Leidt de verplichting tot het bij wijze van suppletie alsnog verstrekken van de juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen tot een inbreuk op het nemo-teneturbeginsel?

Hoge Raad 24 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1351

De op grond van artikel 10a AWR gedane mededeling van onjuistheden of onvolledigheden in voor de belastingheffing van belang zijnde gegevens en inlichtingen moet naar haar aard worden aangemerkt als materiaal waarvan het bestaan afhankelijk is van de wil van de belastingplichtige. Daaraan doet niet af dat die verklaring gebaseerd kan zijn op in de administratie van de belastingplichtige aanwezige facturen en andere documenten. Die in artikel 10a AWR verplicht gestelde mededeling mag dus niet worden gebruikt voor het bewijs dat die belastingplichtige een beboetbaar of strafbaar feit heeft begaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bevoegdheid commune MK bij samenhang tussen tenlastegelegde economische delict en tenlastegelegde (commune) feiten

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 september 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:8615

Aan de verdachte zijn naast het economische delict ook strafbare feiten niet zijnde economische delicten tenlastegelegd. Het hof leidt uit de wetsgeschiedenis van artikel 39, eerste lid, WED af dat bij het toetsen van de vraag of bij samenhang van economische delicten en andersoortige delicten de economische kamer van de rechtbank bevoegd is, “de doelmatige rechtsbedeling” als maatstaf moet worden gehanteerd. Gelet op wetsgeschiedenis van artikel 39, tweede lid, WED moet bovendien worden aangenomen dat dit evenzeer geldt voor het 'spiegelbeeld' daarvan, namelijk dat de commune strafkamer van de rechtbank bevoegd is bij samenhang van commune delicten en economische delicten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bedrieglijke bankbreuk (art. 343 oud Sr): Slagende bewijsklacht m.b.t. handelen “ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers”

Hoge Raad 21 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1261

Bij de beoordeling van het cassatiemiddel moet worden vooropgesteld dat de in artikel 343 (oud) Sr gebruikte bewoordingen “ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers” tot uitdrukking brengen dat de verdachte het opzet moet hebben gehad op de verkorting van de rechten van de schuldeisers, dat voorwaardelijk opzet in dat verband voldoende is en dat daarom voor het bewijs van het opzet ten minste is vereist dat de handeling van de verdachte de aanmerkelijke kans op verkorting van de rechten van de schuldeisers heeft doen ontstaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak van (medeplichtigheid aan) oplichting en witwassen

Rechtbank Gelderland 31 augustus 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:5019

Uit het dossier kan worden afgeleid dat verdachte oplichtingen heeft gefaciliteerd door het inschrijven van het bedrijf in het register van de Kamer van Koophandel, het openen van de bankrekening en het verstrekken aan een derde van de bankgegevens. Om die handelingen echter als strafbare medeplichtigheid aan de in de tenlastelegging beschreven oplichtingen, zoals aan verdachte subsidiair ten laste is gelegd, te kunnen aanmerken moet kunnen worden bewezen dat verdachte aan het plegen van oplichtingen heeft willen bijdragen. Dat, anders gezegd, het opzet van verdachte, al dan niet in voorwaardelijke zin, was gericht op de door de oplichters gepleegde oplichtingen of in ieder geval het plegen van oplichtingen in het algemeen. Uit het dossier kan slechts worden afgeleid dat verdachte zich, nadat hij de inschrijving bij de Kamer van Koophandel en de bankrekening had geregeld, er niet meer van heeft vergewist waarvoor die inschrijving en bankrekening werden gebruikt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: ‘Schenden’ van geheim (art. 272 Sr) moet worden uitgelegd als verstrekken van geheime gegevens aan ander die tot kennisneming daarvan onbevoegd is

Hoge Raad 21 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1264

De tenlastelegging en bewezenverklaring zijn toegesneden op artikel 272 Sr. De in de tenlastelegging en bewezenverklaring voorkomende term ‘schenden’ moet daarom geacht worden daar te zijn gebruikt in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in artikel 272 Sr. Het ‘schenden’ van een geheim in de zin van artikel 272 Sr moet worden uitgelegd als het verstrekken van geheime gegevens aan een ander die tot kennisneming daarvan onbevoegd is (vgl. HR 7 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:523 en ECLI:NL:HR:2020:527).

Read More
Print Friendly and PDF ^