Beslissing over verschoningsrecht voor in-house counsels (advocaat in dienstbetrekking) Shell

Rechtbank Rotterdam 28 januari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:527

De rechtbank heeft uitspraak gedaan in de zogenaamde Shell-Nigeria zaak. De rechtbank heeft zich uitgelaten over het verschoningsrecht van advocaten in dienstbetrekking.

  • Toepassing van Nederlands recht brengt mee dat, naast de inschrijving van de balie, tussen de advocaat in dienstbetrekking en zijn werkgever een professioneel statuut moet zijn ondertekend.

  • De wijze waarop hiermee de onafhankelijkheid van de advocaat in dienstbetrekking in Nederland wordt geborgd, acht de rechtbank wezenlijk voor de praktijkuitoefening van de advocaat in dienstbetrekking.

  • Alleen dan komt hem de positie van geheimhouder toe en daarmee het verschoningsrecht.

  • Diezelfde eis geldt ook voor de bij een buitenlandse balie ingeschreven advocaat, die in Nederland voor het bedrijf werkzaamheden verricht. Er is geen reden om hem anders te behandelen dan zijn Nederlandse collega.

  • Voor de buitenlandse advocaat in dienstbetrekking, die geen werkzaamheden in Nederland verricht, geldt die verplichting niet. Het enkele feit dat hij in dienst is van een in Nederland gevestigd bedrijf is daarvoor onvoldoende. Hij behoudt een verschoningsrecht, indien en voor zover hij dat in dat land heeft.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Jarenlange gevangenisstraf voor frauderende vermogensbeheerder, vorderingen benadeelde partijen stranden want te kort voor de zitting ingediend

Rechtbank Overijssel 26 januari 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:291

Een 58-jarige man uit Breda is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaar. Jarenlang verrijkte hij zichzelf door als vermogensbeheerder grote geldbedragen van zijn cliënten te verduisteren, crimineel geld wit te wassen en valsheid in geschrifte te plegen. De ingediende schadevergoeding van in totaal ruim 2 miljoen euro verklaart de rechtbank niet-ontvankelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing vordering stillegging ondernemingen ex art. 29 WED

Rechtbank Oost-Brabant 12 januari 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:86

De vordering (in 6 strafzaken) van de officier van justitie de dato 24 december 2020 strekt er toe dat de economische raadkamer (ex artikel 29 van de Wet op de economische delicten, hierna ‘WED’) als voorlopige maatregel de gehele stillegging van de ondernemingen alsmede de direct of indirect aan verdachte(n) gelieerde bedrijf/bedrijven, voor de duur van zes maanden zal bevelen waarbij als bijzonderheden en gevolgen van de maatregel dienen uit te maken de opdracht aan de NVWA om zorg te dragen voor de uitvoering van en frequent toe te zien op de naleving van de opgelegde maatregel en de bepaling dat de kosten die voortkomen uit de uitvoering van de maatregel ten laste komen van de verdachte(n).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Oplichting: wanneer is een slachtoffer door een oplichtingsmiddel, dat door de verdachte is gebruikt, bewogen?

Rechtbank Noord-Nederland 25 september 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:4739

Het antwoord op de vraag of in een concreet geval het slachtoffer door een oplichtingsmiddel dat door de verdachte is gebruikt, is bewogen tot een van voornoemde handelingen, is in sterke mate afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In algemene zin kunnen tot die omstandigheden behoren enerzijds de mate waarin de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid het beoogde slachtoffer aanleiding had moeten geven die onjuiste voorstelling van zaken te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen, en anderzijds de persoonlijkheid van het slachtoffer, waarbij onder meer de leeftijd en de verstandelijke vermogens van het slachtoffer een rol kunnen spelen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak witwassen van natuurlijke persoon en aan hem verbonden bedrijven

Rechtbank Gelderland 15 december 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:7012

De rechtbank heeft 61-jarige man uit Laren (en twee aan hem verbonden bedrijven) vrijgesproken van het witwassen van geldbedragen. De man heeft grote contante bedragen ontvangen als aflossingen van verstrekte leningen. De verklaringen van de man voor het ontvangen van die bedragen zijn niet op voorhand ongeloofwaardig. De man heeft met behulp van zijn administratie onderbouwd dat de leningen plaatsvonden in het kader van voor hem normale bedrijfsvoering. Het openbaar ministerie heeft niet inhoudelijk gereageerd op de overgelegde administratie.

Read More
Print Friendly and PDF ^