Artikel: Advocaat mag niet zomaar uurtarief rekenen

Een advocaat die een consument een uurtarief in rekening brengt zonder vooraf een indicatie te geven van de totale kosten handelt in strijd met het Unierecht. Dat is de strekking van een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie over een zaak in Litouwen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Een aantal handvatten bij het indienen van een schadevergoedingsverzoek van de gemaakte kosten van rechtsbijstand ex artikel 530 Sv

De gewezen verdachte moet na een vrijspraak of sepot vaak nogmaals de strijd aangaan. Dit keer om onder andere zijn advocaatkosten vergoed te krijgen. De strafrechter toetst in deze ‘kostenvergoedingsprocedures’ of gronden van billijkheid aanwezig zijn om een schadevergoeding toe te kennen. In dit artikel gaan de auteurs in op welke rol de keuze voor een bepaalde advocaat, diens in rekening gebrachte uren, de keuze voor een bepaalde processtrategie en overige factoren daarbij een rol (kunnen) spelen, waarbij de focus met name ligt op fraudezaken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ook ontbonden maatschap kan verzoek ex art. 530 Sv met succes indienen

Rechtbank Gelderland 25 juli 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:3909

In deze zaak is een verzoekschrift ex art. 530 lid 2 Sv ingediend inhoudende het verzoek tot toekenning van een vergoeding voor gemaakte kosten rechtsbijstand van €3.755,88. Omdat de rechtspersoon op 22 juni 2021 is ontbonden is de officier van justitie van oordeel dat verzoeker, de maatschap, niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat door het ontbinden van de maatschap de rechtspersoon gelijkgesteld kan worden met een overleden verdachte. De economische raadkamer is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat de kosten rechtsbijstand zoals verzocht kunnen worden toegewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Niet-ontvankelijkheidsverweren verworpen: geen sprake van onrechtmatig boekenonderzoek, misbruik van bevoegdheden, vervolgingsuitsluitingsgrond van art. 69 lid 4 AWR en schending una via

Rechtbank Rotterdam 16 juni 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:5378

Uit proces-verbaal AMB-01 blijkt wat de aanleiding van het boekenonderzoek bij de verdachte is geweest. Hierin staat dat er signalen waren dat het kantoor van de verdachte niet volledig meewerkte bij door de Belastingdienst ingestelde boekenonderzoeken en dat er twijfels waren omtrent de juistheid van de bijgehouden en gevoerde administraties van haar cliënten. De genoemde signalen waren een reden om een nieuw boekenonderzoek in te stellen. Ook de bevindingen in het onderzoek naar de casus naam 2 hebben aanleiding gevormd voor nader onderzoek naar de verdachte. De stelling van de verdediging dat de officier van justitie geen duidelijkheid heeft verschaft over de aanleiding van het boekenonderzoek volgt de rechtbank dan ook niet. Voorts ziet de rechtbank geen aanknopingspunten dat het boekenonderzoek bij de verdachte op onrechtmatige gronden zou zijn ingesteld of dat anderszins sprake is van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verzoek ex artikel 530 Sv: Kostenpost correspondentie bovenmatig vanwege stelselmatig opvragen stand van zaken

Rechtbank Amsterdam 14 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2067

De rechtbank stelt vast dat de raadsman in de periode van 21 december 2020 tot en met 19 juli 2021 in totaal 29 keer zes minuten tijd heeft geschreven voor het corresponderen met het OM over de stand van zaken in de strafzaak. De gevraagde kosten voor het stelselmatig opvragen van de stand van zaken, tegen een uurtarief van € 250,00, te weten in totaal € 725,00 exclusief BTW, komt de rechtbank bovenmatig voor, zodat dit bedrag niet volledig voor vergoeding in aanmerking komt. De rechtbank wijst erop dat de raadsman verantwoordelijk is voor een efficiënte bedrijfsvoering in zijn praktijk en dat hij om redenen van billijkheid dient te waken voor de efficiency van de verdediging en de schade dient te beperken waarvan een vergoeding aan verzoekster kan worden gevraagd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vergoeding advocaatkosten: moet onder het begrip raadsman tevens worden verstaan een gemachtigde?

