de confiscatierichtlijn (2024/1260), en bekijkt de rol van het EOM bij PIF-delicten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The Judgment of the Court of First Instance in the Case Franchet and Byk v European Commission

In zaak T-48/05 kende het Gerecht van eerste aanleg Yves Franchet en Daniel Byk 56.000 euro schadevergoeding toe wegens fouten van de Europese Commissie en OLAF tijdens het Eurostat-onderzoek. De uitspraak raakt drie punten. De onschuldpresumptie werd geschonden door een persbericht van 9 juli 2003, terwijl het informeren van een parlementaire commissie geen schending opleverde. OLAF verzuimde de betrokkenen tijdig te informeren en te horen voordat conclusies met naam en toenaam aan de justitiële autoriteiten werden doorgegeven. Ten slotte had OLAF het Comité van toezicht moeten raadplegen vóór doorzending aan de nationale gerechtelijke autoriteiten, niet pas op het moment daarvan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: OLAF and the Push and Pull Factors of a European Criminal Justice System

Toen OLAF in 1999 werd opgericht, koos men bewust voor een administratief instrument om fraude, corruptie en andere onregelmatigheden ten nadele van de financiële belangen van de Gemeenschap te bestrijden. Tien jaar later blijkt die kwalificatie nauwelijks houdbaar. Het werk van OLAF vertoont een uitgesproken strafrechtelijk karakter: een groot deel van de zaken vraagt om justitiële opvolging, de bevoegdheden bij interne onderzoeken naderen die van opsporingsdiensten, en betrokkenen voelen zich onvoldoende beschermd. Deze spanningen vormen zowel een pull- als een pushfactor richting een Europees strafrechtelijk systeem, juist nu het Verdrag van Lissabon de strafrechtelijke profilering van de EU op scherp zet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Overzicht van anticorruptiehandhaving 2025-2026: de Blanche-memo, de eerste corporate afdoeningen en de koers van de SEC

In het augustusnummer 2026 van CEP Magazine beschrijven Jordan E. Segall, Joshua Drew en Mena Sawyer de stand van de handhaving van de Foreign Corrupt Practices Act na de handhavingspauze van februari 2025. Executive Order 14209 van 10 februari 2025 gelastte de attorney general nieuwe FCPA-onderzoeken en handhavingsacties 180 dagen op te schorten, waarna deputy attorney general Todd Blanche op 9 juni 2025 nieuwe richtlijnen uitvaardigde. Sindsdien hervatte het U.S. Department of Justice de handhaving met onder meer een declination voor Liberty Mutual, een deferred prosecution agreement van ruim $ 118 miljoen met TIGO Guatemala en een schikking van $ 10 miljoen met Scoular Company. De Securities and Exchange Commission kondigde in 2025 geen enkele FCPA-schikking aan, actualiseerde in februari 2026 haar Enforcement Manual en zette in op fraude, marktmanipulatie en beleggersschade. Tegelijk vervolgt het DOJ individuen, met veroordelingen in de zaken Zaglin, Hobson en Rovirosa Martinez, en loopt de strafzaak tegen Smartmatic in het Southern District of Florida. Buiten de Verenigde Staten bleven de Serious Fraud Office, de Wereldbank en samenwerkende Europese autoriteiten actief, met in mei 2026 de eerste deferred prosecution agreement van de SFO in vijf jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De Sanderink-beschikking: toegenomen rol van 'niet-klassieke actoren' in het enquêterecht?

De Ondernemingskamer oordeelde op 11 december 2025 dat bij Centric in de periode 2018-2022 sprake is geweest van wanbeleid, waarvoor oud-bestuurder en grootaandeelhouder Sanderink primair verantwoordelijk is. Opvallend is dat ook zijn echtgenote en een werknemer verantwoordelijk worden gehouden, terwijl geen van beiden een formele bestuursfunctie bekleedde. De verantwoordelijkheid van de echtgenote sluit aan bij bestaande rechtspraak over feitelijk beleidsbepalers. Nieuw is dat een werknemer verantwoordelijk wordt gehouden op grond van gedragingen in zijn hoedanigheid van werknemer. De auteur plaatst de uitspraak in de bredere tendens waarin 'niet-klassieke actoren' een grotere rol krijgen binnen het enquêterecht.

Read More
Print Friendly and PDF ^