FIU-Nederland Jaaroverzicht 2015: aanzienlijke toename aantal meldingen van ongebruikelijke transacties

In 2015 zijn door de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland) ruim 312.000 meldingen van ongebruikelijke transacties ontvangen. Een door de wet aangewezen groep instellingen, zoals banken, handelaren, casino’s, makelaars en vrije beroepsbeoefenaren, dient transacties te melden die voldoen aan bepaalde voorwaarden of waarbij het vermoeden bestaat dat deze verband kunnen houden met witwassen of de financiering van terrorisme. De FIU-Nederland publiceerde op 8 juni haar jaaroverzicht van 2015. Opnieuw is het aantal meldingen van ongebruikelijke transacties aanzienlijk toegenomen, er zijn bijna 35.000 meer transacties ontvangen ten opzichte van het voorgaande jaar. Dat kan duiden op een toegenomen bewustzijn en alertheid bij meldplichtige instellingen.

Verdachte transacties

De FIU-Nederland analyseert en onderzoekt ontvangen meldingen van ongebruikelijke transacties en verklaart deze verdacht als daartoe aanleiding is. In 2015 heeft de FIU-Nederland 6.382 dossiers met daarin 40.959 transacties verdacht verklaard en ter beschikking gesteld aan de opsporing. Dit is opnieuw meer dan in het voorgaande jaar. Deze verdachte transacties vertegenwoordigen een totale waarde van bijna 2 miljard euro, variërend van 100 euro tot tientallen miljoenen euro’s per transactie. De verdacht verklaarde transacties omvatten ook meldingen uit voorgaande jaren die door nieuw aan het licht gekomen feiten alsnog verdacht konden worden verklaard.

De FIU-Nederland heeft hiermee een significante bijdrage geleverd aan talloze nationale en internationale opsporingsonderzoeken. De dossiers bieden informatie voor (het starten van) een financieel opsporingsonderzoek, bewijs voor bijvoorbeeld het bestaan van relaties binnen een netwerk, of belangrijke persoons- en verblijfsinformatie.

Terrorismefinanciering

De FIU-Nederland heeft in 2015 de vruchten geplukt van haar investering in het onder de aandacht bij melders brengen van specifieke kenmerken van terrorismefinanciering. Hierdoor hebben instellingen meer en betere meldingen gedaan die de informatiepositie van de FIU-Nederland en daarmee van de opsporing heeft versterkt.

Internationaal heeft de FIU-Nederland een project geleid dat een waardevol inzicht heeft opgeleverd in de financiering van verschillende aspecten rond zogenoemde ‘foreign terrorist fighters’.

Samenwerking

De FIU-Nederland heeft in 2015 actief de samenwerking gezocht met de meldende instellingen, toezichthouders en de opsporingspartners. Hiermee wil ze de kwaliteit van de unieke financial intelligence waarover zij beschikt en het gebruik ervan door de opsporings- en handhavingsdiensten voortdurend optimaliseren. Dit blijft de komende jaren hoog op de agenda van de FIU-Nederland staan, evenals de internationale samenwerking met buitenlandse FIU’s over de hele wereld.  Witwassen en financiering van terrorisme zijn immers fenomenen die niet stoppen bij de landsgrenzen.

 

 

Meer weten over de werkwijze van de FIU? Kom dan op vrijdag 7 oktober 2016 naar de Cursus Witwasbestrijding. Klik hier voor meer informatie of om in te schrijven.

