Voorwaardelijke gevangenisstraf en geldboete voor gebruik van een vals Oekraïens rijbewijs bij een grenscontrole; verweer van reguliere afgifte in Donetsk verworpen
/Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 27 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:2154
Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch veroordeelt een in 1968 geboren man voor het opzettelijk gebruik maken van een vals Oekraïens rijbewijs. De verdachte overhandigt het rijbewijs op 27 april 2025 bij een controle door de Koninklijke Marechaussee net na de grensovergang Duitsland-Nederland in Roermond. Uit documentonderzoek blijkt dat de ondergrond is geprint in plaats van gedrukt en dat de UV-beveiliging afwijkt. Het hof verwerpt het verweer dat de verdachte het rijbewijs op reguliere wijze van de autoriteiten in Donetsk heeft verkregen en neemt ten minste voorwaardelijk opzet aan. Het voorwaardelijke verzoek om nader onderzoek naar de authenticiteit wijst het hof af op grond van het noodzaakcriterium. Het hof legt een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken en een geldboete van € 2.000 op en onttrekt het rijbewijs aan het verkeer.
Inleiding en context
De verdachte is een natuurlijk persoon, geboren in 1968, zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland. Op 27 april 2025 passeert hij als bestuurder van een Mercedes-Benz Vito met Oekraïense kentekenplaten de grensovergang Duitsland-Nederland op de N280 te Roermond. Verbalisanten van de Koninklijke Marechaussee controleren de inzittenden op grond van artikel 8 van de Schengengrenscode. De verdachte overhandigt uit eigen beweging twee Oekraïense paspoorten, een Oekraïens rijbewijs en een kentekenbewijs. De verbalisanten zien dat meerdere druk- en beveiligingstechnieken van het rijbewijs niet overeenkomen met een door de Oekraïense autoriteiten afgegeven exemplaar en nemen het in beslag.
De politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, veroordeelt de verdachte op 10 juli 2025 tot een gevangenisstraf van twee maanden, waarvan één maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld. Het hof wijst arrest op tegenspraak.
Tenlastelegging en wettelijk kader
De verdachte wordt verweten dat hij op of omstreeks 27 april 2025 te Roermond opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een Oekraïens rijbewijs, als ware het echt en onvervalst, door dit te tonen of te overhandigen aan een verbalisant. Het feit is strafbaar gesteld in artikel 225 Sr. Centraal staan de valsheid van het rijbewijs en het opzet van de verdachte op het gebruik daarvan.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal vordert, naar het hof begrijpt, vernietiging van het vonnis, bewezenverklaring van het tenlastegelegde en oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken en een geldboete van € 2.000. Ten aanzien van het beslag vordert de advocaat-generaal onttrekking aan het verkeer van het rijbewijs.
Standpunt van de verdediging
De raadsman bepleit primair vrijspraak op twee gronden. Ten eerste bevat het dossier, in het bijzonder het proces-verbaal van het documentonderzoek, volgens de verdediging onvoldoende steekhoudend bewijs dat het rijbewijs vals of vervalst is. Ten tweede ontbreekt het opzet, omdat de verdachte het rijbewijs op reguliere wijze van de autoriteiten in Donetsk, Oekraïne, heeft verkregen en ten tijde van het gebruik ervan uitging dat het authentiek was.
Voor het geval het hof tot een bewezenverklaring komt, verzoekt de raadsman voorwaardelijk om nader onderzoek naar de authenticiteit van het rijbewijs bij de Oekraïense autoriteiten. Daarnaast verzoekt hij om teruggave van het inbeslaggenomen rijbewijs. Een strafmaatverweer voert de raadsman niet. Hij wijst wel op de persoonlijke omstandigheden: de verdachte heeft een partner en een zoon, kampt met ernstige gezondheidsproblemen en is arbeidsongeschikt.
Oordeel gerecht
Het hof vernietigt het vonnis, reeds omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, terwijl het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 Sv.
