HR herhaalt overwegingen m.b.t. vereisten voor veroordeling bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht (art. 285 Sr)

Hoge Raad 8 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:836

Voor een veroordeling ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht is onder meer vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging en de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de betrokkene in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat deze het leven zou kunnen verliezen (vgl. HR 7 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3659) en dat het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte daarop was gericht (vgl. HR 17 januari 1984, ECLI:NL:HR:1984:AC8252).

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. ontlening schatting van op geld waardeerbare WVV aan wettige bewijsmiddelen

Hoge Raad 8 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:804

De klacht luidt dat het hof bij de uitspraak geen concrete bewijsmiddelen heeft opgegeven waaraan het de schatting van het wederrechtelijk voordeel heeft ontleend, zodat deze schatting niet uit de bewijsmiddelen volgt. In de toelichting op het middel wordt bovendien gewezen op een rekenfout (ten nadele van de betrokkene) in de berekening van het wederrechtelijke voordeel, en er wordt geklaagd over het verzuim om rekening te houden met kosten die de betrokkene heeft gemaakt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. betekenis “valselijk opgemaakt” (art. 225 Sr) en opzet verdachte op valselijk opmaken van geschrift

Hoge Raad 8 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:801

Het verwijt aan de verdachte is dat hij, als (middelijk) bestuurder van het bedrijf waarvoor de aanvraag is gedaan, ten onrechte op het formulier heeft ingevuld dat geen sprake is van een justitieel verleden, terwijl hij eerder veroordeeld is voor een strafbaar feit. De verdachte heeft in dit kader verklaard dat hij dacht dat de vragen gingen over het bedrijf waarvoor de aanvraag werd ingediend en niet over hem als natuurlijk persoon. Het hof heeft desalniettemin de verdachte veroordeeld voor valsheid in geschrift.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Voor vraag of goed in beslag is genomen, is niet doorslaggevend of het is vermeld op kennisgeving inbeslagname, in PV bevindingen of op beslaglijst

Hoge Raad 25 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:777

Het oordeel van het hof dat er geen rechtsbasis is voor enige beslissing omtrent het inbeslaggenomen geld, omdat een officiële kennisgeving van inbeslagneming van het geld ontbreekt, is onjuist. Voor het antwoord op de vraag of een goed in beslag is genomen, is niet doorslaggevend of dat goed is vermeld op een kennisgeving van inbeslagname, in een proces-verbaal van bevindingen, of op de lijst van inbeslaggenomen goederen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geslaagde klacht over bewezenverklaring verbergen en verhullen van “herkomst” geldbedrag

Hoge Raad 1 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:790

Nu uit de gebezigde bewijsmiddelen niet méér kan worden afgeleid dan dat op ongebruikelijke plaatsen in de (vakantie)woning van de verdachte een grote hoeveelheid geld is aangetroffen, te weten in brandblussers, in een hoes/speeltunnel voor katten achter de bank en in een broekzak van een korte broek die op de grond lag, is de bewezenverklaring wat betreft het verbergen en verhullen van de “herkomst” van het geldbedrag, mede gelet op de wetgeschiedenis van artikel 420bis lid 1, aanhef en onder a, Sr, zoals weergegeven in HR 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3687, niet toereikend gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: rechter die over ontnemingsvordering oordeelt is niet gebonden aan overweging in hoofdzaak over mogelijk voor ontneming in aanmerking komende wederrechtelijk verkregen voordeel

Hoge Raad 1 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:789

De rechter die over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel moet oordelen is gebonden aan het oordeel van de rechter in de hoofdzaak. Dit laat echter onverlet dat aan de rechter, oordelend op de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, een zelfstandig oordeel toekomt met betrekking tot alle verweren die betrekking hebben op de vaststelling van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden geschat. Hieruit volgt ook dat de rechter die over de ontnemingsvordering oordeelt niet gebonden is aan een overweging van de rechter die over de hoofdzaak oordeelt die betrekking heeft op (het bedrag van) het mogelijk voor ontneming in aanmerking komende wederrechtelijk verkregen voordeel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt: bij de bepaling van wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden uitgegaan van voordeel dat daadwerkelijk is behaald

Hoge Raad 25 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:764

Het oordeel van het hof dat een geldbedrag dat is overgeschreven van de bankrekening van het slachtoffer naar de bankrekening van een stichting kan worden aangemerkt als wederrechtelijk verkregen voordeel van betrokkene, is zonder nadere motivering niet begrijpelijk. Dit volgt niet zonder meer uit de omstandigheid dat de betrokkene en medeveroordeelde bestuurder waren van die stichting, aangezien het vermogen van de stichting niet zonder meer kan worden vereenzelvigd met het vermogen van haar bestuurder(s) en niet vaststaat dat betrokkenen dit vermogen vrijelijk te eigen bate konden aanwenden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt post-Keskin-jurisprudentie m.b.t. beoordeling verzoeken tot oproepen en horen van getuigen

Hoge Raad 25 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:765

De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2021:576 (post-Keskin) met betrekking tot de beoordeling van verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen door de feitenrechter, in de situatie dat het verzoek betrekking heeft op een getuige ten aanzien van wie de verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen, terwijl de getuige al - in het vooronderzoek of anderszins - een verklaring heeft afgelegd met een belastende strekking.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad bevestigt: Wwft-instelling kan zich niet achter accountant verschuilen

Hoge Raad 25 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:728

De veroordeling van een autohandelaar, wegens het feitelijk leiding geven aan opzettelijke overtreding van de Wwft door ongebruikelijke transacties niet te melden en geen cliëntenonderzoek te verrichten, wordt door de Hoge Raad niet gecasseerd. De autohandelaar voerde aan dat hij had moeten worden vrijgesproken omdat bij hem geen opzet op het overtreden van de Wwft aanwezig was aangezien hij er op mocht vertrouwen dat zijn accountant de meldingen zou blijven doen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. vormverzuimen bij voorbereidend onderzoek en daarbuiten.

Hoge Raad 11 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:694

Het Hof heeft vastgesteld dat processen-verbaal die in het kader van de aanloop naar de doorzoeking van de woning verdachte zijn opgemaakt “niet voldoen aan de ter zake geldende maatstaven” en dat verbalisanten “[d]oor getuige de naam van verdachte in de mond te leggen (...) waarheidsvinding [hebben] opgerekt, zo niet geweld aangedaan” en heeft geoordeeld dat dit “kwalijk” is. Aan verwerping van verweer heeft hof ten grondslag gelegd dat door verdediging gestelde vormverzuim is begaan in vooronderzoek naar verdenking van andere feiten dan aan verdachte in onderhavige zaak tlgd. overtredingen van WWM.

Read More
Print Friendly and PDF ^