GGZ-instelling moet calamiteitenrapport openbaar maken na (zelf)doding patiënten

Hoge Raad 3 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1107

De strafkamer van de Hoge Raad heeft het cassatieberoep van een GGZ-instelling tegen de afgifte van een calamiteitenrapport in een medische strafzaak afgewezen. Het Openbaar Ministerie had het rapport bij de instelling opgevraagd om het overlijden van twee patiënten, die tevens bewoners waren, te onderzoeken. De ene patiënt, een man, had zijn vrouw – eveneens patiënte – omgebracht en daarna zelfmoord gepleegd. Er waren voorafgaand aan deze gebeurtenissen signalen die erop wezen dat dit zou kunnen gebeuren. Het strafrechtelijk onderzoek is gericht op de vraag of de GGZ-instelling of haar medewerkers hiervoor strafrechtelijk verantwoordelijk kunnen worden gehouden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling valsheid in geschrift (facturen en overeenkomst van geldlening), vrijspraak feitelijk leiding geven aan witwassen van een woning

Gerechtshof Den Haag 9 april 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:542

In deze zaak wordt de verdachte beschuldigd van meerdere strafbare feiten waaronder valsheid in geschrift (facturen en een overeenkomst van geldlening) en feitelijk leiding geven aan witwassen van een woning. Verdachte wordt vrijgesproken van het feitelijk leiding geven aan witwassen, nu niet kan worden vastgesteld dat deze woning uit misdrijf afkomstig is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verzoek tot vervolging wegens meineed en valsheid in geschrift tegen raadsheren afgewezen: geen strafbare feiten vastgesteld

Gerechtshof Amsterdam 8 augustus 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2237

Klager deed op 27 mei 2023 aangifte van meineed en valsheid in geschrift tegen twee rechters (A en B) van het gerechtshof Den Haag. Hij beweerde dat zij een valse verklaring hadden afgelegd tijdens een wrakingsprocedure naar aanleiding van een civiele zaak waarin hij betrokken was. Volgens klager bleek uit een heimelijk gemaakte opname dat de rechters al een beslissing hadden genomen voordat de mondelinge behandeling plaatsvond en dat hij geen kans kreeg om te reageren op nieuwe ontkenningen tijdens de wrakingszitting. Het hof oordeelde dat er geen sprake is van meineed, omdat de schriftelijke verklaring van de rechters niet onder ede was afgelegd. Er is ook geen valsheid in geschrift, omdat de verklaring niet bedoeld is als bewijsstuk en er geen opzet of oogmerk tot misleiding was. Het hof ziet geen reden voor strafvervolging, en klagers verzoek wordt afgewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak na laten verwijderen asbest zonder eerst inventarisatierapport te laten opmaken

Gerechtshof Amsterdam 1 augustus 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2166

Het hof bevestigt het vonnis waarin de verdachte is vrijgesproken. Verdachte heeft een dakkapel laten verwijderen, zonder eerst een asbest inventarisatierapport te laten opmaken. Het hof is, met de rechtbank, van oordeel dat redelijkerwijs niet te verwachten was dat in deze dakkapel asbest was toegepast.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoe werkt de strafrechtelijke vervolging van een (ontbonden) maatschap?

Hoge Raad 9 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:903

De verdachte in deze strafzaak betreft een maatschap die bij vonnis van de rechtbank Overijssel bij verstek is veroordeeld wegens – kort gezegd – het meermalen plegen van valsheid in geschrift en het overtreden van de Wet dieren. De maatschap was ten tijde van de verstekbehandeling in eerste aanleg reeds ontbonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Witwassen: is bij het verbergen of verhullen het effect van het handelen doorslaggevend of de intentie van de verdachte?

Hoge Raad 25 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:887

Centraal in deze strafzaak staan de handel in en het contant maken van bitcoins, waarbij een verdenking van witwassen is gerezen. Terecht staan de (ver)kopers van bitcoins. Naast strafzaken waren er tegen vier personen tevens vorderingen tot profijtontneming aanhangig.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wanneer kunnen verklaringen van een inmiddels overleden getuige voor het bewijs worden gebruikt, als verdediging niet het ondervragingsrecht heeft kunnen uitoefenen?

Hoge Raad 9 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1007

Voor de beoordeling of wordt voldaan aan de eisen van een eerlijk proces, is het gewicht van de verklaring van de betreffende getuige in de bewijsconstructie een belangrijke beoordelingsfactor. Dat doet er echter niet aan af dat ook de aanwezigheid van een goede reden voor het niet kunnen ondervragen van de getuige en het bestaan van compenserende factoren in die beoordeling moeten worden betrokken, waarbij al deze beoordelingsfactoren in onderling verband moeten worden beschouwd. Naarmate het gewicht van de verklaring van de getuige groter is, is het – wil de verklaring voor het bewijs kunnen worden gebruikt – des te meer van belang dat een goede reden bestaat voor het niet bieden van een ondervragingsgelegenheid en dat compenserende factoren bestaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van een rechtspersoon voor medeplegen van oplichting bij vastgoedtransactie woningbouwvereniging

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 5 juni 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:1915

De verdachte, een rechtspersoon, zou betrokken zijn geweest bij het medeplegen van oplichting, in de periode van 23 juni 2005 tot en met 21 maart 2006. Deze oplichting vond plaats in het kader van de aankoop van een vastgoedproject te Terneuzen, door de woningbouwvereniging. De verdachte zou samen met anderen, onder wie de directeur van de woningbouwvereniging (medeverdachte 1), gebruik hebben gemaakt van een AB-BC-constructie, waarbij een aanzienlijke waardesprong van het vastgoed werd gerealiseerd door tussenkomst van een vennootschap (B.V. 2) die voor een aanzienlijk hoger bedrag diezelfde dag doorverkocht aan de woningbouwvereniging. Dit resulteerde in een opmerkelijke prijsstijging van circa 475.000 euro. Daarbij werd gebruik gemaakt van valse namen, hoedanigheden, en misleidende verklaringen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Schending verbaliseringsplicht en onrechtmatige doorzoeking auto leiden tot integrale bewijsuitsluiting

Rechtbank Den Haag 22 augustus 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:13483

Doordat zowel de verbaliseringsplicht is geschonden als een onrechtmatige doorzoeking heeft plaatsgevonden, is de rechtbank van oordeel dat het recht van de verdachte op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM in ernstige mate is geschonden. Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van het voorgaande in deze zaak niet worden volstaan met een andere sanctie dan integrale bewijsuitsluiting. Daardoor resteert er geen bewijs meer in het dossier. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van de hem ten laste gelegde feiten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Duo uit Apeldoorn veroordeeld voor zorgfraude

De rechtbank veroordeelt een 27-jarige man uit Apeldoorn tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 voorwaardelijk en een 29-jarige vrouw uit Apeldoorn tot de maximale taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden. De rechtbank veroordeelt hen voor het plegen van valsheid in geschrift en het gebruik maken van die valse geschriften. 

Read More
Print Friendly and PDF ^