 

Print Friendly and PDF ^

'Het wetsvoorstel aanpassing witwaswetgeving: zinloos en risicovol'

In september 2015 diende de Minister van Veiligheid en Justitie het wetsvoorstel aanpassing witwaswetgeving in. Het wetsvoorstel strekt zich tot het zelfstandig strafbaar stellen van het zogenoemde ‘eenvoudig witwassen’, waarmee wordt gedoeld op het enkele verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit enig eigen misdrijf. Volgens de minister blijven in de huidige situatie ‘grote sommen misdaadgeld onaagetast’. Of dat zo is en wat de verdere gevolgen van het etsvoorstel zijn, wordt in dit artikel besproken. Lees verder:

 

Print Friendly and PDF ^

Verdachte, vermoedelijke bankier voor onderwereld, door de Verenigde Arabische Emiraten uitgeleverd aan Nederland

Een 65-jarige man is deze week op verzoek van het Nederlands Openbaar Ministerie door Verenigde Arabische Emiraten uitgeleverd. Het is voor het eerst dat justitie in Dubai een verdachte aan Nederland uitlevert.

Print Friendly and PDF ^

'Money laundering, customer due diligence and data protection: the CJEU's judgment in Safe Interenvios'

The recent judgment of the CJEU in the case of Safe Interenvios was triggered by a preliminary reference from the Provincial Court in Barcelona (Audiencia Provincial). The Court in Barcelona submitted to the CJEU a number of questions related to the interpretation of the third Anti-Money Laundering Directive 2005/60/EC (AML Directive, since replaced by the fourth money laundering Directive). The replies of the CJEU to the preliminary questions point out in the direction of giving a certain degree of flexibility to the national legislators and to the institutions and persons which apply customer due diligence measures. On the other hand, the measures prescribed or authorised by the national authorities and the measures applied in individual cases by banks and other institutions and persons covered by the AML Directive need to be preceded by comprehensive risk assessments. Those risk assessments should lead to the definition of measures which are appropriate to the identified level of risk. The measures can vary depending on the type of customer, business relationship, product or transaction.

Lees verder:

Print Friendly and PDF ^

DNB: financiële instellingen nemen nog te weinig maatregelen ter beheersing van het risico betrokken te raken bij terrorismefinanciering

Nederlandse financiële instellingen zijn kwetsbaar om betrokken te raken bij de financiering van terrorisme. Ze hebben dan ook een belangrijke rol als poortwachter en behoren de risico’s om hierbij betrokken te raken te mitigeren.  

Transactiemonitoring

DNB is eind maart gestart met het crosssectorale themaonderzoek Transactiemonitoring. Hierbij onderzoekt DNBin hoeverre financiële instellingen hun transacties monitoren om onder andere risico’s op terrorismefinanciering te kunnen detecteren. De eerste resultaten laten zien dat instellingen te weinig maatregelen nemen ter beheersing van de risico’s van betrokkenheid bij terrorismefinanciering. Tegelijkertijd is het transactiemonitoringsproces nog onvoldoende om terrorismefinancieringsrisico’s te detecteren. DNB vindt dit zorgwekkend. Zij gaat verder met het themaonderzoek en zal hierover rapporteren in het vierde kwartaal van 2016.

Indicatoren

Er zijn een paar indicatoren waar instellingen in ieder geval op kunnen letten om eventuele terrorismefinanciering te herkennen. Deze indicatoren zijn benadrukt door de organisaties die samenwerken binnen het Financieel Expertise Centrum (FEC) benadrukt:

  • geldbewegingen van en naar bepaalde regio’s: gaan transacties naar hoogrisicolanden?
  • het type transactie: wijkt de transactie af van het normale transactieprofiel van de cliënt?
  • het type cliënt: betreft het bijvoorbeeld een charitatieve stichting actief in hoog risicolanden?

Financiële instellingen moeten transacties monitoren, afwijkend of potentieel risicovol gedrag signaleren en ongebruikelijke transacties melden aan de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-NL).

Bron: DNB

 

Print Friendly and PDF ^

TRACE lanceert eerste wereldwijde UBO-register

TRACE heeft op 25 mei jl. het eerste wereldwijde UBO-register, TRACEpublic, gelanceerd. TRACEpublic stelt bedrijven in staat om, in het kader van transparantie, vrijwillig UBO-informatie te publiceren. Volgens TRACE getuigt de roep om meer transparantie en full disclosure van de noodzaak voor een wereldwijd UBO-register.

