Vereisten voor ten laste leggen van oplichting

Gerechtshof Amsterdam 18 juni 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:2028

In het onder 2 ten laste gelegde is opgenomen waartoe benadeelde 7 en benadeelde 6 zijn bewogen, namelijk het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, te weten een bankrekeningnummer en/of het pinnen van één of meerdere geldbedragen. De daaraan voorafgaande verrichte oplichtings-handelingen, de handelingen waardoor benadeelde 7 en benadeelde 6 zouden zijn bewogen, zijn slechts in de algemene termen zoals die in art. 326 Sr zijn opgenomen beschreven. Een omschrijving van de feitelijke oplichtingshandelingen ontbreekt in de tenlastelegging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verhouding Flora- en Faunawet en de Wet Natuurbescherming

Rechtbank Rotterdam 29 juli 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:6627

Door de verdediging is ten aanzien van de feiten 1 en 2 aangevoerd dat de Flora en Faunawet (hierna: Ffw) per 1 januari 2017 is opgevolgd door de Wet natuurbescherming (Wnb). Op grond van laatstgenoemde wet (in samenhang met het bepaalde in artikel 1, lid 2 Wetboek van Strafrecht) zijn de feiten 1 en 2 slechts (als misdrijven) strafbaar indien zij opzettelijk zijn begaan, waarbij ten aanzien van opzet sprake moet zijn van boos opzet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Dagvaarding (gedeeltelijk) nietig in verband met ontbreken van omschrijving van de feitelijke oplichtingshandelingen in de tenlastelegging

Gerechtshof Amsterdam 18 juni 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:2029

Nu het openbaar ministerie heeft verzuimd een tenlastelegging op te maken waarin de feitelijke handelingen zijn omschreven op grond waarvan Naam 7 en Naam 6 zijn bewogen tot afgifte van onder andere hun rekeningnummer, is het hof van oordeel dat de dagvaarding wat betreft het onder 2 tenlastegelegde nietig dient te worden verklaard.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk wegens indiening per e-mail na afloop van behandeling vordering gevangenhouding

Rechtbank Rotterdam 10 juli 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:6742

Een verzoek tot wraking dient mondeling ter zitting te worden gedaan, dan wel schriftelijk te worden ingediend. De gestelde mededeling van de advocaat dat hij tevoren, voordat hij het wrakingsverzoek op kantoor indiende, naar de parketpolitie had geroepen dat hij de rechtbank wraakte, voldoet niet aan deze vormvereisten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OVAR nu wet geen bevoegdheid geeft om voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 1.2.2 lid 5 van het Vuurwerkbesluit strafbaar te stellen

Rechtbank Den Haag 16 augustus 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:8273

Er is naar het oordeel van de rechtbank ook geen andere wettelijke bepaling die de bevoegdheid geeft om voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 1.2.2 lid 5 van het Vuurwerkbesluit strafbaar te stellen. Dat maakt dat de rechtbank het bewezenverklaarde onder feit 4 niet strafbaar acht en de verdachte daarvan zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rb: kosten gemaakt ter vaststelling van schade wel rechtstreeks, maar matiging naar redelijkheid

Rechtbank Limburg 21 augustus 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:7639

De benadeelde partij benadeelde partij heeft een vordering ingediend over de geleden schade als gevolg van het ten laste gelegde feit. Hij vordert een schadevergoeding van €70.488,72 bestaande uit materiële schade. Dit bedrag bestaat voor €69.110,51 aan verduisterde bedragen voor zover die nog niet zijn terugbetaald en voor €1.378,21 aan kosten voor de accountant om de hoogte van dat bedrag vast te stellen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof wijst vordering ex art. 29 WED toe en verlengt de termijn van het bevel tot de gehele stillegging van de onderneming van verdachte

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 augustus 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6842

De raadsman heeft betoogd dat de vordering van de advocaat-generaal moet worden afgewezen. Daartoe heeft hij aangevoerd dat het bedrijf van verdachte op dit moment volledig stil ligt. Verdachte heeft geen runderen meer en hij is ook niet van plan om nog bedrijfsmatig vee te gaan houden. Volgens de raadsman is daarom thans geen sprake van een spoedeisend belang dat onmiddellijk ingrijpen vereist en dient de gevorderde verlenging van de stillegging van de onderneming geen enkel redelijk doel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kan de veroordeling in de proceskosten hoger zijn dan door de benadeelde partij wordt gevorderd?

Parket bij de Hoge Raad 3 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:853

Het middel bevat twee deelklachten. De eerste is dat het hof een hoger bedrag aan proceskosten heeft toegewezen (€4000) dan door de benadeelde partij is gevorderd (€2500). Dat zou onjuist dan wel onbegrijpelijk zijn. De tweede deelklacht is dat het hof bij het bepalen van de proceskosten heeft aangeknoopt bij het tarief dat geldt met betrekking tot zaken met een geldwaarde van €195.000 tot €390.000 terwijl de vordering slechts voor een bedrag van €3.753,39 is toegewezen, zodat de benadeelde partij is aan te merken als de voor het grootste deel in het ongelijk gestelde partij.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vordering BP containerterminal ECT: overwegingen over kosten die verband houden met arbeidsrechtelijke verhouding tussen de verdachte en benadeelde partij

Rechtbank Rotterdam 7 augustus 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:6323

De Hoge Raad heeft in het recente overzichtsarrest van 28 mei 2019 (ECLI:NL:HR:2019:793) nog eens uiteengezet dat ter invulling van het begrip ‘rechtstreekse schade’ er tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de schade voldoende verband moet bestaan om te kunnen aannemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden. De concrete omstandigheden van het geval zijn daarbij bepalend.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak verduistering persoonlijke dienstbetrekking: (voorwaardelijk) opzet kan niet enkel worden afgeleid uit omstandigheid dat verdachte geen onderzoek heeft gedaan naar toepasselijke regelgeving

Gerechtshof Amsterdam 23 april 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1407

Het hof is van oordeel dat niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, had op de wederrechtelijkheid toe-eigening van de Windows mini pc, dit omdat het (voorwaardelijk) opzet in de onderhavige zaak niet louter kan worden afgeleid uit de enkele omstandigheid dat de verdachte geen onderzoek heeft gedaan naar toepasselijke regelgeving.

Read More
Print Friendly and PDF ^