Artikel: Dividendstripping revealed (deel 3)

In deze derde bijdrage zijn we dan eindelijk aangekomen bij de beantwoording van de vraag of dividendstripping legaal is of fraude. De vraag of dividendstripping op legale belastingontwijking of illegale belastingontduiking neerkomt, kan niet worden beantwoord zonder een omschrijving van beide begrippen. In paragraaf 2 wordt die omschrijving gegeven en vervolgens wordt het onderscheid besproken tussen dividendstripping en wat in de parlementaire geschiedenis normale effectentransacties werden genoemd. Om tot de conclusie te kunnen komen dat dividendstripping fraude is, moet worden bewezen dat er een strafbaar feit is gepleegd. In paragraaf 3 wordt ingegaan op de strafbare feiten die, nadat is komen vast te staan dat er dividend is gestript, van toepassing kunnen zijn: art. 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen (de onjuiste belastingaangifte) en art. 225 lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht (valsheid in geschrifte). In paragraaf 4 wordt uitgebreid op het opzet ingegaan, op het weten dat er dividend is gestript en het weten en bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat de belastingaangifte onjuist of het teruggaafverzoek vals is. Paragraaf 5 tot slot is gewijd aan het pleitbare standpunt dat, als voorhanden, tot de conclusie leidt dat er (alsnog) geen strafbaar feit en daarmee geen fraude is. De afsluiting van deze bijdrage en het antwoord op de vraag of dividendstripping legaal is of fraude, volgt in paragraaf 6.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Field Evidence on the Impact of Anti-Bribery Policies on Employee Knowledge and Corrupt Behavior

Companies increasingly adopt internal norms to enhance compliance with legal rules. However, the rapid growth in volume and complexity of such internal rules may obstruct employee knowledge and understanding of such internal rules, and therefore also their compliance. The present study seeks to understand whether shorter and more accessible formats of internal company norms will yield better knowledge and understanding of such norms.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De bedenkelijke figuur van de buitenwettelijke kwalificatieuitsluitingsgrond

In de rechtspraak is bij diverse delicten een buitenwettelijke kwalificatie-uitsluitingsgrond aanvaard. Dat wil zeggen dat, ook al wordt in een concreet geval het feit bewezenverklaard en zijn alle bestanddelen van de betreffende delictsomschrijving vervuld, toch geen kwalificatie als het betreffende delict kan plaatsvinden, en wel om redenen die niet gelegen zijn in onverbindendheid van de delictsomschrijving, de aanwezigheid van een lex specialis of het niet of niet meer gelden van de delictsomschrijving. De figuur van de buitenwettelijke kwalificatie-uitsluitingsgrond wordt in de rechtsliteratuur doorgaans weinig kritisch benaderd maar dat wil niet zeggen dat er geen reden is voor een kritischer opstelling. Andere wegen verdienen de voorkeur.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Overzicht antiwitwaswetgeving 2024

In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen in 2024 op het gebied van antiwitwaswetgeving, voor zover dat van belang is voor Nederland. Dit overzicht is een actualisering van het overzicht antiwitwaswetgeving uit 2023.2 De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) is de basis van de antiwitwaswetgeving in Nederland. Er zijn continu veranderingen, niet alleen op nationaal maar ook op Europees en mondiaal niveau. Het overzicht is niet beperkt tot financiële instellingen maar gaat ook in op belangrijke ontwikkelingen voor advocaten, notarissen en andere niet-financiële instellingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Tuchtrecht ≠ Strafrecht

Voor u ligt, zoals elk jaar, een themanummer van Tijdschrift Tuchtrecht. Het thema van de Tijdschrift Tuchtrecht special 2025 is: Tuchtrecht en Strafrecht. Zoals u van ons gewend bent: een gehele editie gevuld met diverse artikelen en annotaties binnen dit thema. Een thema dat vaker in de aandacht stond en nog steeds staat, en waarover er inmiddels al veel is geschreven. Dit themanummer vormt hieraan, wat mij betreft, een waardevolle toevoeging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Het belang van de feitenrechtspraak in het (bijzonder) strafrecht