Alexandra Wrage, president en oprichter van TRACE International:

"TRACE has been collecting beneficial ownership information as part of our due diligence process for 15 years. After the Panama Papers broke we realized we needed to provide companies with a way to make this information available to the public, if they chose to. While some countries are establishing their own national registries or advocating for their development, TRACEpublic is the only global registry and allows companies to voluntarily distance themselves from the reputational stigma of secret companies. It also provides multinational companies with a starting point for due diligence."

De database van TRACE bevat al UBO-informatie van duizenden bedrijven gevestigd in verschillende landen.

Klik hier voor meer informatie.

 

UBO-register in de EU

Als gevolg van de vierde anti-witwasrichtlijn zijn alle lidstaten van de Europese Unie verplicht om een UBO-register in te voeren. De  richtlijn dient vóór 27 juni 2017 in onze nationale wetgeving te zijn omgezet. In dit zogenaamde UBO-register komt informatie te staan over de natuurlijke personen die, al dan niet achter de schermen, bij een vennootschap of een andere juridische entiteit ‘aan de touwtjes trekken’.

Als UBO kwalificeert ieder natuurlijk persoon die, al dan niet achter de schermen, bij een vennootschap of een andere juridische entiteit (zoals een vof, maatschap) formele of feitelijke zeggenschap heeft (‘aan de touwtjes trekt’). Van geval tot geval zal moeten worden beoordeeld of hiervan sprake is, maar indicaties voor het vereiste van formele of feitelijke zeggenschap zijn: een belang van meer van 25% in eigendom, aandelen of stemrechten of de bevoegdheid om bestuurders te ontslaan. Indien op basis van deze indicaties geen UBO kan worden gevonden, kan zelfs iemand uit het hogere, leidinggevende personeel kwalificeren als UBO.

De antiwitwasrichtlijn beschrijft zowel de mogelijkheid van een volledig openbaar register als de mogelijkheid van toegang voor enkel bepaalde categorieën personen (zoals financiële toezichthouders en banken, advocaten en notarissen en personen met een legitiem belang dat verband houdt met het tegenaan van witwassen en financieren van terrorisme of aanverwante delicten). Uit de kamerbrief van de Minister van Financiënis van 10 februari 2016 blijkt dat de Minister streeft naar de eerste optie: een voor iedereen toegankelijk, openbaar UBO-register.

De geregistreerde UBO-gegevens die door eenieder bij de beherende instantie (waarschijnlijk de Kamer van Koophandel) kunnen worden opgevraagd zijn:

  1. Naam
  2. Geboortemaand
  3. Geboortejaar
  4. Nationaliteit
  5. Woonstaat
  6. Aard en omvang van het gehouden economische belang

Bepaalde (aangewezen) instanties kunnen tevens aanvullende gegevens opvragen (woonadres van de UBO en het BSN-nummer).

De door de Minister gegeven contouren moeten nog worden uitgewerkt in een (concept-) wetsvoorstel.

 

 

Print Friendly and PDF ^

Bewezenverklaring witwassen, maar vrijspraak niet voldoen aan aangifteplicht op grond van de Algemene douanewet

Rechtbank Noord-Holland 15 april 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:3882 Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van € 14.200. Aldus heeft verdachte eraan meegewerkt dat een geldbedrag, afkomstig uit enig misdrijf, aan het zicht van justitie en de fiscus wordt onttrokken.

Verdachte is van het ene EU-land naar het andere EU-land gereisd en niet is gebleken dat verdachte bij aankomst op Schiphol voornemens was door te reizen naar een land buiten de Europese Unie, waardoor op verdachte de plicht rustte aangifte te doen ingevolge artikel 10 van de Algemene Douanewet juncto artikel 3, eerste lid van de Verordening (EG) Nr. 1889/2005.

