Bewezenverklaring witwassen, maar vrijspraak niet voldoen aan aangifteplicht op grond van de Algemene douanewet

Rechtbank Noord-Holland 15 april 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:3882 Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van € 14.200. Aldus heeft verdachte eraan meegewerkt dat een geldbedrag, afkomstig uit enig misdrijf, aan het zicht van justitie en de fiscus wordt onttrokken.

Verdachte is van het ene EU-land naar het andere EU-land gereisd en niet is gebleken dat verdachte bij aankomst op Schiphol voornemens was door te reizen naar een land buiten de Europese Unie, waardoor op verdachte de plicht rustte aangifte te doen ingevolge artikel 10 van de Algemene Douanewet juncto artikel 3, eerste lid van de Verordening (EG) Nr. 1889/2005.

Feiten

Op woensdag 23 april 2014 wordt een reizigster op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer gecontroleerd. Ze is in het bezit van een Nigeriaans paspoort ten name van verdachte, geboren op geboortedatum te geboorteplaats, Nigeria. Kort daarvoor was zij vanuit Napels met vlucht HV6412 op Schiphol gearriveerd. Als reden voor haar bezoek in Nederland geeft zij aan dat ze kleding komt kopen en dat zij € 8.000 bij zich heeft. Bij verdere controle en kledingvisitatie wordt ter hoogte van de schaamstreek een verdikking gevoeld die hard aanvoelde. Haar is verzocht de verdikkingen uit haar onderbroek te halen en aan de douane te tonen. verdachte haalt uit haar onderbroek een stuk wit papier en een zwarte bol en legt deze op tafel. Als zij opnieuw wordt gevisiteerd, wordt nog steeds een verdikking bij de schaamstreek gevoeld. Er wordt haar nogmaals verzocht dat uit haar onderbroek te halen. verdachte pakte nog een bol uit haar onderbroek en legt deze op tafel. Zij heeft in totaal 4 stuks bollen uit haar onderbroek gehaald. Deze bollen zijn met zwart tape en huishoudfolie omwikkeld en worden herkend als zogenaamde duwersbollen.

verdachte deelt mee dat er geld in de bollen zit, maar dat zij niet weet hoeveel omdat zij haar broer had gevraagd het geld te tellen toen zij in de badkamer was. verdachte heeft als nanny gewerkt en verdiende daarmee € 500 per maand. Met dit werk is zij echter gestopt omdat ze de verdiensten te weinig vond. Ze heeft met haar werk € 5.000 gespaard en van dat geld heeft ze kleding gekocht, wat zij wilde verkopen. Genoemde € 5.000 heeft op de bankrekening van haar broer gestaan en het geld dat in de bollen zat, is geleend van haar broer betrokkene.

In de aangetroffen bollen zat een bedrag van € 6.100. Uit haar handtas heeft verdachte een spijkerbroek gehaald waar uit iedere broekspijp een pakket met eurobiljetten kwam. Verdachte heeft verklaard dat dit haar geld was. In deze twee pakketten zat een bedrag van € 8.100. In totaal is een bedrag van € 14.200 onder verdachte in beslag genomen.

Uit het onderzoek van de mobiele telefoon, merk Samsung, van verdachte komt naar voren dat twee prepaid telefoonnummers met dit toestel zijn gebeld. Als het nummer telefoonnummer door verbalisanten wordt gebeld, neemt een man de telefoon op. Aan de man wordt gevraagd of hij Nederlands spreekt, waarop de man vraagt of zij Engels spreken. Verbalisanten hebben in de Engelse taal kenbaar gemaakt dat ze van de politie Schiphol zijn en gevraagd naar de naam van de man. Op de achtergrond worden door verbalisanten stemmen gehoord en vervolgens wordt de verbinding verbroken. Als nogmaals geprobeerd wordt te bellen, wordt er direct naar de voicemail doorgeschakeld.

