De eerste National Risk Assessment Corruptie: 13 dreigingen die Nederland niet kan negeren

Op 12 maart 2026 publiceerde het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) de allereerste National Risk Assessment Corruptie voor Nederland. Het moment van publicatie was niet toevallig gekozen: diezelfde dag organiseerde het Ministerie van Justitie en Veiligheid het Tweede JenV Anti-Corruptiecongres. Met dit rapport krijgt Nederland voor het eerst een systematisch overzicht van de grootste corruptierisico's, gebaseerd op de oordelen van tientallen experts uit de opsporings-, handhavings- en toezichtpraktijk. De aanbiednota van het WODC vat de hoofdpunten bondig samen.

Waarom deze NRA er moest komen

Nederland scoort traditioneel hoog op internationale corruptie-indexen zoals de Corruption Perceptions Index van Transparency International. Dat wekt de indruk dat corruptie hier nauwelijks een probleem is. De NRA nuanceert dat beeld fors. De onderzoekers waarschuwen dat corruptie per definitie verborgen blijft en dat het ontbreken van geregistreerde incidenten niet betekent dat dreigingen zich niet voordoen. Juist die verborgenheid maakte een kwalitatieve, expertgedreven aanpak noodzakelijk.

De directe aanleiding voor het onderzoek was de rijksbrede aanpak van corruptie die de ministeries van JenV en BZK in juni 2025 presenteerden. Die aanpak werkt langs vier lijnen: inzetten op de grootste kwetsbaarheden, vergroten van de weerbaarheid van overheidsprocessen, vergroten van de weerbaarheid van de private sector, en effectief strafrechtelijk interveniëren. De NRA levert het fundament voor die eerste pijler door de dreigingen met het hoogste risiconiveau te identificeren.

Corruptie als containerbegrip

Het rapport hanteert de internationaal aanvaarde definitie van Transparency International: corruptie is het misbruik van toevertrouwde macht voor persoonlijk gewin. Die definitie omvat veel meer dan alleen omkoping. In het Wetboek van Strafrecht vallen onder het containerbegrip corruptie onder meer ambtelijke en niet-ambtelijke omkoping (artikelen 177-178a, 363-364a en 328ter-328quater Sr), maar ook ambtsdwang (artikel 179 Sr), valsheid in geschrifte (artikelen 225 en 360 Sr), verduistering van geld (artikel 359 Sr), misbruik van gezag (artikel 365 Sr), knevelarij (artikel 366 Sr) en schending van het ambtsgeheim (artikel 272 Sr). De NRA kijkt bewust breed: naar binnenlandse ambtelijke en niet-ambtelijke corruptie, en naar buitenlandse corruptie door internationaal actieve Nederlandse partijen.

Dertien dreigingen uit een longlist van 78

De kern van het onderzoek bestond uit drie expertmeetings met vertegenwoordigers van organisaties die een rol spelen bij de preventie en repressie van corruptie. In de eerste bijeenkomst identificeerden elf experts uit een longlist van 78 corruptiedreigingen de dertien dreigingen met naar hun oordeel de grootste potentiële impact. Die longlist was samengesteld op basis van deskresearch, wetenschappelijke literatuur, beschikbare casuistiek en orienterende interviews.

De dertien geselecteerde dreigingen draaien om vier typen corrumperende actoren: criminele organisaties, private partijen (zoals bedrijven), statelijke actoren (zoals buitenlandse inlichtingendiensten), en internationaal actieve Nederlandse private partijen. Aan de andere kant staan vijf categorieen van gecorrumpeerde actoren: gemeente-, provincie- en rijksambtenaren, rechtshandhavingsambtenaren, volksvertegenwoordigers en politiek bestuurders, financiele dienstverleners, en niet-financiele dienstverleners zoals advocaten, notarissen en makelaars.

Impact en weerbaarheid: de heatmap als kompas

In de tweede en derde expertmeeting scoorden de deelnemers elke dreiging op twee assen: potentiele impact (0-100) en weerbaarheid van het anti-corruptie-instrumentarium (0-100). Door die scores tegen elkaar af te zetten ontstond een heatmap die het risiconiveau van elke dreiging visualiseert.

De impactscores varieerden van 48 tot 71. De twee dreigingen met de hoogste potentiele impact betreffen rechtshandhavingsambtenaren en volksvertegenwoordigers/politiek bestuurders die gecorrumpeerd worden door criminele organisaties. Dat is niet verwonderlijk: wanneer juist de mensen die de wet handhaven of het beleid bepalen, worden gecorrumpeerd, raakt dat de kern van de rechtsorde.

Op het vlak van weerbaarheid springen de scores rond volksvertegenwoordigers en politiek bestuurders eruit, maar dan in negatieve zin. De dreiging van statelijke actoren die volksvertegenwoordigers en politiek bestuurders corrumperen kreeg de laagste weerbaarheidsscore: slechts 38 op 100. Ook de dreigingen door criminele organisaties en private partijen richting politici scoorden opvallend laag.

Politici als zwakste schakel

De meest in het oog springende conclusie is dat de drie dreigingen rond volksvertegenwoordigers en politiek bestuurders gezamenlijk het hoogste risiconiveau bereiken. Ze staan het meest linksboven in de heatmap: hoge impact, lage weerbaarheid.

De experts constateren dat er voor deze actoren in de afgelopen jaren nauwelijks incidenten aan het licht kwamen, maar achten het aannemelijk dat de dreigingen zich voordoen of kunnen voordoen. Het ontbreken van zichtbare incidenten is volgens hen geen reden tot geruststelling, maar eerder een teken van de verborgenheid van deze vorm van corruptie.