Rechtbank Den Haag 1 maart 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:2584

In een strafrechtelijke procedure voor de kantonrechter kan een verdachte zich overeenkomstig artikel 398 Sv laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. De verzoeker heeft van deze mogelijkheid gebruikgemaakt. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of onder het begrip raadsman tevens moet worden verstaan een gemachtigde, niet zijnde een advocaat. Door het gebruik van de term ‘raadsman’ creëert de wettelijke vergoedingsregeling van artikel 530 Sv een ondergrens aan de kwaliteit van rechtsbijstand die voor vergoeding in aanmerking komt. Gemachtigden hoeven niet aan diezelfde kwaliteitseisen te voldoen. Daardoor kan niet worden vastgesteld dat rechtsbijstand die door gemachtigden wordt verleend in het algemeen hetzelfde juridisch deskundig niveau heeft als rechtsbijstand verleend door een advocaat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verzoek ex art. 530 Sv: ook de tijd die besteed wordt aan meer tijdsintensieve cliënten komt voor vergoeding in aamerking

Rechtbank Den Haag 27 juli 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:15623

Over de kosten gemaakt tot en met datum sepot overweegt de rechtbank verder dat voorstelbaar is dat sommige cliënten meer tijd vragen van een advocaat dan andere cliënten – uit de toelichting van de advocaat ter zitting kan zonder meer volgen dat dat hier het geval is geweest. Ook de tijd die besteed wordt aan meer tijdsintensieve cliënten dient in beginsel de behandeling van de zaak. Dat is echter niet oneindig en komt vanaf een zeker punt niet langer voor rekening van de Staat maar blijft voor rekening van de verdachte zelf.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verzoek ex art. 530 Sv: Cliënt betaalt bij veroordeling minder dan de Staat bij vrijspraak, geen gronden van billijkheid vergoeding tegen hoge tarief  

Rechtbank Den Haag 27 juli 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:15623

De advocaat heeft over het uurtarief verklaard dat bij succes een hoger uurtarief en bij geen succes een lager uurtarief in rekening wordt gebracht. Door dergelijke prijsafspraken ontstaat in strafzaken dan ook de situatie, dat een cliënt bij veroordeling voor dezelfde werkzaamheden (aanzienlijk) minder betaalt dan de Staat bij een vrijspraak. Er zijn geen gronden van billijkheid voor een vergoeding van de tijd die tegen dit uurtarief is berekend.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing verzoek schadevergoeding art. 530 Sv: verzoeker heeft zich in vroeg stadium voor advies tot advocaat gewend, maar gemaakte kosten zijn niet door toedoen van de Staat veroorzaakt

Rechtbank Noord-Holland 2 februari 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:827

Verzoeker heeft eind december 2019 (via familieleden) vernomen dat er aangifte tegen hem zou worden gedaan dan wel reeds zou zijn gedaan. Op 30 december 2019 heeft toen een bespreking met hem (en zijn vrouw) met de advocaat plaatsgevonden. Na het verhoor van verzoeker op 25 februari 2021 is de zaak uiteindelijk op 21 juni 2021 geseponeerd. Naar het oordeel van de rechtbank staan de werkzaamheden in 2019 (in totaal 2,5 uur) niet in rechtstreeks verband met een strafzaak. Die was er immers nog niet. In de omstandigheden van dit geval is het wellicht raadzaam geweest dat verzoeker zich al in een vroeg stadium voor advies tot een advocaat heeft gewend, maar de daardoor gemaakte kosten zijn geen kosten die door toedoen van de Staat zijn veroorzaakt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing verzoek schadevergoeding art. 530 Sv: sepotcode hoeft niet leidend te zijn voor billijkheid vergoeding kosten

Rechtbank Noord-Holland 2 februari 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:828

Dat verzoeker kundig is bijgestaan en dat dat mogelijk heeft geleid tot het sepot, levert niet onmiddellijk grond op voor toewijzing van het verzoek. De enkele omstandigheid dat sprake is van een beleidssepot betekent niet zonder meer dat per definitie gronden van billijkheid ontbreken. Ook de rechtbank heeft eerder overwogen dat de code van een sepot niet leidend hoeft te zijn voor het antwoord op de vraag of het billijk is dat kosten aan de gewezen verdachte worden vergoed. Waar het om gaat is de vraag of de gewezen verdachte de kosten aan zijn eigen houding of gedrag heeft te wijten.

Read More
Print Friendly and PDF ^