Celstraf voor vrouw die zich voordeed als arts

Rechtbank Overijssel 13 december 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:4681

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 33-jarige vrouw tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. De vrouw had een ziekelijke drang om als arts te werken en vervalste daarom een diploma geneeskunde, een paspoort, een CV en een zorgregistratie. Deze documenten gebruikte ze succesvol bij zeker 15 sollicitatieprocedures, waar zij ook aan de slag ging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bestuurder en enig aandeelhouder zorgbedrijf veroordeeld voor zorgfraude

Rechtbank Rotterdam 2 december 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:11910

De verdachte en haar medeverdachte hebben gedurende twee jaar zorgfraude gepleegd door feitelijk leiding te geven aan het valselijk opmaken van diverse zorgfacturen door hun zorgbedrijf en het indienen hiervan bij zorgkantoren en zorgverzekeraars. Daartoe maakten zij en haar medeverdachte valse facturen en urenoverzichten op. Met de fraude ontvingen zij op die manier nagenoeg het gehele door het zorgkantoor aan de cliënten toegekende zorgbudget, terwijl in werkelijkheid geen of minder zorg werd verleend aan de cliënten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over verplichting van de Staat tot het bieden van rechtsherstel als het EHRM in een uitspraak een schending van een verdragsregel heeft vastgesteld

Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1884

De aanvraag tot herziening houdt verband met de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 19 januari 2021 in de zaak van Keskin tegen Nederland. In de aanvraag tot herziening wordt naar voren gebracht dat het EHRM in deze uitspraak heeft vastgesteld dat art. 6, eerste lid in samenhang met het derde lid onder d, EVRM is geschonden in de procedure die tot de veroordeling van de aanvrager heeft geleid.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Frauduleuze schijnconstructie voor verkrijgen hogere subsidie

Rechtbank Oost-Brabant 14 december 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:6479

Verdachte heeft om een hogere subsidie te verkrijgen samen met anderen welbewust een frauduleuze schijnconstructie op laten zetten, valse documenten laten opmaken en gebruikt en subsidie voor andere doeleinden gebruikt dan waarvoor de subsidie bedoeld was. Dit heeft verdachte gedaan door te doen alsof hij zijn varkensbedrijf verplaatste, terwijl hij zijn bedrijf in werkelijkheid heeft beëindigd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HvJ-EU: hogere nationale rechter kan lagere rechter niet belemmeren om prejudiciële vragen aan het EU-Hof te stellen

HvJ-EU 23 november 2021, C-564/19 (IS)

Het Unierecht verzet zich ertegen dat een hoogste nationale rechterlijke instantie, naar aanleiding van een door een procureur-generaal in het belang van de wet ingestelde hogere voorziening, vaststelt dat een bij het EU-Hof ingediend verzoek van een lagere rechter om een prejudiciële beslissing onrechtmatig is omdat de gestelde prejudiciële vragen niet relevant en noodzakelijk zijn voor de beslechting van het hoofdgeding. Een nationale rechter is verplicht ingevolge het Unierechtelijke voorrangsbeginsel om elke nationale rechterlijke praktijk die afbreuk doet aan zijn bevoegdheid om het EU-Hof vragen voor te leggen, buiten beschouwing te laten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling rechtspersoon voor medeplegen van verhandelen van digestaat als meststof, dat niet voldoet aan de vereisten van de Meststoffenwet door de rechtspersoon

Rechtbank Amsterdam 6 december 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:7297

De rechtbank veroordeelt verdachte voor het samen met anderen verhandelen van digestaat, dat kennelijk bestemd was om als meststof te worden gebruikt. Verdachte heeft het digestaat uit de industriële vergister van Medeverdachte 2 vervoerd naar het landbouwbedrijf van Medeverdachte 5. Daar is het digestaat als mest op het land uitgereden. Het verhandelen van dit digestaat was verboden, vanwege bepalingen in de MSW die beogen de gezondheid van mens en dier te beschermen. Voorkomen moet bijvoorbeeld worden dat er teveel zware metalen in de bodem en daarmee in de voedselketen terechtkomen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling ambtenaar gemeente Amsterdam voor passieve ambtelijke omkoping, betrokkenheid bij fraude met gehandicaptenparkeervergunningen

Rechtbank Amsterdam 13 december 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:7250

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van valsheid in geschrift en het gebruik maken van valse en vervalste geschriften door het opmaken van gehandicaptenparkeerkaarten en diverse formulieren en deze in te voeren in de systemen van de gemeente Amsterdam. Hierdoor hebben de gemeente Amsterdam en de uitvoerders van het parkeerbeleid ten onrechte parkeervergunningen voor gehandicapte bewoners afgegeven aan gezonde Amsterdammers die op deze wijze (gratis) en overal in heel Amsterdam konden parkeren. Daarmee hebben verdachte en zijn mededaders de gemeente, EGIS en Cition opgelicht. Verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan passieve omkoping omdat hij met zijn mededader van een aantal afnemers geld heeft aangenomen voor het regelen van de frauduleuze parkeervergunningen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak actieve omkoping vanwege ontbreken oogmerk

Rechtbank Amsterdam 13 december 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:7261

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de inhoud van het dossier onvoldoende is komen vast te staan dat verdachte wist dat zij aan ambtenaren van de gemeente een geldbedrag betaalde zodat zij in hun bediening (vanuit hun functie) iets zouden doen, namelijk ervoor zorgen dat verdachte een parkeervergunning zou krijgen waar zij geen recht op had. De rechtbank overweegt dat verdachte wel in zijn algemeenheid had kunnen weten dat er ambtenaren betrokken waren bij de vergunningaanvraag, maar dat is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van dit feit te kunnen komen, omdat zij mogelijk niet wist dat zij betaalde aan een ambtenaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wanneer is beslag gelegd ‘krachtens de wet’ (art. 198 Sr)?

Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1878

Het hof heeft vastgesteld dat de voorzieningenrechter verlof heeft verleend voor de beslaglegging, dat de deurwaarder aan betrokkene 2 en de verdachte heeft gezegd dat hij beslag kwam leggen op de inboedel en de auto van betrokkene 2, en dat de deurwaarder vervolgens deze auto heeft waargenomen in de parkeergarage. Nu het hof geen nadere vaststellingen heeft gedaan met betrekking tot de wijze en het moment waarop de beslaglegging heeft plaatsgevonden, is het kennelijke oordeel van het hof dat die omstandigheden al meebrengen dat sprake was van een “krachtens de wet gelegd beslag” op die auto als bedoeld in artikel 198 lid 1 Sr - in het licht van de wettelijke bepalingen omtrent het leggen van conservatoir beslag - ontoereikend gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. beoordelingskader overschrijding redelijke termijn en vraag welk rechtsgevolg daaraan dient te worden verbonden

Hoge Raad 14 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1875

Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat volstaan kan worden met de enkele constatering dat een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden heeft plaatsgevonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^