Artikel: Inspecteurs met voeten in de klei

Agrariërs zijn in Nederland gebonden aan een scala van milieuregels, te vinden in onder andere de Wet ammoniak, de Wet geurhinder en de Wet natuurbescherming. Het grote contrast tussen deze regels op papier en de praktijk is een terugkerend thema in de actualiteit en academische literatuur. Een belangrijke factor hierbij lijkt ook de relatieve laisser-faire houding van de overheid ten opzichte van handhaving van milieuregels, waardoor toezien op naleving in toenemende mate afhankelijk is van de inzet van burgers en milieuorganisaties. Naast wettelijke basisvereisten is het voor agrariërs ook mogelijk om zich vrijwillig te committeren aan additionele regelingen op het gebied van onder andere biodiversiteit en landschap. Hiervoor is in Nederland het ‘Agrarisch natuur- en landschapsbeheer’ (ANLb) in het leven geroepen, een beleidsinstrument waarbij agrariërs subsidies kunnen ontvangen voor het uitvoeren van maatregelen zoals het aanleggen van bloemrijke akkerranden voor akkervogels en het uitstellen van werkzaamheden op percelen waar weidevogels broeden. Deze ANLb-subsidies zijn onderdeel van het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en worden gecofinancierd door de Nederlandse overheid en de Europese Unie. Een goede naleving van de regels die gelden voor agrarisch natuurbeheer staat aan de basis van rechtmatige en doelmatige besteding van deze subsidiegelden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Toegang tot het recht

In september 2021 stelde de toenmalige Minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker vast dat je van de gedupeerden van de toeslagenaffaire niet kunt zeggen dat ze geen toegang tot het recht hadden. ‘Want ze kwamen uiteindelijk wel bij de Raad van State. Alleen werden ze daar in het ongelijk gesteld.’ Drie maanden later verbond journalist Folkert Jensma de volgende conclusie aan het feit dat steeds minder mensen met een rechtsprobleem een beroep doen op rechters of advocaten: ‘Toegang tot het recht is een geloofsartikel, maar de burger stemt met de voeten.’ En weer twee weken later waarschuwde de Nationale ombudsman dat het fenomeen OM-afdoening op gespannen voet staat met de toegang tot recht (zonder het) van slachtoffers. Drie sprekers, drie interpretaties, de tijd lijkt rijpt om het concept toegang tot het recht aan een nadere inspectie te onderwerpen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The Anti-Money-Laundering Directive and the ECJ’s Jurisdiction on Data Retention

Early in its development, the EU’s anti-money laundering (AML) scheme was already criticized for its interference with the fundamental rights to privacy. Quite recently, some scholars have highlighted that customer due diligence obligations constitute a massive retention of financial data. Consequently, they have tried to apply the ECJ’s findings on data retention of telecommunication traffic data to the AML framework. Financial data is quite legitimately seen as a honeypot for law enforcement authorities, which makes a comparison between retention of financial data and retention of telecommunication traffic data readily apparent. Surprisingly, not much attention is paid to the AML framework in this context, compared to the pile of comments telecommunication data. Not even the EDPS mentioned data retention as a problem in his opinion of the EU’s action plan on money laundering in 2020. It is thus also not surprising that no alterations to the retention obligations can be found in the recently proposed AML Regulation. The question arises: does the AML scheme really compare as easily to the prominent data retention of telecommunication meta data after all? As yet another AML package lies ahead of us, it is time to have a look at why the EU legislator does not seem to be intimated by the ECJ’s case law regarding its AML framework.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De nieuwe voorwaardelijke invrijheidstelling

In juli 2021 is het Wetsvoorstel straffen en beschermen in werking getreden. Hiermee is de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) op twee punten aangepast. Het recht op v.i. is niet meer vanzelfsprekend. Voorheen had iedere gedetineerde recht op v.i., behalve als door de rechter werd bepaald dat in een individueel geval de v.i. niet geschikt was. In het nieuwe stelsel bepaalt het Openbaar Ministerie na twee derde van de opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor iedere gedetineerde of deze in aanmerking komt voor v.i. Ook de duur van de v.i. is aangepast. Vóór de wetswijziging kwamen gedetineerden na twee derde van de opgelegde gevangenisstraf voorwaardelijk vrij. De omvang van de v.i. blijft in het nieuwe stelsel een derde van de opgelegde straf, maar is ze gemaximeerd op twee jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Beyond Freezing?

Since 2014 persons allegedly involved in or supporting the undermining or threatening of the territorial integrity, sovereignty and independence of Ukraine are subject to freezing measures against their property and other financial resources within the European Union. As part of several comprehensive political and economic sanctioning packages initiated by the Commission and the Council after the invasion of February 2022, these financial sanctions have been significantly extended, currently targeting, inter alia, some 1,200 individuals, most of them of Russian nationality. This article provides a general overview of the concept of the EU's so-called targeted ("smart") sanctions and the adaption of this instrument to Russia's warfare in Ukraine, followed by an exploration of the plans for a further tightening of such measures as proposed by the European Commission. The intention is to go beyond the – temporary – freezing of assets owned by listed individuals and entities, thus promoting their seizure and confiscation. The new extended measures introduced quite recently in Germany clearly anticipate this new policy direction. They can be seen as a blueprint and have been depicted as point of reference for a critical analysis of such symbolic legislative activism which raises serious fundamental rights concerns.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De wederzijdse erkenning van confiscatiebevelen: de innovatieve aspecten van Verordening (EU) 2018/1805