Op 2 juni 2014 wordt informatie van Europol ontvangen dat het Nederlandse mobiele telefoonnummer telefoonnummer in gebruik is bij medeverdachte, geboortedatum geboortedatum. medeverdachte is verdachte in een onderzoek naar een Nigeriaanse criminele organisatie die zich bezig houdt met de handel in verdovende middelen naar Nederland en Oostenrijk. Tevens is gebleken dat verdachte in de periode van 21 november 2013 tot 23 april 2014 elf (11) maal vanuit Napels naar Amsterdam of Eindhoven is gevlogen via luchtvaartmaatschappij Transavia zonder opgave te doen van een adres. Niet is bekend geworden hoe verdachte in genoemde periode haar retourreizen van Amsterdam of Eindhoven naar Napels heeft gemaakt.

Feit 1: witwassen

Voor een bewezenverklaring van het misdrijf ‘witwassen’ is vereist dat komt vast te staan dat het ten laste gelegde geldbedrag middellijk of onmiddellijk van enig misdrijf afkomstig is en dat verdachte dat wist dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden.

Het is een feit van algemene bekendheid dat via Schiphol niet zelden grote bedragen in contanten, die een illegale herkomst hebben, worden in- of uitgevoerd. Verdachte is aangehouden met een geldbedrag in contanten van totaal € 14.200. Het is hoogst ongebruikelijk om een dergelijk bedrag fysiek te vervoeren, gelet op de risico’s waarmee dat gepaard gaat.

Verdachte voldeed bij aankomst op Schiphol aan een aantal van de zogenaamde ‘typologieën inzake witwassen’. Zo heeft zij het geld, verpakt in zogeheten duwersbollen, in haar onderbroek vervoerd en desgevraagd aangegeven dat zij € 8.000 bij zich had. Bij verdachte is echter een geldbedrag van € 14.200 aangetroffen. Verdachte kon niet aangeven hoeveel geld precies in de vier aangetroffen duwersbollen zat. Volgens verdachte kwam dat omdat haar broer het geld had geteld. Verdachte heeft voorts verklaard dat zij als nanny heeft gewerkt en met die werkzaamheden € 500 per maand verdiende, maar dat zij met dat werk is gestopt omdat zij de verdiensten te laag vond. Verder heeft verdachte niet willen verklaren.

De rechtbank is van oordeel dat genoemde feiten en omstandigheden een vermoeden van witwassen rechtvaardigen. Daarom mag van verdachte worden verlangd dat zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand als hoogst onwaarschijnlijk aan te merken verklaring geeft voor de legale herkomst van genoemd geldbedrag.

Verdachte heeft geen verklaring afgelegd, noch zijn door haar stukken overgelegd die op een legale herkomst van het geldbedrag kunnen duiden. Een legale herkomst van het geldbedrag is dan ook op geen enkele wijze aannemelijk geworden, geconcretiseerd of aangetoond, dan wel verifieerbaar zodat het – gelet op vermelde feiten en omstandigheden – niet anders kan zijn dan dat het geld afkomstig is uit enig misdrijf en dat verdachte dit wist.

Vrijspraak feit 2: aangifteplicht

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 2 ten laste is gelegd en moet zij daarvan worden vrijgesproken. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Op 23 april 2014 is verdachte vanuit Napels, Italië met vlucht HV6412 op de luchthaven Schiphol gearriveerd. Verdachte is derhalve van het ene EU-land naar het andere EU-land gereisd en niet is gebleken dat verdachte bij aankomst op Schiphol voornemens was door te reizen naar een land buiten de Europese Unie, waardoor op verdachte de plicht rustte aangifte te doen ingevolge artikel 10 van de Algemene Douanewet juncto artikel 3, eerste lid van de Verordening (EG) Nr. 1889/2005. Nu niet kan worden bewezen dat op verdachte te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer een aangifteplicht rustte, dient zij van dit feit te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

  • Witwassen

Strafoplegging

Verdacht wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand. 

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF