Veroordeling rechtspersoon voor medeplegen belastingfraude: 648 valse facturen voor ‘juridisch uitzoekwerk’ in administratie

Rechtbank Amsterdam 6 november 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:5851

De Belastingdienst heeft in 2018 een landelijke steekproef ondernemingen gehouden op ingediende belastingaangiften. Op 28 maart 2018 is bij de accountant het dossier van verdachte gecontroleerd door de Belastingdienst. Bij de controleambtenaar vielen inkoopfacturen in de administratie van verdachte op vanwege de omschrijving ‘juridisch uitzoekwerk’ en het feit dat op deze facturen btw in rekening werd gebracht, terwijl er geen btw-nummer en geen KvK-nummer van de presterende onderneming op de factuur waren vermeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vordering benadeelde rechtspersoon: toewijzing afschrijvingskosten op (kostbare) apparatuur die benadeelde na enkele jaren retour heeft ontvangen

Rechtbank Midden-Nederland 2 december 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:5250

De goederen waarvan de benadeelde partij de schade heeft begroot op 17.523,72 euro zijn inbeslaggenomen onder medeverdachte 1. In het tegen deze medeverdachte gewezen strafvonnis van 2 december 2020 is de teruggave gelast van deze goederen aan bedrijf 2 B.V. Dit betekent dat de vordering voor wat betreft deze kosten door de benadeelde partij wordt beperkt en thans (nog) strekt tot vergoeding van afschrijvingskosten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over bestanddelen uit Wft “uitoefenen van het bedrijf van betaaldienstverlener” en “met zetel in Nederland”

Hoge Raad 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1906

Uit de wetsgeschiedenis komt naar voren dat voor het bewijs van het “uitoefenen van het bedrijf van betaaldienstverlener” in ieder geval is vereist dat de desbetreffende betaaldiensten “niet slechts incidenteel” zijn verleend en dat het verlenen van betaaldiensten dus meermalen heeft plaatsgevonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming na beleggingsfraude: Rb stelt betalingsverplichting op nihil, geen aanknopingspunten dat veroordeelde kan beschikken over vermiste beleggersgelden

Rechtbank Noord-Holland 2 december 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:10112

De rechtbank stelt vast dat de officier van justitie geen aanknopingspunten naar voren heeft gebracht, waaruit kan worden afgeleid dat veroordeelde en medeveroordeelde 1 kunnen beschikken over (een deel van) de vermiste beleggersgelden of dat zij op andere wijze over voldoende vermogen of verdiencapaciteit beschikken om een op te leggen betalingsverplichting te kunnen voldoen. De rechtbank stelt op grond van de thans beschikbare informatie vast dat veroordeelde en medeveroordeelde 1 die financiële draagkracht niet hebben. Gelet op hun hoge leeftijd en het feit dat zij geen arbeid meer verrichten of op een andere wijze economische activiteiten ontplooien, valt die financiële draagkracht ook in de toekomst niet meer te verwachten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. redelijk vermoeden van schuld en verhoorsituatie

Hoge Raad 8 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1973

Op grond van artikel 27 lid 1 Sv wordt als verdachte aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit. Dat vermoeden betreft zowel de omstandigheid dat een strafbaar feit wordt of is begaan, als de betrokkenheid van een persoon bij dat feit. Daarom kan, ook als (nog) niet vaststaat dat een strafbaar feit plaatsvindt of heeft plaatsgevonden, sprake zijn van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit en daardoor van een verhoorsituatie.

Read More
Print Friendly and PDF ^