HR: cautie moet worden gegeven in alle gevallen waarin - anders dan schriftelijk - vragen worden gesteld die betrekking hebben op een bestuurlijke boete

Hoge Raad 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1786 (Belastingrecht)

Uit het woord ‘verhoort’ in artikel 8:28a, lid 2, Awb in samenhang met de parlementaire geschiedenis van deze bepaling blijkt dat de mededeling dat antwoorden niet verplicht is, moet worden gedaan in alle gevallen waarin anders dan schriftelijk vragen aan de belanghebbende worden gesteld die betrekking hebben op een bestuurlijke boete.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie A-G over bestanddeel 'ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeisers' (bedrieglijke bankbreuk)

Parket bij de Hoge Raad 5 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1126

Het tweede middel klaagt dat de bewezenverklaring, voor zover deze behelst dat de verdachte heeft gehandeld “ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeisers” niet, althans onvoldoende uit de bewijsmiddelen kan volgen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Uitgebreide conclusie AG over o.a. afvalstoffen, prejudiciële vragen en het horen van getuigen(deskundigen)

Parket bij de Hoge Raad 5 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1123

Centraal staat de vraag of de stookolie als (gevaarlijke) afvalstof kan worden aangemerkt in de zin van de Wet milieubeheer en in het licht van de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG: Is het opzettelijk onjuist / onvolledig doen van een belastingaangifte een kwaliteitsdelict zodat alleen een aangifteplichtige de pleger kan zijn?

Parket bij de Hoge Raad 5 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1097

In deze zaak gaat het om de heffing van belasting op de omzet van en de inkomsten uit een winkel. De winkel (A) is een eenmanszaak en wordt gevoerd op naam en voor rekening van de vrouw van verdachte (betrokkene 1 ). Verdachte doet (in de hier relevante periode) de administratie en verzorgt de belastingaangiften. Uit bewijsmiddel 2 uit de aanvulling op het arrest die is gebruikt voor de bewezenverklaring van feit 3 blijkt dat verdachte heeft verklaard dat de administratie niet op orde was en dat daardoor de aangiften ook niet klopten. Het middel bestrijdt de motivering van de vrijspraak voor de feiten 1 en 2 voor zover deze inhoudt dat verdachte “zelf niet verplicht was tot het doen van de in de tenlastelegging genoemde aangiften”.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beslissing Hof in 'tipgeverzaak' blijft niet in stand

Hoge Raad 8 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1715

De beslissing van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 20 februari 2018 in een zaak over belastingaanslagen die zijn opgelegd met gebruik van bewijsmateriaal dat van een tipgever is verkregen, blijft niet in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag bepaald.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG in vervolg op Smartphone-zaak

Conclusie AG in vervolg op Smartphone-zaak

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wanneer is sprake van (voorwaardelijk) opzet op de valsheid van bankbiljetten?

Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1085

Het middel betoogt dat voor een veroordeling op grond van art. 213 Sr opzettelijk valse bankbiljetten uitgeven uit de bewijsvoering moet volgen dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet had op de valsheid van het geld ten tijde van het uitgeven daarvan. Zowel ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde medeplegen van het uitgeven van vals geld als het onder 2 bewezenverklaarde uitgeven van vals geld blijkt niet dat de verdachte wist dat dit geld vals was, noch dat zij willens en wetens de aanmerkelijke kans dat het geld vals was, heeft aanvaard, aldus het middel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Witwassen & (verzuim) beslagbeslissing

Hoge Raad 5 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1592

Het derde middel is gericht tegen het verzuim van het hof te beslissen over onder de verdachte in beslag genomen voorwerpen, te weten een geldbedrag van €37.350. De hoogte van het inbeslaggenomen geldbedrag komt overeen met de hoogte van de opgelegde geldboete.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Welke eisen worden gesteld aan een appelschriftuur? Bevat de inhoud van een handgeschreven brief van de verdachte ‘grieven’?

Hoge Raad 29 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1636

Het Hof heeft overwogen dat het de brief van de verdachte “niet aanmerkt als een brief die grieven bevat” en heeft toepassing gegeven aan art. 416, tweede lid, Sv. In aanmerking genomen dat aan de formulering van grieven - die ook door de verdachte zelf kunnen worden ingediend - als bedoeld in art. 410, eerste lid, Sv geen hoge eisen worden gesteld (vgl. HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496, rov. 2.40), is het oordeel van het Hof dat de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend, niet zonder meer begrijpelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kan zaak op de voet van art. 80a RO worden afgedaan als in de schriftuur wordt verzocht een prejudicieel advies te vragen aan het EHRM?

Hoge Raad 29 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1635

Als in een schriftuur wordt verzocht om een prejudicieel advies, dan speelt de vraag in hoeverre de Hoge Raad gehouden is hierop inhoudelijk te reageren. Vereist een middel waarin een dergelijk verzoek is neergelegd steeds een gemotiveerde reactie, of kan een dergelijk middel in voorkomende gevallen ook afgedaan worden met een verkorte afdoening op grond van art. 80a of art. 81 RO? Een antwoord hierop kan gevonden worden in de zaak Baydar tegen Nederland.

Read More
Print Friendly and PDF ^