Strafbaarstelling van Wet natuurbescherming naar nieuwe Omgevingswet: Geen gewijzigd inzicht wetgever

Gerechtshof Amsterdam 24 mei 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1470

Deze zaak draait om de invoer van karko- en leguanenvlees. Ten tijde van het plegen van dit delict was dit strafbaar op grond van artikel 3.37, lid 1 van de Wet natuurbescherming jo 3.14 van de Regeling natuurbescherming jo artikel 4 van de Basisverordening EG nr. 338/97, artikel 1a, 2 en 6 WED. Sinds 1 januari 2024 is dit opgenomen in de nieuwe Omgevingswet en strafbaar op grond van artikel 4.3, tweede lid, aanhef en onder a Omgevingswet en artikel 11.93 van het Besluit activiteiten leefomgeving, jo artikel 1a, 2 en 6 van de WED. De Omgevingswet bevat voor zover hier van belang geen overgangsrecht. Nu de Omgevingswet dezelfde gedragingen strafbaar stelt als de Natuurbeschermingswet en ook de daarmee corresponderende strafbedreiging niet gewijzigd is in gunstiger zin voor de verdachte, dient het tenlastegelegde te worden beoordeeld aan de hand van het ten tijde van het delict geldende recht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Btw-carrouselfraude: Veroordeling voor betrokkenheid bij valsheid in geschrift, belastingfraude, deelneming aan een criminele organisatie en (gewoonte)witwassen

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 juni 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:3842

Bewezen is verklaard dat Verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan het valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie van naam Bedrijf en het opzettelijk onjuist doen van de aangiften omzetbelasting van naam Bedrijf in de periode van december 2011 tot en met december 2013. Daarnaast is bewezen verklaard dat Verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan het opzettelijk onjuist doen van de aangiften omzetbelasting van naam Bedrijf in de periode van het derde kwartaal van 2012 tot en met het tweede kwartaal van 2013. De goede werking van het systeem voor de heffing van omzetbelasting staat of valt bij de betrouwbaarheid, juistheid en volledigheid van de aangiften. Door opzettelijk onjuist aangiften te doen heeft Verdachte bijgedragen aan de ondergraving van het systeem van de heffing van omzetbelasting. Daarnaast heeft Verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van gelden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Terechte wraking nadat raadsheer-commissaris de raadsman de toegang tot het verhoor van verzoeker als getuige in de zaak van de medeverdachte heeft ontzegd

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 27 mei 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:1765

De wrakingskamer begrijpt dat, door het afwijken van de gebruikelijke gang van zaken en de motivering die daarvoor door de raadsheer-commissaris is gegeven, bij de verzoeker de indruk is gewekt dat de raadsheer-commissaris vooringenomen was. De afwijzing van het verzoek van de advocaat van de getuige, tevens medeverdachte in de voorliggende strafzaak, om bij diens getuigenverhoor aanwezig te zijn is een afwijking van de gebruikelijke gang van zaken, zoals ook door de raadsheer-commissaris naar voren is gebracht. Door de raadsheer-commissaris is voor deze afwijking een motivering gegeven die naar het oordeel van de wrakingkamer niet zonder meer begrijpelijk is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vermoeden van witwassen: aanzienlijke stijging WOZ-waarde niet slechts te verklaren met investering en marktontwikkeling ter plaatse

Gerechtshof Amsterdam 1 februari 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1000

Hoewel onderzoek naar de lokale woningmarkt aantoont dat er in die periode een prijsstijging was, verklaart dit niet de volledige waardestijging van de woning. Daarom concludeert het hof dat de verbouwing een significante rol heeft gespeeld bij deze stijging, wat impliceert dat er meer geld geïnvesteerd moet zijn dan de door de verdachte opgegeven ƒ 200.000,-.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling bedrijf na dodelijk arbeidsongeval blijft in hoger beroep in stand

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 mei 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:1717

In deze zaak gaat het om een werknemer die in 2020 om het leven is gekomen door een val van een steiger tijdens werkzaamheden. De onderneming, de werkgever van de werknemer, werd vervolgd voor het schenden van artikel 307 van het Wetboek van Strafrecht (dood door schuld) en artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet, omdat verschillende bepalingen uit de Arbowetgeving niet of onvoldoende zouden zijn nageleefd. Deze bepalingen hadden betrekking op de Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), de voorlichting/instructies, en het toezicht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling boekhouder wegens niet betalen belasting: toepassing art. 9a Sr nu wetgever uitdrukkelijk het oog heeft gehad op kwaadwillende belastingschuldigen

