Compensatie overschrijding redelijke termijn in ontnemingszaken

Hoge Raad 21 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:3032

Het tweede middel bevat de klacht dat het hof het verweer, inhoudende dat wegens een forse overschrijding van de redelijke termijn het openbaar ministerie in zijn ontnemingsvordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, althans dat het te betalen bedrag in ieder geval met vijf procent moet worden gematigd, ten onrechte, althans ondeugdelijk gemotiveerd, heeft verworpen.
 

Read More
Print Friendly and PDF ^

Cassatie in het belang der wet. AG: rechtbank heeft t.a.v. gemeente Stichtse Vecht ten onrechte geen immuniteit aangenomen.

Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1298

Deze vordering tot cassatie in het belang der wet betreft een vonnis van de rechtbank Utrecht van 10 december 2012, waarbij verdachte (gemeente Stichtse Vecht) voor dood door schuld is veroordeeld tot een geldboete van € 22.500,- waarvan € 7.500,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beslag ex art. 94 en 94a Sv. HR herhaalt proportionaliteits- en subsidiariteitstoets. Beslissing tot opheffen beslag op paarden en geldbedrag blijft in stand, opheffen beslag op panden moet over.

Hoge Raad 5 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3065

Het middel komt op tegen de gegrondverklaring van het beklag tegen het op de voet van art. 94a Sv onder klaagster 2 gelegde beslag op zeven paarden en een geldbedrag van € 68.144,29. Het klaagt in het bijzonder over het oordeel van de Rechtbank dat dit beslag disproportioneel is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Dient het Hof mee te gaan wanneer AG vordert dat het OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard?

Hoge Raad 21 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2960

Het middel berust op de opvatting dat in een geval waarin de Advocaat-Generaal heeft gevorderd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging zal worden verklaard op de grond dat redelijkerwijze niet had mogen worden vervolgd het Gerechtshof zonder meer overeenkomstig deze vordering dient te oordelen. Die opvatting vindt geen steun in het recht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG schending ne bis in idem wegens oplegging (bestuurlijke) sanctie & verzuim terug te betalen bedrag aan uitkeringsinstantie en boetebedrag in mindering te brengen op het w.v.v.

Hoge Raad 21 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2973

Het middel behelst in de eerste plaats de klacht dat het hof het openbaar ministerie ten onrechte ontvankelijk heeft verklaard, omdat de betrokkene is vervolgd voor een strafbaar feit dat eerder reeds heeft geleid tot de oplegging van een (bestuurlijke) sanctie. In de tweede plaats bevat het middel de klacht dat het oordeel van het hof dat de kosten die voortvloeien uit een aan het UWV terug te betalen bedrag aan ontvangen WW-uitkering en een door het UWV oplegde bestuurlijke boete, niet in mindering worden gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel, van een onjuiste rechtsopvatting getuigt, althans ontoereikend is gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over ondervragingsrecht

Hoge Raad 21 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2966

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen over de kwalificeerbaarheid als witwassen van “verwerven of voorhanden hebben” van onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstige voorwerpen

Hoge Raad 28 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:3020

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling tot 4 jaar cel voor grootschalige oplichting met investeringen in wijnbeleggingsfonds Bordeaux Advisory blijft in stand

Hoge Raad 28 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:3023

Het eerste middel klaagt, in samenhang met de toelichting, met onder meer een beroep op HR 25 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:714, NJ2014/303 m.nt. Keijzer dat het hof het onder 2 bewezenverklaarde ten onrechte als witwassen heeft gekwalificeerd. Het tweede middel klaagt (meer in het bijzonder) dat de onder 2 bewezenverklaarde delictsgedragingen “omzetten“ en “gebruikmaken” niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kunnen worden afgeleid. Deze middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hernieuwd beklag & geldende termijnen

Hoge Raad 14 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2863

Het oordeel van de Rechtbank dat de klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn beklag omdat bij de eerdere beschikking van 9 januari 2015 "ten gronde is beslist op het beklag" is niet begrijpelijk, in aanmerking genomen dat bij die eerdere beschikking het beklag niet ongegrond is verklaard en daarbij niet reeds evident ten gronde is beslist op de in het onderhavige klaagschrift aangevoerde argumenten, die erop neerkomen dat het belang van strafvordering is vervallen, dat de klager als beslagene degene is aan wie het geld moet worden teruggegeven, dat de oom van de klager niet redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt en dat de klager als rechthebbende op het geldbedrag moet worden beschouwd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over wanneer een slachtoffer door een oplichtingsmiddel dat door de verdachte is gebezigd, is bewogen tot een in art. 326 Sr bedoelde handeling

Hoge Raad 21 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2955

Het antwoord op de vraag of in een concreet geval het slachtoffer door een oplichtingsmiddel dat door de verdachte is gebezigd, is bewogen tot de in art. 326, eerste lid, Sr bedoelde handeling, is in sterke mate afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Read More
Print Friendly and PDF ^