Van oudsher wordt in de juridische opleiding een sterke nadruk gelegd op de bestudering van de rechtspraak van de Hoge Raad. Die jurisprudentie zou gelet op de rechtsvormende taak van de Hoge Raad cruciaal zijn om het recht te kennen. Toch is een bestudering van alleen de cassatierechtspraak daarvoor echt niet voldoende. Juist ook in het strafrecht (financieel-economisch) is bestudering van feitenrechtspraak cruciaal. Op veel deelterreinen daarvan verschaft de cassatierechter wel enige piketpalen, maar laat hij de feitenrechter tegelijkertijd juist veel ruimte om te bepalen welke feiten en omstandigheden van belang zijn en daar juridische gevolgen aan te verbinden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Uitgangspunten en aandachtspunten voor toezicht en handhaving van CSRD en CSDDD

De Europese Unie (EU) streeft ernaar om uiterlijk in 2050 het eerste continent te zijn dat klimaatneutraal is. Dit doel wordt nagestreefd door middel van allerhande vormen van duurzaamheidswetgeving, waarvan de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) en ­de Corporate Sustainability Due Diligence Directive ­(CSDDD) momenteel het meest in het oog springen. Deze richtlijnen concentreren zich niet alleen op de klimaatimpact van bedrijven, maar ook op hun bredere duurzaamheidsstrategie. De CSRD roept in dat kader met name rapportageverplichtingen in het leven, terwijl de CSDDD hoofzakelijk leidt tot onderzoeksverplichtingen. Beide richtlijnen richten zich voornamelijk op de grootste bedrijven die in Europa actief zijn. Ook in de afgelopen maanden stonden de CSRD en CSDDD weer in de schijnwerpers.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Recht op rechtsbijstand in het punitieve bestuursrecht: adequate rechtsbescherming?

Sinds 2024 kan niemand in handhavingsland er meer omheen: het recht op rechtsbijstand in punitieve bestuursrechtelijke procedures. De Hoge Raad was op 6 september 2024 de eerste hoogste bestuursrechter die het recht van toepassing verklaarde in een bestuursrechtelijke (fiscale) boetezaak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) volgde op 24 december 2024 met onderhavige uitspraak. Deze uitspraak is annotatiewaardig, omdat de Afdeling duidelijk maakt in hoeverre een overtreder in het bestuursrecht recht heeft op rechtsbijstand, vanaf welk moment een overtreder moet worden gewezen op het recht en wat het gevolg is als een bestuursorgaan hier ten onrechte niet op wijst.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Laveren kun je leren: de verschuivende zorgplicht in artikel 13b Opiumwet

Wanneer een middel als bedoeld op lijst I of II van de Opiumwet wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt, of daartoe aanwezig is, is de burgemeester van een gemeente bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang. Artikel 13b Opiumwet geeft die bevoegdheid. Deze bestuursdwang betreft in de praktijk de sluiting van een woning voor enkele maanden, één of meer jaren, of zelfs een sluiting voor onbepaalde tijd. Als de bevoegdheid om een woning of pand te sluiten gegeven is, maakt dat nog niet dat het bevoegde bestuursorgaan in al die gevallen gebruik mag maken van die bevoegdheid. Bij het besluit tot oplegging van de last onder bestuursdwang wordt immers ook getoetst of de gevolgen van het besluit voor een betrokkene niet onevenredig zijn in verhouding tot de met de woningsluiting te dienen doelen. Makkelijker gezegd: een bevoegd bestuursorgaan maakt nog geen evenredig besluit.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Functioneel daderschap: beschikken en/of aanvaarden?

De discussie over de criteria voor functioneel daderschap heeft een nieuwe impuls gekregen door de ontwikkeling in het bestuursrecht. Zoals bekend heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) op dit punt aansluiting gezocht bij het strafrecht. Die aansluiting betekent volgens de Afdeling dat het functionele daderschap, voor zover het natuurlijke personen betreft, wordt vastgesteld aan de hand van de bekende IJzerdraad-criteria. Kort gezegd houden die in dat de functionele dader kon beschikken over het al dan niet plaatsvinden van de fysiek door de ander verrichte verboden gedraging (beschikkingsmacht) en dat hij die gedraging heeft aanvaard, waarbij onder dit aanvaarden mede is begrepen het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de verdachte kon worden gevergd met het oog op de voorkoming van de gedraging.

Read More
Print Friendly and PDF ^