Feiten

Op woensdag 23 april 2014 wordt een reizigster op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer gecontroleerd. Ze is in het bezit van een Nigeriaans paspoort ten name van verdachte, geboren op geboortedatum te geboorteplaats, Nigeria. Kort daarvoor was zij vanuit Napels met vlucht HV6412 op Schiphol gearriveerd. Als reden voor haar bezoek in Nederland geeft zij aan dat ze kleding komt kopen en dat zij € 8.000 bij zich heeft. Bij verdere controle en kledingvisitatie wordt ter hoogte van de schaamstreek een verdikking gevoeld die hard aanvoelde. Haar is verzocht de verdikkingen uit haar onderbroek te halen en aan de douane te tonen. verdachte haalt uit haar onderbroek een stuk wit papier en een zwarte bol en legt deze op tafel. Als zij opnieuw wordt gevisiteerd, wordt nog steeds een verdikking bij de schaamstreek gevoeld. Er wordt haar nogmaals verzocht dat uit haar onderbroek te halen. verdachte pakte nog een bol uit haar onderbroek en legt deze op tafel. Zij heeft in totaal 4 stuks bollen uit haar onderbroek gehaald. Deze bollen zijn met zwart tape en huishoudfolie omwikkeld en worden herkend als zogenaamde duwersbollen.

verdachte deelt mee dat er geld in de bollen zit, maar dat zij niet weet hoeveel omdat zij haar broer had gevraagd het geld te tellen toen zij in de badkamer was. verdachte heeft als nanny gewerkt en verdiende daarmee € 500 per maand. Met dit werk is zij echter gestopt omdat ze de verdiensten te weinig vond. Ze heeft met haar werk € 5.000 gespaard en van dat geld heeft ze kleding gekocht, wat zij wilde verkopen. Genoemde € 5.000 heeft op de bankrekening van haar broer gestaan en het geld dat in de bollen zat, is geleend van haar broer betrokkene.

In de aangetroffen bollen zat een bedrag van € 6.100. Uit haar handtas heeft verdachte een spijkerbroek gehaald waar uit iedere broekspijp een pakket met eurobiljetten kwam. Verdachte heeft verklaard dat dit haar geld was. In deze twee pakketten zat een bedrag van € 8.100. In totaal is een bedrag van € 14.200 onder verdachte in beslag genomen.

Uit het onderzoek van de mobiele telefoon, merk Samsung, van verdachte komt naar voren dat twee prepaid telefoonnummers met dit toestel zijn gebeld. Als het nummer telefoonnummer door verbalisanten wordt gebeld, neemt een man de telefoon op. Aan de man wordt gevraagd of hij Nederlands spreekt, waarop de man vraagt of zij Engels spreken. Verbalisanten hebben in de Engelse taal kenbaar gemaakt dat ze van de politie Schiphol zijn en gevraagd naar de naam van de man. Op de achtergrond worden door verbalisanten stemmen gehoord en vervolgens wordt de verbinding verbroken. Als nogmaals geprobeerd wordt te bellen, wordt er direct naar de voicemail doorgeschakeld.

Op 2 juni 2014 wordt informatie van Europol ontvangen dat het Nederlandse mobiele telefoonnummer telefoonnummer in gebruik is bij medeverdachte, geboortedatum geboortedatum. medeverdachte is verdachte in een onderzoek naar een Nigeriaanse criminele organisatie die zich bezig houdt met de handel in verdovende middelen naar Nederland en Oostenrijk. Tevens is gebleken dat verdachte in de periode van 21 november 2013 tot 23 april 2014 elf (11) maal vanuit Napels naar Amsterdam of Eindhoven is gevlogen via luchtvaartmaatschappij Transavia zonder opgave te doen van een adres. Niet is bekend geworden hoe verdachte in genoemde periode haar retourreizen van Amsterdam of Eindhoven naar Napels heeft gemaakt.

Feit 1: witwassen

Voor een bewezenverklaring van het misdrijf ‘witwassen’ is vereist dat komt vast te staan dat het ten laste gelegde geldbedrag middellijk of onmiddellijk van enig misdrijf afkomstig is en dat verdachte dat wist dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden.

Het is een feit van algemene bekendheid dat via Schiphol niet zelden grote bedragen in contanten, die een illegale herkomst hebben, worden in- of uitgevoerd. Verdachte is aangehouden met een geldbedrag in contanten van totaal € 14.200. Het is hoogst ongebruikelijk om een dergelijk bedrag fysiek te vervoeren, gelet op de risico’s waarmee dat gepaard gaat.

Verdachte voldeed bij aankomst op Schiphol aan een aantal van de zogenaamde ‘typologieën inzake witwassen’. Zo heeft zij het geld, verpakt in zogeheten duwersbollen, in haar onderbroek vervoerd en desgevraagd aangegeven dat zij € 8.000 bij zich had. Bij verdachte is echter een geldbedrag van € 14.200 aangetroffen. Verdachte kon niet aangeven hoeveel geld precies in de vier aangetroffen duwersbollen zat. Volgens verdachte kwam dat omdat haar broer het geld had geteld. Verdachte heeft voorts verklaard dat zij als nanny heeft gewerkt en met die werkzaamheden € 500 per maand verdiende, maar dat zij met dat werk is gestopt omdat zij de verdiensten te laag vond. Verder heeft verdachte niet willen verklaren.

De rechtbank is van oordeel dat genoemde feiten en omstandigheden een vermoeden van witwassen rechtvaardigen. Daarom mag van verdachte worden verlangd dat zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand als hoogst onwaarschijnlijk aan te merken verklaring geeft voor de legale herkomst van genoemd geldbedrag.

Verdachte heeft geen verklaring afgelegd, noch zijn door haar stukken overgelegd die op een legale herkomst van het geldbedrag kunnen duiden. Een legale herkomst van het geldbedrag is dan ook op geen enkele wijze aannemelijk geworden, geconcretiseerd of aangetoond, dan wel verifieerbaar zodat het – gelet op vermelde feiten en omstandigheden – niet anders kan zijn dan dat het geld afkomstig is uit enig misdrijf en dat verdachte dit wist.

Vrijspraak feit 2: aangifteplicht

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 2 ten laste is gelegd en moet zij daarvan worden vrijgesproken. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Op 23 april 2014 is verdachte vanuit Napels, Italië met vlucht HV6412 op de luchthaven Schiphol gearriveerd. Verdachte is derhalve van het ene EU-land naar het andere EU-land gereisd en niet is gebleken dat verdachte bij aankomst op Schiphol voornemens was door te reizen naar een land buiten de Europese Unie, waardoor op verdachte de plicht rustte aangifte te doen ingevolge artikel 10 van de Algemene Douanewet juncto artikel 3, eerste lid van de Verordening (EG) Nr. 1889/2005. Nu niet kan worden bewezen dat op verdachte te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer een aangifteplicht rustte, dient zij van dit feit te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

  • Witwassen

Strafoplegging

Verdacht wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand. 

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF ^

What Went Wrong With Money Laundering Law?

This book surveys the development of laws surrounding the crime of money laundering and the associated changes in the anti-money laundering (AML) industry. The policy of attempting to deal with crime by attacking its financial products started in the arena of drugs, but quickly moved to organised crime, terrorism, corruption and tax. Now the focus has shifted once again to organised crime and to immigration. In the wake of the failure of the ‘war on drugs' a huge amount of money is now being spent on a global surveillance and reporting system, and we do not know whether the system works or not. What Went Wrong With Money Laundering Law? documents the events which, taken independently, could each be seen as rational responses to specific problems and as incremental adjustments to the focus of the law. Taken together, however, it is demonstrated that they have led to significant changes in the law and to the current situation. Underlying the entire AML industry is the crime of money laundering, which, having been devised more to provide a trigger for the reporting machinery than to describe and condemn a particular category of harmful behaviour, is now being used in a far wider range of cases than is appropriate. This book will be of great interest to scholars and practitioners of criminal and financial law, socio-legal studies and criminology.

