Geslaagde klacht over bewezenverklaring verbergen en verhullen van “herkomst” geldbedrag

Hoge Raad 1 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:790

Nu uit de gebezigde bewijsmiddelen niet méér kan worden afgeleid dan dat op ongebruikelijke plaatsen in de (vakantie)woning van de verdachte een grote hoeveelheid geld is aangetroffen, te weten in brandblussers, in een hoes/speeltunnel voor katten achter de bank en in een broekzak van een korte broek die op de grond lag, is de bewezenverklaring wat betreft het verbergen en verhullen van de “herkomst” van het geldbedrag, mede gelet op de wetgeschiedenis van artikel 420bis lid 1, aanhef en onder a, Sr, zoals weergegeven in HR 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3687, niet toereikend gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

ABRvS: Vrijspraak strafrechter betekent niet dat partij evident geen overtreder is van milieunormen i.v.m. aanwezigheid drugslab

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 12 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:996

Er is sprake is van een onaantastbare last onder dwangsom en een toepassing van de 'evidentie toets'. De overtreder stelt zich op het standpunt geen overtreder te zijn, omdat deze is vrijgesproken van betrokkenheid bij de wietplantage. Dat acht de Afdeling echter niet evident genoeg: het feit dat je bent vrijgesproken van het Opiumwet delict betekent nog niet dat je geen overtreder bent van de milieurechtelijke normen die geschonden zijn door de aanwezigheid van de hennepplantage.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: rechter die over ontnemingsvordering oordeelt is niet gebonden aan overweging in hoofdzaak over mogelijk voor ontneming in aanmerking komende wederrechtelijk verkregen voordeel

Hoge Raad 1 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:789

De rechter die over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel moet oordelen is gebonden aan het oordeel van de rechter in de hoofdzaak. Dit laat echter onverlet dat aan de rechter, oordelend op de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, een zelfstandig oordeel toekomt met betrekking tot alle verweren die betrekking hebben op de vaststelling van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden geschat. Hieruit volgt ook dat de rechter die over de ontnemingsvordering oordeelt niet gebonden is aan een overweging van de rechter die over de hoofdzaak oordeelt die betrekking heeft op (het bedrag van) het mogelijk voor ontneming in aanmerking komende wederrechtelijk verkregen voordeel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak voor het feitelijk leidinggeven aan het niet melden van meldingsplichtige transacties

Rechtbank Amsterdam 22 april 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:2599

De rechtbank kan op basis van het dossier vaststellen dat naam in de ten laste gelegde periode niet (tijdig) melding heeft gemaakt van meerdere ongebruikelijke transacties. Verdachte was destijds (middellijk) bestuurder van naam Voor feitelijk leidinggeven aan het niet nakomen van de meldplicht moet worden bewezen dat verdachte op dat niet melden opzet heeft gehad. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte doelbewust beleid heeft gevoerd op het niet nakomen van de meldplicht. Van ‘vol’ opzet is dan ook geen sprake.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling rechtspersoon voor het niet voldoen aan de meldplicht van ongebruikelijke transacties

Rechtbank Amsterdam 22 april 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:2600

Verdachte wordt kort gezegd beschuldigd van het niet voldoen aan de meldplicht van ongebruikelijke transacties zoals beschreven in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2015. De raadsman vindt dat verdachte moet worden vrijgesproken. Het niet melden kan niet worden toegerekend aan de rechtspersoon. Het niet doen van meldingen van ongebruikelijke transacties is een gedraging/nalaten dat niet past in de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon.

Read More
Print Friendly and PDF ^