Artikel: Europol’s cooperation with private parties to address the dissemination of illegal online content – the beginning of something new?

This article assesses Europol’s evolved cooperation with private parties. Before the 2022 amending Europol Regulation, exchanging personal data between Europol and private parties proved difficult. Nonetheless, Europol has often been criticised for its cooperation with private parties. The 2022 amending Europol Regulation expands Europol’s competencies to cooperate with private parties. This article analyses Europol’s evolved autonomy and discretion vis-à-vis Member States, private parties and Union legislator, and Europol’s evolved accountability and transparency concerning these competencies. The 2022 amending Europol regulation introduces several innovations: exchanging personal data with private parties without significant restrictions and requesting data from private parties via Member States’ national units. Before the 2022 amending Europol Regulation, Europol’s autonomy and discretion were limited. Since then, Europol has significant autonomy and discretion regarding Member States, private parties and the Union legislature. Although criticism existed, and still exists, the accountability forums and transparency measures are generally sufficient to counter Europol’s autonomy and discretion.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De eerste National Risk Assessment Corruptie: 13 dreigingen die Nederland niet kan negeren

Op 12 maart 2026 publiceerde het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) de allereerste National Risk Assessment Corruptie voor Nederland. Het moment van publicatie was niet toevallig gekozen: diezelfde dag organiseerde het Ministerie van Justitie en Veiligheid het Tweede JenV Anti-Corruptiecongres. Met dit rapport krijgt Nederland voor het eerst een systematisch overzicht van de grootste corruptierisico's, gebaseerd op de oordelen van tientallen experts uit de opsporings-, handhavings- en toezichtpraktijk. De aanbiednota van het WODC vat de hoofdpunten bondig samen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Een duw(tje) in de verkeerde richting?

Twee undercoveragenten begeven zich in het uitgaansleven van Sneek. Ze proberen via een undercovertraject informatie te vergaren over de handel in harddrugs. Al snel valt in een gesprek met een tussenpersoon de naam van een vriend ‘met veel verstand van bitcoins’. Enkele dagen later ontmoeten ze deze vriend, de latere verdachte, en vertellen hem dat ze actief zijn in drugstransport. De verdachte meldt hierop dat hij op dit moment niets te vervoeren heeft, maar dat dit in de toekomst nog kan veranderen. Weken later krijgt dit een duidelijke criminele wending. De verdachte zegt ‘grotere jongens uit Leeuwarden’ te kennen, aan pillen te kunnen komen en contacten te hebben met producenten. De undercoveragenten vertellen hierop over hun afzetkanaal naar Engeland. De verdachte toont zich bereid samen te werken en heeft uiteindelijk meermaals drugs overhandigd aan de undercoveragenten. De rechtbank oordeelde in de strafzaak tegen de verdachte dat hij zich schuldig had gemaakt aan onder meer drugshandel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Naming-and-shaming-procedures: achter gesloten deuren

Naming-and-shaming door toezichthouders neemt een hoge vlucht in Nederland en dat geldt ook voor het aantal rechterlijke procedures waarmee daartegen wordt opgekomen. Met naming-and-shaming wordt gedoeld op de openbaarmaking van sanctiebesluiten en toezichtsinformatie met vermelding van de identiteit van de vermeende overtreder. Hiermee worden verschillende doelen nagestreefd. Zo is er de verwachting dat consumenten zich van de overtreder zullen afkeren en wordt gewezen op de disciplinerende werking op andere marktpartijen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verbod of verweer? Uitleg van de no-claims bepaling onder de EU-sancties

De no-claims bepaling van artikel 11 van Verordening (EU) Nr. 833/2014 beschermt partijen die EU-sancties naleven tegen vorderingen die verband houden met de niet-nakoming van door sancties geraakte contracten en transacties. Over de reikwijdte van deze bepaling bestaat aanzienlijke onzekerheid, met name ten aanzien van de vraag of artikel 11 ook in de weg staat aan de (vrijwillige) terugbetaling van vooruitbetalingen. De Europese Commissie en verschillende nationale toezichthouders stellen zich op het standpunt dat een dergelijke terugbetaling verboden is. In deze bijdrage analyseren wij de tekst, systematiek en ratio van artikel 11, bezien wij de standpunten van de betrokken toezichthouders, en bespreken wij relevante jurisprudentie. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar de opinie van de Advocaat-Generaal in de zaak Ciekuri-Shishki en de bij het HvJ EU aanhangige prejudiciële vragen in de zaak Reibel. Wij concluderen dat artikel 11 beperkt moet worden opgevat: de bepaling richt zich tot de rechter en fungeert als verweer in rechte. Een ruimere uitleg, die artikel 11 tot een de facto verbodsbepaling maakt, verdraagt zich slecht met de beschermingsgedachte van het artikel en het rechtszekerheids- en legaliteitsbeginsel. Hangende de beantwoording van de prejudiciële vragen in de verschillende lopende procedures verdient het evenwel aanbeveling voorzichtig te zijn met de terugbetaling van vooruitbetalingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Two sides of the same coin? On the practical convergence between ESG regulation and AML/CFT and its implications for banks