Praktische Informatie

  • Auteur: Peter Alldridge
  • Uitgever: Palgrave Macmillan Ltd 
  • 114 pagina's
  • Uitgeverij Palgrave Macmillan Ltd
  • Prijs EUR 68,99 incl. BTW

 

Klik hier om het boek te bestellen via Bol.com.

 

Print Friendly and PDF ^

HR: Verstoppen is geen verbergen of verhullen

Hoge Raad 5 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:553

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaren wegens medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod; en medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd (feit 1) witwassen (feit 2) en medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd (feit 3).

Eerste middel

Het middel klaagt onder meer over het oordeel van het Hof ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde, dat de verdachte de criminele herkomst van de geldbedragen heeft verborgen en verhuld.

Beoordeling Hoge Raad

Ten laste van de verdachte is onder 2 bewezenverklaard dat:

"hij op 20 juni 2013, in de gemeente Nijmegen van een voorwerp, te weten een geldbedrag groot 41.0000,- euro, de herkomst heeft verborgen en verhuld, terwijl hij wist dat dat voorwerp - onmiddellijk - afkomstig was uit het misdrijf, immers heeft hij verdachte een geldbedrag (van in totaal ongeveer 41.000,00 euro) verpakt in een sealbag, die zich weer bevond in een plastic tas van de C1000, die achter een bankstel op zolder lag in zijn/hun woning ( [a-straat 1] te [plaats] ), verborgen/verhuld."

Nu uit de gebezigde bewijsmiddelen niet méér kan worden afgeleid dan dat op een ongebruikelijke plaats in een bij de verdachte in gebruik zijnde woning een grote hoeveelheid geld verpakt in een sealbag, die zich bevond in een tas, is aangetroffen, is de bewezenverklaring wat betreft het verbergen en verhullen van de herkomst van het geldbedrag, mede gelet op de wetgeschiedenis van art. 420bis, eerste lid aanhef en onder a, Sr, zoals weergegeven in HR 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3687, niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

De klacht slaagt.

Conclusie AG

7. De tenlastelegging en de bewezenverklaring in de onderhavige zaak zijn toegesneden op het bepaalde in art. 420bis, eerste lid, aanhef en onder a, Sr. Het hof heeft bewezen verklaard dat de verdachte de herkomst van het bedrag van € 41.000,- heeft verborgen en verhuld, terwijl hij wist dat het geldbedrag onmiddellijk afkomstig was uit misdrijf. In cassatie wordt het oordeel dat de verdachte wist dat het geldbedrag onmiddellijk uit misdrijf afkomstig is niet bestreden. In de toelichting op het middel wordt tot uitgangspunt genomen dat het hof heeft aangenomen dat het geldbedrag afkomstig was uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf. Voorts voert de steller van het middel aan dat uit de bewijsvoering van het hof niet méér kan worden afgeleid dan dat de verdachte het contante geldbedrag van € 41.000 voorhanden heeft gehad, terwijl niet blijkt van gedragingen van de verdachte die kennelijk gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het geldbedrag.

8. De formulering van de toelichting op het middel sluit ogenschijnlijk aan bij rechtspraak van de Hoge Raad over het kwalificeren als “witwassen” van in het bijzonder het verwerven en voorhanden hebben -als bedoeld in art. 420bis, eerste lid, aanhef en onder b Sr- van onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstige voorwerpen. In zijn arrest van 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:956 overwoog de Hoge Raad echter het volgende:

“Aan het middel ligt de opvatting ten grondslag dat de recente rechtspraak van de Hoge Raad met betrekking tot de nadere motiveringseisen van het oordeel dat sprake is van witwassen in het geval dat de verdachte een uit enig door hemzelf begaan misdrijf afkomstig voorwerp heeft verworven of voorhanden heeft gehad, ook betrekking heeft op het bewezenverklaarde verbergen en verhullen als bedoeld in art. 420bis, eerste lid onder a, Sr. Die opvatting is onjuist (vgl. HR 25 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:716, rov. 3.4.1.).”

