Aanvraag herziening na veroordeling voor feitelijk leiding geven aan het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van aangifte omzetbelasting begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd)

Hoge Raad 2 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1825

De bij de aanvraag overgelegde documenten en deskundigenrapporten komen in de kern erop neer dat door A B.V. in de in de bewezenverklaring vermelde periode over het project projectnaam wel voldoende omzetbelasting is opgegeven. De in voormelde documenten en rapporten vervatte beschouwingen en conclusies bevatten evenwel geen feiten en/of omstandigheden die als een novum in de vorenbedoelde zin kunnen worden aangemerkt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

In de IRT periode verkregen verdiensten niet van misdrijf afkomstig

Gerechtshof Amsterdam 8 oktober 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3574

Een 56-jarige man is in hoger beroep vrijgesproken van het witwassen van een vermogen dat hij in de jaren 1991-1993 met de handel in softdrugs heeft verkregen. Het gerechtshof Amsterdam heeft dit vandaag beslist. De rechtbank Amsterdam veroordeelde de verdachte eerder voor witwassen tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De verdachte stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. In hoger beroep heeft het OM het hof gevraagd de verdachte dezelfde straf op te leggen als de rechtbank heeft gedaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

NO-verklaring verzoek ex art. 591a Sv: 3 maanden termijn vangt aan na einde zaak, niet na wijziging sepotcode

Rechtbank Noord-Holland 24 september 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:8276

Read More
Print Friendly and PDF ^

Controle van auto vanwege buitenlands kenteken onder omstandigheden toelaatbaar

Hoge Raad 9 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1872

Het controleren van het rijbewijs omdat de bestuurder in een auto rijdt met een kenteken uit een bepaalde groep landen is onder omstandigheden toelaatbaar. Deze omstandigheden moeten worden vermeld in de uitspraak.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Betrekken beroep op familiaire verschoningsrecht in bewijsmotivering

Het middel komt op tegen de bewezenverklaring van in het bijzonder het medeplegen en bestaat uit twee deelklachten, die beide betrekking hebben op de vraag of het hof in dit geval het uitblijven van een aannemelijke verklaring mocht betrekken bij de bewijsvoering. De tweede deelklacht klaagt dat het Hof ten onrechte in zijn overwegingen omtrent het gebezigde bewijsmateriaal heeft betrokken dat de verdachte niet een aannemelijke verklaring heeft gegeven voor het kort na de diefstal voorhanden hebben van de gestolen aanhangwagen, nu de verdachte zich kon beroepen op het verschoningsrecht als bedoeld in art. 217, aanhef en onder 2°, Sv.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Medeplegen valsheid in geschrift & ambtelijke omkoping door werkmeester van de reclassering: Uos dat verdachte zich t.a.v. de taakgestrafte A niet schuldig kan hebben gemaakt aan tlgd. feiten

Hoge Raad 2 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1815

Het eerste middel klaagt dat het hof is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt inhoudende dat op drie bepaalde dagen de verdachte zich niet schuldig heeft kunnen maken aan (medeplegen van) valsheid in geschrift en het (medeplegen van) passieve omkoping omdat de verdachte op die dagen niet aanwezig was op de plek waar de taakgestrafte betrokkene 1 zijn taakstraf zou moeten voldoen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kan in reclasseringsrapport genoemd telefoongesprek met verdachte worden aangemerkt als omstandigheid waaruit voortvloeit dat einduitspraak verdachte bekend was?

Hoge Raad 2 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1821

Het Hof heeft blijkens zijn hiervoor weergegeven overwegingen - in reactie op het betoog van de raadsman dat, kort gezegd, de verdachte alleen wist van een openstaande werkstraf van 30 uren en niet van de bij het vonnis van de Politierechter opgelegde werkstraf van 240 uren - op basis van de rapportage van de reclassering vastgesteld dat de verdachte in of rond juli 2014 telefonisch contact heeft gehad met een reclasseringsmedewerker over de uitvoering van de in de onderhavige strafzaak aan de verdachte opgelegde werkstraf van 240 uren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verdachte, in Duitsland gevestigde onderneming, heeft in Nederland afvalstoffen vervoerd zonder inschrijving in VIHB-register. Deze eis levert geen strijd op met EU-Handvest.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 september 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:8602

Verdachte, een in Duitsland gevestigde onderneming, heeft in Nederland afvalstoffen vervoerd (cabotagevervoer) zonder dat zij in Nederland was ingeschreven in het register voor vervoerders, inzamelaars, handelaars en bemiddelaars (VIHB). Het hof verwerpt het verweer van de verdediging, inhoudende dat de eis van een VIHB-registratie in haar situatie, waarin het haar, overeenkomstig de Duitse regelgeving is toegestaan om afvalstoffen te vervoeren, strijdig is met de artikelen 15, 16 en 52 van het EU-Handvest en met het zelfstandige Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling wegens (poging) oplichting vanwege valse Herman Brood schilderijen, vervalsen van echtheidscertificaten en verkoop kunstwerk met valse signatuur

Rechtbank Noord-Holland 21 september 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:8132

Verdachte heeft een schilderij met echtheidscertificaat als zijnde een echt schilderij van Herman Brood verkocht, terwijl het een vals schilderij en een vals echtheidscertificaat betrof. Vervolgens heeft verdachte geprobeerd aan dezelfde koper met gebruikmaking van een vals echtheidscertificaat nog twee valse Herman Brood schilderijen te verkopen. Deze verkoop is verijdeld doordat de aangever de politie had ingeschakeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Profijtontneming gewoontewitwassen: In mindering brengen op w.v.v. van waarde verbeurdverklaarde voorwerpen?

Hoge Raad 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1768

Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 3 november 2016 – onder vernietiging van het beroepen vonnis – het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 72.087,- en de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van datzelfde bedrag aan de staat.

Read More
Print Friendly and PDF ^