HR geeft antwoord: hoe ver reiken verplichtingen voor bedrijfsleven bij voorkomen van BTW-fraude?

Hoge Raad 26 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:456 (Belastingrecht)

De Hoge Raad verduidelijkt: ook bij handel in goederen die gevoelig zijn voor belastingfraude, hoeft niet te worden uitgegaan van fraude. Zonder “concrete aanwijzingen van onregelmatigheden of fraude” hoeft niet te worden onderzocht of de afnemer zich wellicht aan fraude schuldig maakt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Wanneer is sprake van een voor de verdediging behoorlijke en effectieve mogelijkheid tot ondervraging?

Hoge Raad 23 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:429

Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat het gebruik van de verklaring van medeverdachte 1 voor het bewijs verenigbaar is met artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), en voert daartoe onder meer aan dat een behoorlijke en effectieve mogelijkheid tot ondervraging van medeverdachte 1 heeft ontbroken, en dat de bewezenverklaring in beslissende mate op de verklaring van medeverdachte 1 rust.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kan de zittingsrechter tijdens de behandeling van een strafzaak een wrakingsverzoek buiten behandeling laten?

Hoge Raad 16 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:370

In deze zaak heeft de raadsman namens de verdachte op de terechtzitting van 15 mei 2019 tegen de leden van het hof die met de behandeling van de zaak belast zijn, een wrakingsverzoek gedaan. Op 11 oktober 2018 was ook al een verzoek tot wraking van diezelfde leden van het hof gedaan. De wrakingskamer heeft dat eerdere verzoek afgewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt vooropstellingen m.b.t. instelling cassatie door bepaald gevolmachtigde advocaat d.m.v. schriftelijke bijzondere volmacht aan griffiemedewerker (art. 450.3 Sv)

Hoge Raad 16 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:368

In het onderhavige geval gaat het om een e-mail maar bevindt zich bij de stukken van deze zaak niet een schriftelijke bijzondere volmacht als bedoeld in artikel 450 lid 3 Sv van de advocaat Van der Weide aan de griffiemedewerker. Dit leidt in deze zaak evenwel niet tot het oordeel dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Eenvoudig witwassen is geen specialis ten opzichte van 'gewoon' witwassen

Hoge Raad 2 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:321

Uit de rechtspraak volgt dat de kwalificatie door de rechter van het bewezenverklaarde verwerven of voorhanden hebben van een onmiddellijk door eigen misdrijf verkregen voorwerp als ‘(schuld)witwassen’ dan wel ‘eenvoudig (schuld)witwassen’ uitsluitend wordt bepaald door het antwoord op de vraag of sprake is geweest van een gedraging die meer omvat dan het enkele verwerven of voorhanden hebben van het voorwerp en die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst daarvan gericht karakter heeft. Dat betekent dat, anders dan het cassatiemiddel betoogt, zich hier niet het in artikel 55 lid 2 Sr bedoelde geval voor kan doen waarin voor een feit dat in een algemene strafbepaling valt een bijzondere strafbepaling bestaat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen schending una via bij strafrechtelijke vervolging feitelijk leidinggevende na administratiefrechtelijke beboeting rechtspersoon

Hoge Raad 16 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:219

Verdachte is (als natuurlijk persoon) door de Belastingdienst op grond van de Invorderingswet 1990 aansprakelijk gesteld voor aan de rechtspersoon opgelegde naheffingsaanslagen omzetbelasting en vergrijpboetes. Eerst na die aansprakelijkstelling is verdachte (als feitelijk leidinggever) gedagvaard. Volgens de verdediging is deze gang van zaken in strijd met het una via beginsel zoals neergelegd in de art. 5:44 en 5:50 Awb en art. 243 Sv.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Staat ontbreken van voorafgaand sfo in de weg aan oplegging betalingsverplichting?

Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:106

Het eerste middel behelst de klacht dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het ontbreken van een strafrechtelijk financieel onderzoek geen beletsel vormt voor de oplegging van de betalingsverplichting aan de betrokkene, althans dat het oordeel van het hof dat het legaliteitsbeginsel niet in de weg staat aan toepassing van het huidige art. 36e, derde lid, Sr ontoereikend is gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR doet uitspraak over verschoningsrecht in zaak Stibbe vs. OM

Hoge Raad 19 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:273 (Civiel recht)

De FIOD stelde een strafrechtelijk onderzoek in naar twee vermogensbeheerders en hun bestuurders (Box-zaak). Zij worden verdacht van fraude. In dat kader nam het OM onder meer e-mailverkeer van verdachten in beslag, alsmede stukken bij het accountantskantoor dat was ingeschakeld door hun advocaten. Er zijn aanwijzingen dat bij het strafrechtelijk onderzoek kennis is genomen van vertrouwelijke e-mails. De advocaten hebben de Rechtbank Oost-Brabant daarom met succes gevraagd om bewijsbeslag te mogen leggen op bepaalde gegevens van het OM, de FIOD en de Belastingdienst. Zij willen aan de hand daarvan vaststellen in welke mate hun verschoningsrecht is geschonden. De Staat wilde opheffing van het bewijsbeslag, maar ook het gerechtshof oordeelde dat het beslag voor een groot deel mag blijven liggen. Ook de Hoge Raad oordeelt in het voordeel van Stibbe.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kan worden gesproken van kansspelautomaten, waarop afzonderlijk wettelijke regime van Titel Va van Wok van toepassing is?

Hoge Raad 2 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:157

Het hof heeft het bewezenverklaarde gekwalificeerd als “overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 1, eerste lid, onder a van de Wet op de kansspelen, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd”. Uit de bewijsvoering volgt dat in de bedrijfsruimte van de verdachte aanwezige computers werden gebruikt voor het afsluiten van weddenschappen op sportwedstrijden. Het hof heeft geoordeeld dat “in deze situatie niet kan worden gesproken van kansspelautomaten”.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wederrechtelijke verkregen voordeel bij gewoontewitwassen

Hoge Raad 9 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:194

In de met de ontnemingsprocedure verband houdende strafzaak is ten laste van de betrokkene bewezen verklaard dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan – kort gezegd – het medeplegen van gewoontewitwassen door geldbedragen (in totaal ongeveer € 176.318,00) te verwerven en om te zetten. Het hof heeft verder geoordeeld dat het genoten voordeel gelijk staat aan het totaal van de bedragen waarvan in de strafzaak is bewezen verklaard dat de verdachte deze heeft verworven en omgezet.

Read More
Print Friendly and PDF ^