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 22 april 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:1378

Het hof stelt vast dat de verdachte aangifte heeft gedaan over de tenlastegelegde kwartalen en deze bewust en weloverwogen niet binnen de wettelijke termijn heeft betaald. Reden hiervoor was gelegen in het feit, zoals verdachte ter zitting in hoger beroep heeft verklaard, dat hij wilde voldoen aan de hem voor vier kinderen opgelegde kinderalimentatieverplichtingen, terwijl hij wist dat hij daardoor de op aangifte verschuldigde omzetbelasting niet kon voldoen. Hiermee heeft hij zich schuldig gemaakt aan het strafbaar gestelde feit van artikel 69a, lid 1, AWR. Het hof overweegt dat de wetgever bij de invoering van artikel 69a AWR uitdrukkelijk het oog heeft gehad op kwaadwillende belastingschuldigen die bijvoorbeeld opzettelijk hun activa uit het zicht van de Belastingdienst brengen om belastingbetaling te vermijden en zich zodoende ten koste van de gemeenschap te verrijken. Het hof maakt uit de parlementaire geschiedenis op dat artikel 69a AWR niet is bedoeld voor (goedwillende) ondernemers die al dan niet tijdelijk in betalingsproblemen verkeren, waarvan in het geval van verdachte sprake lijkt te zijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling aannemer van de eigenaar van de woning waar asbest is verwijderd door een niet-gecertificeerd persoon, verwerping AVAS-verweer

Gerechtshof Den Haag 30 augustus 2024, ECLI:NL:GHDHA:2023:1698

Verdachte is de (hoofd)aannemer van de eigenaar van de woning waar asbest is verwijderd door een niet-gecertificeerd persoon en wordt veroordeeld ter zake van medeplegen van een overtreding van een voorschrift zoals gesteld bij artikel 9.2.1.2. Wet milieubeheer, opzettelijk begaan door een rechtspersoon tot een geheel voorwaardelijke geldboete van € 5.000. Van de Verdachte kan en mag worden gevergd dat het werk volgens daartoe gecertificeerde personen wordt uitgevoerd en dat ook op naleving daarvan wordt toegezien. Het werken met meerdere onderaannemers ontslaat de Verdachte niet van die verantwoordelijkheid.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen t.a.v. overschrijding van redelijke termijn in geval OM bij de ex art. 366 Sv voorgeschreven betekening van verstekmededeling niet nodige voortvarendheid heeft betracht

Hoge Raad 23 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:618

Het cassatiemiddel klaagt dat het hof niet heeft beslist op het beroep dat namens de verdachte is gedaan op overschrijding van de redelijke termijn bij de betekening van de verstekmededeling. Gelet op wat raadsman heeft aangevoerd over overschrijding van redelijke termijn bij betekening van verstekmededeling, had hof hierover gemotiveerde beslissing moeten nemen. Omdat zo’n beslissing in ‘s hofs uitspraak ontbreekt, is middel terecht voorgesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van compliance officer in zaak biodieselfraude

Gerechtshof Amsterdam 11 april 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:909

De verdachte werkte als compliance officer bij BV1, een bedrijf dat zich bezig hield met de productie en in- en verkoop van biodiesel. In die functie heeft hij zich jarenlang schuldig gemaakt aan het samen met anderen opmaken van valse duurzaamheidsdocumenten en verkoopfacturen. Door het opnemen van de valse verkoopfacturen in de administratie van het bedrijf, door het versturen van valse documenten, alsmede door het tonen van een schaduwadministratie bij de audits, heeft hij structureel derden, waaronder de controlerende instanties, weten te misleiden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM niet-ontvankelijk in vervolging voor niet voldoen aan informatieplicht ex art. 47 AWR

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 9 april 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:1228

Verdachte is vervolgd wegens het niet voldoen aan de informatieplicht ex artikel 47 van de AWR, strafbaar gesteld bij de artikelen 68 jo. 69 van de AWR. De fiscale fraudekamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch is van oordeel dat aan het niet geoorloofde gebruik van de (voor fiscale doeleinden verkregen) gegevens voor deze strafprocedure de sanctie dient te worden verbonden van niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging.

Read More
Print Friendly and PDF ^