De verklaring voor de lage weerbaarheid is veelzeggend. Een transparant overzicht van de uitvoering en naleving van integriteitsbeleid voor volksvertegenwoordigers ontbreekt. Doordat volksvertegenwoordigers worden gekozen, vindt er geen screening plaats zoals bij ambtenaren. Sancties voor niet-integer handelende politieke ambtsdragers blijken in de praktijk beperkt effectief. De beschikbare juridische middelen om tot sanctionering over te gaan zijn vaak lastig inzetbaar.

Statelijke actoren: een bijzonder lastige tegenstander

De dreigingen waarbij statelijke actoren optreden als corrumperende partij scoren eveneens laag op weerbaarheid. Het internationale element maakt detectie extra moeilijk. Statelijke actoren beschikken over diplomatieke kanalen, inlichtingendiensten, mogelijkheden om desinformatie te verspreiden en middelen om complexe netwerken nog verder te versluieren. Tussen de statelijke actor en de gecorrumpeerde ambtenaar of politicus bestaat naar verwachting geen direct contact; er wordt gebruikgemaakt van tussenpersonen om de betrokkenheid te verhullen.

In de huidige geopolitieke context, waarin Nederland steeds meer investeert in defensie en veiligheid, wordt deze dreiging alleen maar actueler. De omvangrijke aanbestedingstrajecten die daarmee gepaard gaan, zijn bijzonder gevoelig voor corruptie.

Criminele organisaties en de rol van informatiemakelaars

Bij criminele organisaties als corrumperende actor wijst de NRA op een specifiek fenomeen: de inzet van zogenoemde informatiemakelaars. Dit zijn tussenpersonen die in opdracht van criminele organisaties medewerkers van publieke of private partijen aanzetten tot corrupt handelen. Zodra iemand eenmaal corrupt heeft gehandeld, ontstaat een fuik: chantage of dreiging met geweld maakt het lastig om zich aan verdere corrupte activiteiten te onttrekken.

De mechanismen variëren per corrumperende actor. Bij criminele organisaties gaat het naast omkoping om dwang en geweld. Bij private partijen speelt vriendjespolitiek en sociale druk vanuit het eigen netwerk een grotere rol. Bij internationaal actieve Nederlandse bedrijven vormt de inzet van lokale agenten en consultants in het buitenland een belangrijk corruptierisico, met name in sectoren als (mijn)bouw, defensie, farma en vastgoedontwikkeling.

Wat betekent dit voor de praktijk?

De NRA concludeert dat het niet zozeer ontbreekt aan relevante instrumenten, maar dat de naleving van bestaand integriteitsbeleid te wensen overlaat. De onderzoekers noemen verschillende concrete verbeterpunten.

Een eerste punt betreft het aannamebeleid. Personen die bij een eerdere werkgever zijn vertrokken vanwege integriteitsschendingen, kunnen nu relatief eenvoudig elders aan de slag. Zogenaamde "jobhopping" bij integriteitsschendingen moet in grotere mate worden voorkomen. Een tweede punt betreft de inzet van externen. Wanneer baliemedewerkers van een gemeente via een uitzendbureau worden ingezet, brengt dat specifieke corruptierisico's met zich mee waar onvoldoende aandacht voor is. Een derde punt is de rol van leidinggevenden. De weerbaarheid neemt toe wanneer leidinggevenden periodiek aandacht besteden aan het belang van naleving van het geldende integriteitsbeleid, zelf het goede voorbeeld geven, dat uitdragen en een open cultuur creëren waarin werknemers zich vrij voelen om integriteitskwesties te melden.

Toekomstige dreigingen

Het rapport signaleert ook dreigingen die in de nabije toekomst actueel kunnen worden. Naast de al genoemde defensie-investeringen wordt gewezen op grote aanbestedingstrajecten op het terrein van milieu en verduurzaming. Technologische ontwikkelingen spelen eveneens een rol: omkoping via cryptocurrency maakt detectie nog lastiger, en ook de inzet van kunstmatige intelligentie kan onderdeel worden van de modus operandi van corrumperende actoren.

Relevantie voor het bijzonder strafrecht

Voor de praktijk van het bijzonder strafrecht is deze NRA om meerdere redenen van groot belang. Ten eerste biedt het rapport een wetenschappelijk onderbouwd kader voor de prioritering van opsporings- en vervolgingscapaciteit. De schaarse capaciteit bij de Rijksrecherche, FIOD en het OM kan gerichter worden ingezet op de dreigingen met het hoogste risiconiveau.

Ten tweede maakt de NRA duidelijk dat corruptiebestrijding niet uitsluitend een strafrechtelijke aangelegenheid is. De lage weerbaarheidsscores wijzen op tekortkomingen in het preventieve instrumentarium die niet met het strafrecht alleen kunnen worden opgelost. De combinatie van preventie en repressie is essentieel.

Ten derde biedt de NRA een ijkpunt voor toekomstige assessments. Het kabinet is voornemens de NRA periodiek te laten actualiseren, waardoor de ontwikkeling in risico's kan worden gemonitord. Dat maakt het mogelijk om te beoordelen of ingezet beleid daadwerkelijk effect sorteert.

Slot

De eerste NRA Corruptie laat zien dat het beeld van Nederland als corruptievrij land bijstelling behoeft. De dertien geïdentificeerde dreigingen zijn reëel, de weerbaarheid is op cruciale punten ontoereikend, en de verborgenheid van corruptie maakt het probleem groter dan de beschikbare cijfers suggereren. Voor iedereen die werkzaam is in het bijzonder strafrecht, de compliance of de integriteitshandhaving, is dit rapport verplichte kost.

Het volledige rapport is beschikbaar via het WODC Repository. De aanbiednota biedt een beknopt overzicht van de hoofdpunten.

Print Friendly and PDF ^