Environmental, Social and Governance (ESG) obligations and anti-money laundering and counter-terrorist financing (AML/CFT) requirements are commonly treated as separate regulatory regimes. In practice, banks increasingly encounter situations in which ESG-related risks and AML considerations overlap. This article explores the practical convergence between ESG regulation and AML/CFT frameworks and its implications for banks’ gatekeeping role. It shows how environmental and social misconduct may generate money laundering risks under the all-crimes approach and argues that banks should adopt an integrated, risk-based approach to effectively manage integrity and societal risks.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Redenen voor gebrekkig integriteitsbeleid

Van organisaties wordt verwacht dat zij beschikken over adequaat integriteitsbeleid, maar in de praktijk blijkt het daar nogal eens aan te ontbreken. Organisaties kunnen zo hun eigen redenen en motieven hebben om minder werk te maken van integriteit dan nodig is. In dit artikel worden 19 mogelijke motieven beschreven, geclusterd in zes thema’s. Er wordt onderscheid gemaakt naar drie typen motieven: praktische motieven (omdat de tijd en middelen daarvoor zouden ontbreken), pragmatische motieven (omdat beperkt integriteitsbeleid ook zou volstaan) en principieel/inhoudelijke motieven (omdat integriteitsbeleid niet zou werken en negatieve effecten heeft). De meeste motieven blijken bij nader inzien niet steekhoudend te zijn. Er zijn echter ook motieven die verraderlijk zijn of problemen bloot leggen en daarom extra aandacht verdienen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

WODC rapport over risico-inschatting witwassen en financieren van terrorisme bij kansspelen

Het risico op witwassen en terrorismefinanciering is nog steeds laag bij diverse loterijen, Totalisator (wedden op paarden) en de deelsector speelautomaten. Alleen bij landgebonden sportweddenschappen is het risico niet laag. Dat blijkt uit een nieuwe risicoanalyse, een herijking van eerdere analyses naar risico’s op witwassen en terrorismefinanciering. Bepaalde kansspelsectoren zouden daarom opnieuw in aanmerking kunnen komen voor een vrijstelling op het verplicht melden van verdachte transacties. Dat is van belang met het oog op (nieuwe) Europese regelgeving.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De aanpak van milieucriminaliteit: wat werkt, wat niet, en wat we nog niet weten

Milieucriminaliteit kost Nederland jaarlijks miljarden euro's en heeft ernstige gevolgen voor volksgezondheid en leefomgeving. Toch is verrassend weinig bekend over de effectiviteit van de interventies die we ertegen inzetten. Het recente WODC-rapport Eenheid in veelzijdigheid bij de aanpak van financieel-economische criminaliteit brengt dit kennistekort pijnlijk in beeld — maar biedt tegelijk concrete aanknopingspunten voor verbetering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De bewijsmaatstaf ten aanzien van onderwijsfraude: ‘aannemelijk maken’ of ‘buiten redelijke twijfel’?

De manier waarop examencommissies vermeende fraude moeten bewijzen, is de afgelopen jaren onderwerp van stevige juridische discussie geweest. Hoewel onderwijssancties inmiddels niet meer als bestraffend maar als bestuurlijke herstelsancties gelden, houdt de Afdeling bestuursrechtspraak vast aan een strafrechtelijk aandoende bewijsmaatstaf. In dit artikel wordt betoogd dat die benadering niet langer houdbaar is. Het ‘sanctionerende onderwijsrecht’ kent een roerige periode. Waar de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) ongeveer twee jaar heeft volgehouden dat de oplegging van – de meeste – sancties na fraude door examencommissies moeten worden aangemerkt als een bestraffende sanctie in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), is de Afdeling hier in een belangrijke uitspraak uit april 2025 op teruggekomen.

Read More
Print Friendly and PDF ^