Welke eisen moeten worden gesteld aan een door de beslagene gedane afstandsverklaring als bedoeld in art. 116 lid 2 Sv?

Hoge Raad 5 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:148

Het gaat in deze zaak om de vraag welke eisen moeten worden gesteld aan een door de beslagene gedane afstandsverklaring als bedoeld in art. 116 lid 2 Sv. De klager deed, toen hij door de politie als verdachte werd gehoord, schriftelijk afstand van een onder hem in beslaggenomen geldbedrag. Hij voert echter aan dat die afstand niet rechtsgeldig is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: eenmaal gedaan verzet vervalt niet enkel door daarna vrijwillig te voldoen aan strafbeschikking

Hoge Raad 5 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:116

Het middel richt zich tegen de door het hof bevestigde niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte door de kantonrechter omdat hij kort gezegd geen verzet meer kon instellen tegen de strafbeschikking.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wordt uitleg bestanddeel “gevaarlijke stoffen” uitsluitend bepaald door Wet luchtvaart of ook door Verordening (EG) 1102/2008?

Hoge Raad 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:114

Alle middelen variëren op één thema dat in feitelijke aanleg ruim aandacht heeft gehad: alle verboden voor kwik als gevaarlijke stof worden beheerst door een EG-verordening. Dat zou betekenen dat de verboden alleen van toepassing zijn op kwik(mengsels) met een kwikconcentratie van ten minste 95 gewichtsprocent.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Overschrijding redelijke termijn nu uit de stukken niet blijkt dat verstekmededeling < jaar na arrest is betekend? AG stelt vraag aan de orde of het middel met 80a RO kan worden afgedaan.

Hoge Raad 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:113

Het middel klaagt dat uit de stukken niet blijkt dat de verstekmededeling binnen een jaar na het arrest van het Hof is betekend, waardoor de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM tussen de uitspraak in hoger beroep en de behandeling in cassatie is overschreden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt: betrekken van een niet tenlastegelegd feit bij de strafoplegging

Hoge Raad 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:112

Het middel klaagt over schending van de artikelen 359, vijfde lid, Sv en 415 Sv, aangezien het hof de strafoplegging onbegrijpelijk, althans ontoereikend heeft gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad bespreekt de betekenis van EHRM-rechtspraak over niet-ondervraagde getuigen en ‘significant weight’

Hoge Raad 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:123

In het arrest van 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1016 heeft de Hoge Raad, mede onder verwijzing naar deze uitspraak van het EHRM, geoordeeld dat de rechter, in het geval dat de bewezenverklaring naar zijn oordeel "in beslissende mate" op een door een getuige afgelegde verklaring wordt gebaseerd terwijl een behoorlijke en effectieve mogelijkheid om die getuige te ondervragen heeft ontbroken, ervan blijk dient te geven te hebben onderzocht of het ontbreken van die mogelijkheid in voldoende mate is gecompenseerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beslag ex art. 1:37.1 Algemene douanewet op personenauto kennelijk ingericht of toegerust om goederen aan ambtelijk toezicht te onttrekken: Behoorlijke oproeping voor behandeling klaagschrift?

Hoge Raad 22 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:9

Art. 1:37 lid 6 Adw bepaalt dat de rechtbank het klaagschrift als bedoeld in het vijfde lid van dat artikel behandelt op de voet van het bepaalde in artikel 552b Sv. Op de procedure van art. 552b Sv zijn de algemene bepalingen voor de raadkamerbehandeling van art. 21 – 25 Sv van toepassing. Volgens art. 23 lid 2 Sv moet de belanghebbende voor de raadkamerbehandeling worden opgeroepen. Een verzuim hiervan raakt een wezenlijke grondslag van de raadkamerprocedure en brengt nietigheid van het onderzoek mee, ook al is dat gevolg niet met zoveel woorden in de wet opgenomen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. kwalificatie-uitsluitingsgrond indien witwassen bestaat uit verwerven / voorhanden hebben van 'onmiddellijk' uit 'eigen' misdrijf afkomstige voorwerpen

Hoge Raad 22 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:78

Het Hof heeft de verdachte vrijgesproken van het witwassen van de in de tenlastelegging genoemde geldbedragen en daartoe overwogen dat "niet kan worden uitgesloten dat deze bedragen afkomstig zijn uit enig door verdachte zelf begaan misdrijf". Aldus heeft het Hof kennelijk beoogd toepassing te geven aan de hiervoor weergegeven rechtspraak van de Hoge Raad met betrekking tot de zogeheten kwalificatie-uitsluitingsgrond die de Hoge Raad heeft aanvaard indien, kort gezegd, het bewezenverklaarde witwassen bestaat uit het verwerven of voorhanden hebben van voorwerpen die 'onmiddellijk' uit 'eigen' misdrijf afkomstig zijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kan een schriftelijke vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij als wettig bewijsmiddel worden gebruikt?

Hoge Raad 22 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:91

Uit de vaststellingen van het hof volgt dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling en belediging van een ambtenaar (hoofdconductrice). De rechtbank had de verdachte partieel vrijgesproken omdat naar haar oordeel niet kon worden bewezen dat de aangeefster ten tijde van het gebeuren een ambtenaar was in de zin van de wet. Het hof heeft dit onderdeel van de tenlastelegging evenwel wél bewezenverklaard en daarbij vastgesteld dat de aangeefster in haar hoedanigheid van bijzonder opsporingsambtenaar (BOA) is beledigd en mishandeld. Het hof ontleende dit gegeven mede aan de vordering tot schadevergoeding die de aangeefster als benadeelde partij had ingediend. Het gebruik van deze vordering tot het bewijs staat in cassatie centraal.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wel/geen motivering (per e-mail verzonden) aanhoudingsverzoek? (Conclusie AG contrair)

Hoge Raad 22 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:90

Het Hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep op de gronden dat door of namens de verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend, geen mondelinge bezwaren tegen het vonnis zijn opgegeven en niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak.

Read More
Print Friendly and PDF ^