Nu in de onderhavige zaak niet het verwerven en voorhanden hebben van het geldbedrag in de zin van art. 420bis, eerste lid, onder b, Sr is bewezen verklaard, maar het verbergen en verhullen van de herkomst daarvan als bedoeld in art. 420bis, eerste lid, onder b, Sr, mist een beroep op de in de rechtspraak ontwikkelde kwalificatieuitsluitingsgrond doel. Daarmee is echter niet het laatste woord gezegd. Het middel klaagt immers over de bewezenverklaring. Gelet op de formulering van het middel en de daarop gegeven toelichting, begrijp ik het middel aldus, dat het erover klaagt dat uit de bewijsvoering niet kan volgen dat de verdachte de herkomst van het geldbedrag heeft verborgen en verhuld.

9. Onder verwijzing naar de geschiedenis van de totstandkoming van art. 420bis Sr, vernietigde de Hoge Raad op 19 december 2014 een arrest waarin het hof had bewezen verklaard dat de verdachte de werkelijke aard en herkomst had verborgen van een geldbedrag van ongeveer 1,5 miljoen euro, welk bedrag was aangetroffen in onder meer een kluis en in schoenendozen die zich bevonden in een woning waar de verdachte verbleef. De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring wat betreft het “verbergen” van de herkomst van het geldbedrag niet naar de eis der wet met redenen was omkleed. Uit de bewijsvoering kon niet meer kon worden afgeleid dan dat op ongebruikelijke plaatsen in een bij de verdachte in gebruik zijnde woning een grote hoeveelheid geld was aangetroffen.

10. De onderhavige zaak vertoont gelijkenis met de voornoemde zaak. De bewezenverklaring houdt in dat de verdachte de herkomst van het geldbedrag heeft verborgen en verhuld door het in een sealbag te verpakken, welk pakketje zich in een C1000-tas bevond, die achter een bankstel op de zolder in zijn woning werd aangetroffen. Nu ook in de onderhavige zaak uit de gebezigde bewijsvoering niet meer kan worden afgeleid dan dat in een bij de verdachte in gebruik zijnde woning een grote hoeveelheid geld is aangetroffen, is de bewezenverklaring wat betreft het verbergen en verhullen van de herkomst van het geldbedrag niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Daarbij merk ik nog op dat het hof zijn oordeel ten aanzien van het verbergen en verhullen van de herkomst van het geldbedrag niet nader heeft gemotiveerd, terwijl uit de gebezigde bewijsmiddelen evenmin blijkt van andere omstandigheden die kunnen duiden op een verbergen en verhullen van de (criminele) herkomst van dit geldbedrag. Het verbergen van contant geld op een ongebruikelijke plaats in een woning is daartoe ontoereikend.

11. Het middel slaagt.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly and PDF ^

DNB doet onderzoek naar witwaspraktijken in de voetbalsport

DNB is begin dit jaar een onderzoek gestart bij banken en trustkantoren naar het risico op witwassen in het betaalde voetbal. DNB onderzoekt welke vormen van witwassen voorkomen in het betaalde voetbal en of deze risico’s worden onderkend door in het bijzonder banken en trustkantoren.

Diverse soorten witwastechnieken

DNB heeft gesproken met onder meer overheidsinstanties, brancheverenigingen en sportbonden om een beeld te krijgen van de verschillende witwastechnieken die samenhangen met betaald voetbal. Hieruit komt naar voren dat er risico’s zijn op geldstromen verbonden aan corruptie, (bijvoorbeeld via betalingen van royalty’s), witwasrisico’s bij transacties die samenhangen met transfer- en uitzendrechten, en risico’s bij het eigendom van voetbalclubs. Andere gesignaleerde vormen van witwassen zijn belastingontduiking en matchfixing.

Vragenlijst en terugkoppeling

Een brede selectie van banken krijgt binnenkort een vragenlijst van DNB over dit onderwerp. Aan het einde van tweede kwartaal zullen de uitkomsten van het onderzoek met de sector worden gedeeld.

Bron: DNB

 

Print Friendly and PDF ^