HR herhaalt dat in situatie dat getuige zich verschoont een behoorlijke en effectieve mogelijkheid tot ondervraging ontbreekt

Hoge Raad 11 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:227

Het middel klaagt over het gebruik voor het bewijs van de verklaringen van de getuige medeverdachte 1, terwijl de verdediging onvoldoende in de gelegenheid is geweest deze getuige te ondervragen en de betrokkenheid van de verdachte bij het hem tenlastegelegde feit niet in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vereisten onderbouwing verzoek tot horen rechtmatigheidsgetuigen

Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:123

De inhoud van die appelschriftuur wijst uit dat de twaalf getuigen van wie de oproeping is verzocht zogeheten ‘rechtmatigheidsgetuigen’ betreffen. De verzoeken strekken namelijk tot het horen van deze getuigen ter onderbouwing van een beroep op een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv. Het gaat de verdediging met name om het verkrijgen van inlichtingen over het afschermproces-verbaal van 28 augustus 2015, het TCI-proces-verbaal van 18 december 2014, de bevindingen rond de verkeerscontrole van 27 augustus 2015, de inzet van de IMSI-catcher op 20 oktober 2015, en de inzet van de overige BOB-middelen (aftappen, OVC-apparatuur en observaties). De verzoeken zijn geplaatst in de sleutel van de stelling dat deze middelen zijn toegepast zonder dat jegens de verdachte een redelijk vermoeden van schuld bestond. In elk geval wenst de verdediging te controleren of was voldaan aan de voorwaarde van een redelijk vermoeden van schuld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Toelaatbaarheid (art. 6 EVRM) gebruik getuigenverklaring die in EA onbetrouwbaar werd geacht en waarvan hof niet ambtshalve tot opnieuw (doen) horen heeft bevolen

Hoge Raad 28 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:60

Het Hof heeft in deze zaak geen aanleiding gezien gebruik te maken van zijn bevoegdheid om medeverdachte 1, die reeds in eerste aanleg in aanwezigheid van de verdediging door de Rechter-Commissaris is gehoord, ambtshalve in hoger beroep opnieuw te (doen) horen. Dat staat, ook in het licht van het recht op een eerlijk proces als bedoeld in art. 6 EVRM, niet in de weg aan het gebruik van de verklaringen van medeverdachte 1 voor het bewijs door het Hof.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ambtshalve verplichting tot horen van getuigen wier verklaringen voor bewijs zijn gebruikt?

Hoge Raad 14 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:5

De onderhavige zaak wordt - anders dan het geval was in HR 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1943 - niet gekenmerkt door de bijzonderheid dat de rechter in eerste aanleg heeft doen blijken dat hij een ten overstaan van een opsporingsambtenaar afgelegde, de verdachte belastende verklaring van een getuige niet betrouwbaar acht en daarom niet voor het bewijs gebruikt, en de rechter (mede) op die grond tot vrijspraak van het tenlastegelegde feit is gekomen, terwijl de rechter in hoger beroep die verklaring wel voor het bewijs gebruikt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen enkel aanknopingspunt in het dossier dat wijst op een mogelijke verblijfplaats van deze getuige: RC niet gehouden nog meer inspanningen te verrichten tot het opsporen van getuige

Rechtbank Rotterdam 27 november 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:9588

Het bezwaarschrift keert zich -in essentie- tegen de weigering van de rechter-commissaris om verdere inspanningen te doen om de getuige op te laten sporen, teneinde hem te kunnen horen. De verdediging betwist dat deze getuige niet binnen een redelijke termijn kan worden opgespoord en opgeroepen ten behoeve van een verhoor als getuige. De officier van justitie heeft slechts binnen Nederland een zoekslag uitgevoerd, terwijl de getuige naar alle waarschijnlijkheid op dit moment in het Verenigd Koninkrijk verblijft. Volgens vaste jurisprudentie van het EHRM moet er actief gezocht worden naar een getuige.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over de oproeping van een niet-verschenen getuige en het gebruik voor het bewijs van diens verklaring

Parket bij de Hoge Raad 26 november 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1233

Het middel houdt in dat het hof het voorwaardelijk verzoek getuige benadeelde te horen en het onvoorwaardelijk verzoek tot het lokaliseren van deze getuige benadeelde, heeft afgewezen op gronden die deze afwijzing niet kunnen dragen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Terugwijzing BTW-fraudezaak nu niet is beslist op ttz. in h.b. bij pleidooi gedaan (herhaald) voorwaardelijk verzoek tot horen van groot aantal getuigen

Hoge Raad 10 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1306

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De zaak van Van de Kolk tegen Nederland

Op 28 mei 2019 wees het EHRM arrest in de zaak Van de Kolk/Nederland. Het EHRM oordeelde dat het bewijstechnisch belastende politieverhoor van Van de Kolk in het jaar 2009 afgenomen buiten aanwezigheid van een advocaat, een schending van art. 6 EVRM oplevert met als gevolg dat van een eerlijk proces niet gesproken kan worden. Saillant detail daarbij is dat het EHRM uitspraak doet met slechts drie rechters in een zogenoemd “Committee Judgement”. Deze “politierechter”-samenstelling van het EHRM wordt louter toegepast in zaken waarin de onderliggende vraag van de zaak “reeds behoort tot de vaste rechtspraak van het Hof”.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Is de bij aanvang van de zitting nabij de zittingszaal aanwezige verbalisant een verschenen getuige?

Hoge Raad 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1143

Het middel berust op de opvatting dat een persoon die niet als getuige is opgeroepen, maar zich op het verzoek van het openbaar ministerie om praktische redenen bij aanvang van de terechtzitting nabij de zittingszaal beschikbaar heeft gehouden teneinde, indien nodig, een verklaring te kunnen afleggen, moet worden aangemerkt als een zogenoemde meegebrachte getuige en mitsdien als een "verschenen getuige" in de zin van art. 287, tweede lid, Sv.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. ondervragingsrecht en vraag wanneer bewezenverklaring in beslissende mate steunt op verklaring van een niet door verdediging ondervraagde getuige

Hoge Raad 2 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1058

Voor de beantwoording van de vraag of de bewezenverklaring in beslissende mate steunt op de verklaring van - kort gezegd - een, ondanks het nodige initiatief daartoe, niet door de verdediging ondervraagde getuige, is van belang in hoeverre die verklaring steun vindt in andere bewijsmiddelen. Het benodigde steunbewijs moet betrekking hebben op die onderdelen van de hem belastende verklaring die de verdachte betwist. Of dat steunbewijs aanwezig is, wordt mede bepaald door het gewicht van de verklaring van deze getuige in het licht van de bewijsvoering als geheel.

Read More
Print Friendly and PDF ^