Van controle naar opsporing: Mocht toezichthouder controlebevoegdheden uitoefenen, ondanks dat er al een vermoeden was van een strafbaar feit?

Gerechtshof Amsterdam 30 januari 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:245

Aanleiding voor de controle bij de verdachte door verbalisant, werkzaam bij de ILT, is het feit dat uit gegevens, verkregen van de dienst Douane, naar voren was gekomen dat verdachte01 B.V. in 2016 driemaal een hoeveelheid trichloorethyleen had ingevoerd. Het hof begrijpt het verweer van de verdediging op dit punt zo dat gesteld wordt dat deze gegevensuitwisseling niet had mogen plaatsvinden zonder dat er een onderliggende overeenkomst was gesloten tussen de douaneautoriteiten enerzijds en de ILT anderzijds, waarin afspraken over de vorm waarin die uitwisseling zou moeten plaatsvinden waren vastgelegd. Er is volgens het hof echter geen rechtsregel die voorschrijft dat informatie-uitwisseling tussen beide overheidsorganen alleen dan zou mogen plaatsvinden als er van een zodanige schriftelijke vastlegging sprake is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gebruik AIS-gegevens uit eNosenetwerk, voor toezicht en handhaving, door Omgevingsdienst en ILT in strijd met AVG?

Rechtbank Amsterdam 18 januari 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:231

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de ILT niet over de eNosegegevens had mogen beschikken en dat het gebruik daarvan dus onrechtmatig is, omdat het eNosenetwerk niet was bedoeld ter controle op het landelijk ontgassingsverbod.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Maximale duur van gijzeling als één strafzaak heeft geleid tot twee ontnemingsuitspraken

Hoge Raad 23 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:42

Als de rechter op grond van artikel 36e lid 11 Sr bij de oplegging van de ontnemingsmaatregel de duur van de gijzeling bepaalt die ten hoogste kan worden gevorderd, beloopt die duur ook in zo’n geval ten hoogste drie jaren, waarbij in deze zaak geldt dat onder een jaar 360 dagen moet worden verstaan (vgl. HR 31 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:805). Dit maximum geldt ook als de uit de gevoegde strafzaak voortkomende ontnemingsvorderingen – zoals in deze zaak en in de zaak met nummer 22/00005 P – niet in één ontnemingszaak aan de orde zijn gesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Dagvaarding (gedeeltelijk) nietig i.v.m. ontbreken van de omschrijving van de feitelijke oplichtingshandelingen in TLL

Rechtbank Den Haag 24 januari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:768

In het onder 1 ten laste gelegde is opgenomen dat verzekeraar naam is bewogen tot afgifte van enig goed, te weten een geldbedrag van €590.050. De tenlastelegging vermeldt evenwel slechts de delictsomschrijving, waarin termen voorkomen die niet voldoende feitelijk zijn en die dus – conform de eis van artikel 261 lid 2 – dienen te worden verfeitelijkt. Dit is niet gebeurd. Het gevolg daarvan is dat de rechtbank van oordeel is dat de dagvaarding voor wat betreft dit gedeelte niet aan de eisen van de wet voldoet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. samenloopvragen

Hoge Raad 16 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:11

Bij de beoordeling moet worden vooropgesteld dat samenloopvragen mede worden bepaald door de in het concrete geval toepasselijke strafbepaling(en). Als bijvoorbeeld een strafbepaling betrekking heeft op een meervoud van voorwerpen of gedragingen, rijst bij bewezenverklaring van het – gelijktijdig en op dezelfde plaats – handelen in strijd met die bepaling in beginsel geen samenloopvraagstuk omdat dan sprake is van een uit de delictsomschrijving voortvloeiende enkelvoudige kwalificatie. Daar staat tegenover dat in het bijzonder bij gevolgdelicten het uitgangspunt is dat elk gevolg – ook als de verschillende gevolgen uit hetzelfde feit of feitencomplex voortvloeien – een zelfstandige vervulling van de delictsomschrijving oplevert en dat daarom in beginsel van eendaadse samenloop of van een voortgezette handeling geen sprake is, zoals bij een verkeersongeval in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 met meerdere slachtoffers.

Read More
Print Friendly and PDF ^