Cursus Berechting in het nieuwe Wetboek van Strafvordering

Deze cursus behandelt de zitting en de regievoering in het vernieuwde Wetboek van Strafvordering. Deelnemers krijgen inzicht in de gefaseerde voorbereiding van de terechtzitting, waaronder de procesinleiding, oproeping en schriftelijke regierondes. Aan bod komen de nieuwe rol van de voorzitter, het oproepen en horen van getuigen, en audiovisuele verslaglegging. De beweging naar voren wordt besproken aan de hand van de opheffing van pro forma-zittingen, de negentigdagentermijn en de regie door de rechter-commissaris. Verder is er aandacht voor getuigencriteria (zoals in Keskin), bewijsvoering, motivering, processuele sancties en schadevergoeding bij schending van de redelijke termijn. Er wordt niet alleen aandacht besteed aan alle wijzigingen, maar dit wordt gedaan vanuit de perspectieven van alle betrokken procesdeelnemers. Aan bod komen toekomstige rollen, verantwoordelijkheden en nieuwe werkwijzen. De cursussen zijn praktisch ingestoken: de praktische veranderingen en uitdagingen voor de strafrechtpraktijk voor de betrokken procesdeelnemers en organisaties worden gehandeld. Er is voldoende ruimte zijn voor het stellen van vragen, het voorleggen van casussen en discussie met de docenten en mede deelnemers.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Cursus Jeugdigen in het nieuwe Wetboek van Strafvordering

Deze cursus gaat in op de bijzondere bepalingen voor jeugdigen in het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Centraal staan de nieuwe structuur (Boek 6, Hoofdstuk 1), de indeling naar leeftijdsgroepen (12-minners, 12-18 jaar en 18-23 jaar), en de lex specialis-regelingen ten opzichte van de algemene bepalingen. Aan bod komen onder meer het recht op rechtsbijstand, bijzondere schorsingsvoorwaarden, de Halt-afdoening, regels rond voorlopige hechtenis, en de rol van de Raad voor de Kinderbescherming. Ook wordt besproken wanneer adolescenten volgens jeugdrecht kunnen worden berecht, en hoe de betrokkenheid van ouders of een persoon naar keuze juridisch is vormgegeven. Er wordt niet alleen aandacht besteed aan alle wijzigingen, maar dit wordt gedaan vanuit de perspectieven van alle betrokken procesdeelnemers. Aan bod komen toekomstige rollen, verantwoordelijkheden en nieuwe werkwijzen. De cursussen zijn praktisch ingestoken: de praktische veranderingen en uitdagingen voor de strafrechtpraktijk voor de betrokken procesdeelnemers en organisaties worden gehandeld. Er is voldoende ruimte zijn voor het stellen van vragen, het voorleggen van casussen en discussie met de docenten en mede deelnemers.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Duitse rechtbank opent de deur voor klimaataansprakelijkheid van bedrijven

De uitspraak van het Oberlandesgericht (OLG) Hamm van 28 mei 2025 in de zaak Luciano Lliuya v. RWE markeert een nieuw tijdperk voor klimaataansprakelijkheid in Europa. Hoewel het persoonlijke verzoek van Lliuya werd afgewezen, heeft het hof ondubbelzinnig vastgesteld dat grote uitstoters in beginsel civielrechtelijk aansprakelijk kunnen zijn voor wereldwijde klimaatschade op grond van bestaand Duits onrechtmatig-daadrecht (§ 1004 BGB). Daarmee heeft Duitsland zich – na de Nederlandse Urgenda- en Shell-arresten – aangesloten bij de voorhoede van klimaatjurisprudentie, maar dan met de nadruk op schadevergoeding in plaats van uitsluitend op gedragsaanpassingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vergoeding advocaatkosten na jarenlange onzekerheid over verdenking in Marengo-context - zonder uiteindelijke vervolging (voor o.a. ambtelijke)

Rechtbank Amsterdam 24 april 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:2958

Een voormalig buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeente Amsterdam vraagt op grond van artikel 530 Sv een schadevergoeding aan wegens advocaatkosten. Hij wordt gelinkt aan de Marengo-zaak en verdacht van ambtelijke corruptie, maar het Openbaar Ministerie besluit uiteindelijk niet tot vervolging over te gaan. De rechtbank erkent dat sprake is van een langdurige en onzekere situatie zonder mogelijkheid tot verweer. Ondanks het ontbreken van een dossier acht zij een volledige vergoeding van 6.246 euro billijk. Het OM betwist de kosten, vooral die gemaakt vóór dossierinzicht. De rechtbank oordeelt echter dat deze noodzakelijk zijn gezien de ernst van de verdenking.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Struikelblok bij de grens: onvoldoende motivering opzet bij invoer krokodillenleer

Hoge Raad 27 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:811

De verdachte heeft tijdens een verblijf in Thailand producten van krokodillenleer gekocht en laten verschepen naar Nederland, zonder dat vooraf een CITES-invoervergunning was overgelegd. Hij werd door het hof veroordeeld voor opzettelijke invoer in strijd met artikel 3.37 Wet natuurbescherming. De verdediging stelde dat de verdachte erop vertrouwde dat de verkoper de vereiste vergunningen zou regelen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat sprake was van (voorwaardelijk) opzet op het ontbreken van de vergunning. Daarmee slaagt het cassatiemiddel. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Den Haag voor nieuwe beoordeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^