De grensoverschrijdende tenuitvoerlegging van confiscatiebevelen werd recent door Verordening (EU) 2018/1805 op enkele belangrijke punten gewijzigd. In deze bijdrage worden de meest innovatieve aspecten toegelicht. Zo wordt achtereenvolgens stilgestaan bij de ruime werkingssfeer van de verordening; de termijn waarbinnen de uitvoerende autoriteit een beslissing betreffende de erkenning en tenuitvoerlegging moet nemen; de weigering indien de tenuitvoerlegging zou leiden tot een manifeste schending van een grondrecht; en de aandacht voor slachtoffers en getroffen personen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Het Europees Openbaar Ministerie en het hervormde OLAF uit de startblokken

De strijd tegen fraude die ten koste kan gaan van EU-middelen heeft een nieuwe impuls gekregen. Op 1 juni 2021 is het Europees Openbaar Ministerie (EOM) met zijn werkzaamheden begonnen. Het EOM is een onafhankelijk vervolgingsorgaan dat, in het kort, bevoegd is om strafbare feiten die ten koste gaan van de begroting van de Europese Unie (EU) te onderzoeken, te vervolgen en voor de nationale strafrechter te brengen. Daarmee hebben de deelnemende lidstaten het vervolgingsmonopolie op dit gebied deels in de handen van de EU gelegd. De komst van het EOM brengt ook veranderingen met zich voor de rol en de taakuitoefening van het Europees bureau voor fraudebestrijding (OLAF). OLAF krijgt een ondersteunende rol voor het EOM en wordt uitgerust met nieuwe bevoegdheden die zijn doeltreffendheid moeten vergroten. In deze bijdrage gaan wij in op deze ontwikkelingen en leggen daarbij de ­nadruk op het spanningsveld rond deze bevoegdheids­overdracht en de noodzaak om te voorzien in effectieve procedurele waarborgen. Wij geven allereerst een korte omschrijving van het EOM en zijn bevoegdheden, en gaan kort in op enkele aspecten van de Nederlandse deelname aan het EOM. Vervolgens bespreken wij de veranderingen voor OLAF. Wij besteden eerst aandacht aan de rolverdeling tussen het EOM en OLAF. Daarna staan wij stil bij de veranderingen die strekken tot verbetering van de doeltreffendheid van onderzoeken door OLAF, de uitbreiding van zijn onderzoeksbevoegdheden en de nieuwe procedurele waarborgen die daartegenover staan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Collectieve externe bestuurdersaansprakelijkheid voor misleidende tussentijdse cijfers

In de uitspraak waar deze noot bij is geschreven wordt een bestuurder ex artikel 2:249 BW aansprakelijk gehouden voor misleidende tussentijdse cijfers. Het oordeel van de rechtbank bestrijkt een aantal interessante aspecten van artikel 2:249 BW, waaronder de kwalificatie ‘tussentijdse cijfers’, de toe te passen misleidingsnorm en de vraag of een persoonlijk ernstig verwijt moet worden vastgesteld. In deze bijdrage staat de auteur daarbij stil.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Het voorstel van de Europese Commissie voor een richtlijn inzake passende zorgvuldigheid op het gebied van duurzaamheid: een kritische verkenning

In het voorjaar van 2021 besprak de auteur reeds de aankondiging van de Europese Commissie om met een voorstel voor een richtlijn op het gebied van duurzame corporate governance te komen. Met de nodige vertraging is dit voorstel op 23 februari 2022 gepresenteerd, nu met een nieuwe naam: de Corporate Sustainability Due Diligence Directive, of in het Nederlands: de richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid. Hoewel het voorstel op punten afwijkt van de in het voorgaande artikel besproken verwachtingen, blijft de kern van het eerdere betoog staan: de consequenties van deze richtlijn laten zich nauwelijks overschatten, nu zij grote ondernemingen verplichten een voortdurende due diligence uit te voeren op het gebied van milieu en mensenrechten, waarvan de naleving door bestuurders en commissarissen zal moeten worden gemonitord.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Vrijbriefje om naar zwarte lijsten te verwijzen?

In een notendop gaat het onderliggende geschil over de verwijdering van onwelgevallige zoekresultaten bij Google. Oftewel over de toepassing van het recht om vergeten te worden. Hierbij botsen juridisch een aantal grondrechten: enerzijds het recht op eerbiediging van het privéleven en de bescherming van persoonsgegevens van een plastisch chirurg, anderzijds de vrijheid van meningsuiting en van informatie van Google als exploitant van een zoekmachine. De afweging van voornoemde grondrechten vond in de rechtsstrijd plaats via art. 17 jo. art. 21 AVG. De Hoge Raad liet de beschikking van het Hof Amsterdam in stand, die al eerder in dit tijdschrift aan de orde kwam. Google moet volgens de Hoge Raad kunnen blijven verwijzen naar de betreffende online zwarte lijsten, waarop ook de verzoekster tot cassatie vermeld stond.

Read More
Print Friendly and PDF ^