Het hof baseert het bewijs op het proces-verbaal van bevindingen van de controlerende verbalisanten, het verhoor van de verdachte en het proces-verbaal van het documentonderzoek van 28 april 2025. In zijn verhoor bevestigt de verdachte dat hij de bestuurder was, dat hij het rijbewijs heeft overhandigd en dat het op zijn naam staat. Het documentonderzoek stelt vast dat de ondergrond met een printtechniek in plaats van een druktechniek is aangebracht en dat de UV-beveiliging afwijkt bij aanstraling met ultraviolet licht. De conclusie luidt dat het rijbewijs een nabootsing is van een origineel model en vals is.
Het hof ziet geen reden om het proces-verbaal van het documentonderzoek niet voor het bewijs te gebruiken. Daaruit blijkt genoegzaam dat de verbalisant bekend is met de relevante eigenschappen van een authentiek Oekraïens rijbewijs, en de gronden voor de conclusie zijn genoegzaam omschreven. Ten overvloede overweegt het hof dat de valsheid kennelijk zo evident was dat de drie controlerende verbalisanten zonder nader onderzoek al meerdere afwijkingen in echtheidskenmerken zagen. Ook op grond van alleen hun bevindingen, waarvan de juistheid door de verdediging niet als zodanig is bestreden, acht het hof de valsheid bewezen.
Omdat het rijbewijs vals is, neemt het hof als vaststaand aan dat het niet op reguliere wijze door de Oekraïense autoriteiten aan de verdachte is verstrekt. De andersluidende verklaring van de verdachte is slechts in beperkte mate geconcretiseerd en niet onderbouwd, en het hof acht haar ongeloofwaardig. De verdachte moet het rijbewijs daarom op een andere, niet reguliere wijze hebben verkregen. Daaruit leidt het hof af dat de verdachte ten minste in voorwaardelijke vorm opzet heeft gehad op het voorhanden hebben en op het gebruik van het rijbewijs. Het hof verwerpt de tot vrijspraak strekkende verweren in al hun onderdelen.
Het voorwaardelijke verzoek tot nader onderzoek beoordeelt het hof aan de hand van het noodzaakcriterium. Gelet op het bewijs acht het hof zich voldoende voorgelicht en ziet het de noodzaak van het verzochte onderzoek niet. Het verzoek wordt afgewezen.
Het hof kwalificeert het bewezenverklaarde als opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst. Feit en verdachte zijn strafbaar.
Bewezenverklaring
Het hof verklaart bewezen dat de verdachte:
op 27 april 2025 te Roermond opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een Oekraïens rijbewijs, als ware het echt en onvervalst, door dit te overhandigen aan een verbalisant.
Van wat meer of anders is tenlastegelegd, spreekt het hof de verdachte vrij.
Strafoplegging en maatregelen
Het hof legt een gevangenisstraf van vier weken op, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en een geldboete van € 2.000, subsidiair 20 dagen hechtenis. Daarmee volgt het hof de vordering van de advocaat-generaal en komt het tot een lichtere straf dan de politierechter.
In de strafmotivering overweegt het hof dat valse rijbewijzen een effectieve controle op rijvaardigheid en verkeersveiligheid verhinderen en dat de gebruiker van een vals rijbewijs in het verkeer niet is verzekerd, met gevolgen voor andere weggebruikers. Het gebruik van dergelijke falsificaties tast bovendien het vertrouwen aan dat in van overheidswege verstrekte rijbewijzen moet kunnen worden gesteld. Uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 2 april 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld. Het hof slaat acht op de persoonlijke omstandigheden die de raadsman naar voren heeft gebracht en houdt bij de hoogte van de geldboete rekening met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover die ter terechtzitting is gebleken. Het hof spreekt in de motivering van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf, terwijl de gevangenisstraf zelf geheel voorwaardelijk wordt opgelegd naast de geldboete.
Ten aanzien van het beslag oordeelt het hof dat het bewezenverklaarde met betrekking tot het rijbewijs is begaan en dat het ongecontroleerde bezit van dit valse document in strijd is met de wet en het algemeen belang. Het hof onttrekt het rijbewijs aan het verkeer. De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 36b, 36c en 225 Sr.
Lees hier de volledige uitspraak.
Gerelateerde berichten
Vernietiging en terugwijzing van de strafoplegging bij een veroordeling voor valsheid in geschrift wegens ontoereikende motivering, 28 augustus 2026
