Chauffeur bij bankhelpdeskfraude: rechtbank Limburg ziet medeplichtigheid waar OM medeplegen vorderde

De rechtbank Limburg veroordeelde op 28 april 2026 een vader die zijn zoon naar slachtoffers van bankhelpdeskfraude reed wegens medeplichtigheid, niet medeplegen. Hoewel de verdachte via een Snapchatgroep aantoonbaar wetenschap had van de fraude, achtte de rechtbank zijn bijdrage als chauffeur onvoldoende zwaarwegend voor medeplegen, mede omdat hij niet meedeelde in de buit. Hij kreeg een taakstraf van 240 uur, lager dan de geëiste negen maanden gevangenisstraf, mede vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank wees de gevorderde schadevergoedingsmaatregelen af, omdat onduidelijk was of de slachtoffers of hun banken de feitelijke schade droegen. Het vonnis illustreert de casuïstische afgrenzing tussen artikel 47 en 48 Sr en contrasteert met een arrest van het hof 's-Hertogenbosch waarin een vergelijkbare chauffeursrol wel als medeplegen werd gekwalificeerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank Oost-Brabant: omkoping boa voor raadplegen kentekenregister rechtvaardigt onvoorwaardelijke gevangenisstraf ondanks first offender en kostwinnerschap

Rechtbank Oost-Brabant 30 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2737 (hoofdzaak) en ECLI:NL:RBOBR:2026:2740 (ontneming)

De rechtbank veroordeelt een verdachte voor omkoping van een bijzonder opsporingsambtenaar en voor het voorhanden hebben van een gasdrukpistool. De verdachte plaatst gedurende ruim een jaar advertenties in Telegramgroepen waarin hij tegen betaling kentekengegevens aanbiedt, die hij verkrijgt via een boa met toegang tot gemeentelijke systemen. De rechtbank acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen en legt een gevangenisstraf op van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. In de gelijktijdig behandelde ontnemingsprocedure stelt de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 2.559,50 en wijst zij de vordering integraal toe. De rechtbank weegt mee dat de verdachte first offender is, openheid van zaken geeft en kostwinner is, maar acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf onontkoombaar gelet op de schending van het publieke vertrouwen en de potentiële gevaarzetting bij het verstrekken van persoonsgegevens.

Read More
Print Friendly and PDF ^

"Veilig stellen" van geld is al toe-eigenen

Op 29 april 2026 veroordeelde de rechtbank Midden-Nederland een boekhouder voor verduistering in dienstbetrekking van € 72.500 en drie bedrijfsauto's tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden en een taakstraf van 120 uur. De rechtbank oordeelt dat het door de verdachte gestelde "veilig stellen" van het geld op zichzelf al wederrechtelijke toe-eigening oplevert, omdat hij vanaf het moment van overboeking als heer en meester over het geld kon beschikken. Ondanks een forse overschrijding van de redelijke termijn legt de rechtbank een zwaardere modaliteit op dan de officier van justitie eiste, met als motivering dat de ernst van de feiten en de proceshouding van de verdachte een stok achter de deur rechtvaardigen. Bij de vordering benadeelde partij merkt de rechtbank de advocaatkosten gemoeid met de artikel 12 Sv-procedure aan als rechtstreekse schade, omdat zonder die procedure de strafzaak geen doorgang zou hebben gevonden. De toegewezen materiële schade bedraagt € 80.510,22, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 april 2016.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank spreekt payrollbedrijf én bestuurder vrij in onderzoek 26Donau

De Rechtbank Overijssel sprak op 22 april 2026 zowel een payrollbedrijf als zijn bestuurder vrij van het witwassen van € 496.768,50 aan schoolgelden, betaald aan een particuliere internationale school in Rotterdam in het kader van onderzoek 26Donau. De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie onvoldoende onderzoek had gedaan naar de omzet en jaarstukken van de vennootschap, en dat de stelling dat de schoolgelden uit winstreserves waren betaald steun vond in de administratie. Aannames over contante geldstromen vanuit de criminele organisatie konden volgens de rechtbank niet worden onderbouwd, en ook het subsidiaire belastingfraude-argument hield geen stand omdat de Belastingdienst was uitgegaan van grove schuld in plaats van opzet. De bestuurder werd daarnaast vrijgesproken van het valselijk opmaken van vier facturen, omdat (voorwaardelijk) opzet op de valsheid niet kon worden vastgesteld gelet op de afhankelijkheid van een payrollbedrijf van door de inlener aangeleverde urenstaten. Hoewel de rechtbank de gehanteerde constructie als ‘dubieus’ kwalificeerde, ontbrak het wettig en overtuigend bewijs voor zowel het primaire en subsidiaire witwassen als de valsheid in geschrifte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Lava Jato in Nederland: rechtbank sluit Braziliaans bewijsmateriaal uit maar veroordeelt kartrekker en medeverdachten voor internationale corruptiestructuur rondom Braziliaans bouwconcern

Rechtbank Overijssel 20 april 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2183 (kartrekker), ECLI:NL:RBOVE:2026:2197 (broer/feitelijk leidinggevende derde vennootschap) en ECLI:NL:RBOVE:2026:2190 (derde vennootschap als rechtspersoon)

De Rechtbank wijst drie vonnissen in onderzoek Maquina, gericht tegen twee broers en drie Nederlandse vennootschappen die als doorstroomlichamen fungeren in een internationale fraudestructuur met een Zuid-Amerikaans bouwconglomeraat. De vennootschappen sluiten geantedateerde en fictieve contracten waarmee miljoenen aan geldstromen worden afgedekt, terwijl het concern blijkens een plea agreement met de Amerikaanse Department of Justice met deze constructie wereldwijd steekpenningen aan overheidsfunctionarissen kan betalen. De rechtbank sluit Braziliaans bewijsmateriaal uit het Lava Jato-onderzoek uit wegens onherroepelijk vastgestelde structurele vormverzuimen, maar acht het Openbaar Ministerie ontvankelijk omdat de Nederlandse opsporing op eigen kracht een redelijk vermoeden van schuld kon aannemen.

Read More
Print Friendly and PDF ^