Onzorgvuldigheid is nog geen voorwaardelijk opzet: Hoge Raad vernietigt veroordeling voor gebruik vervalst document bij verblijfsaanvraag

Hoge Raad 17 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:443

De Hoge Raad vernietigt een veroordeling wegens medeplegen van valsheid in geschrift bij een verblijfsaanvraag. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had voorwaardelijk opzet aangenomen op grond van onzorgvuldigheid bij het indienen van de aanvraag. De Hoge Raad oordeelt dat het niet betrachten van de vereiste zorgvuldigheid niet zonder meer gelijkstaat aan het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans op het gebruik van een vervalst document. De zaak wordt teruggewezen naar het hof voor een nieuwe behandeling. Deze uitspraak bevestigt de ondergrens van voorwaardelijk opzet in het strafrecht, met name bij artikel 225 lid 2 Sr.

Achtergrond

Deze zaak draait om een man, geboren in 1976 in Marokko, die op 21 juli 2015 bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) fysiek een aanvraag indient om toetsing aan het EU-recht en afgifte van een verblijfsdocument. Hij vraagt een verblijfsvergunning aan op grond van zijn relatie met een EU-burger, een Spaanse vrouw. Om aan te tonen dat sprake is van een duurzame relatie, moet de aanvrager bewijzen dat hij met deze EU-burger in het buitenland heeft samengewoond. Bij de aanvraag is als bijlage een verklaring omtrent gezinsinschrijving in het bevolkingsregister van een Spaanse gemeente gevoegd. In dat document staat vermeld dat de verdachte sinds 6 juni 2014 op een adres in die Spaanse gemeente staat ingeschreven, samen met zijn beweerdelijke partner.

Uit een Europees Onderzoeksbevel (EOB), ingediend bij de Spaanse autoriteiten in januari 2020, blijkt echter dat de verdachte nooit in Spanje in het bevolkingsregister ingeschreven heeft gestaan. De Spaanse autoriteiten melden dat er ten aanzien van de verdachte geen gegevens in Spanje bestaan. De verklaring omtrent gezinsinschrijving is daarmee een vervalst geschrift. De verdachte verklaart tijdens een hoorzitting bij de IND bovendien zelf dat zijn partner niet bij hem ingeschreven heeft gestaan en dat hij "formeel zonder adres" leefde.

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt de verdachte bij arrest van 20 september 2023 wegens medeplegen van opzettelijk gebruikmaken van een vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof oordeelt dat de verdachte hierbij niet alleen heeft gehandeld en dat hij in ieder geval medewerking heeft gekregen van een ander, te weten zijn beweerdelijke partner. De opgelegde straf bedraagt een taakstraf voor de duur van 171 uren, subsidiair 85 dagen hechtenis. De zaak hangt samen met de zaak tegen de medeverdachte (zaaknummer 23/03794).

Middel

Namens de verdachte stelt advocaat A.C. Vingerling een cassatiemiddel voor. Het middel klaagt over de bewezenverklaring van het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte op het gebruikmaken van het vervalste geschrift. De kern van de klacht is dat het hof ontoereikend heeft gemotiveerd waarom sprake is van voorwaardelijk opzet.

De raadsman voert in hoger beroep al aan dat de verdachte de Nederlandse taal niet machtig is en dat een derde partij zich over de benodigde bijlagen bij de aanvraag moet hebben ontfermd. De verdachte heeft de aanvraag weliswaar ondertekend, maar dat enkele feit betekent volgens de verdediging niet dat hij in strafrechtelijke zin verantwoordelijk is voor de documenten die bij die aanvraag zijn gevoegd. De verdediging betoogt dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte zelf vervalste stukken heeft overgelegd of wist dat vervalste stukken als bijlage zijn gevoegd. Om voorwaardelijk opzet aan te nemen, had de verdachte bewust rekening moeten houden met de aanmerkelijke kans dat vervalste documenten bij de aanvraag zijn gevoegd. Dat de verdachte de wens had om naar Nederland te komen, is daarvoor onvoldoende. De raadsman wijst er verder op dat er een grotere organisatie achter het indienen van dergelijke aanvragen werkzaam lijkt te zijn, maar dat daarmee niet is gezegd dat de verdachte hiermee bekend is. De verdediging concludeert dat zelfs als de verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de documenten vervalst waren, dit geen opzet oplevert, ook niet in voorwaardelijke zin.

Beoordeling Hoge Raad

Het hof legt aan zijn oordeel dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat bij de aanvraag een vervalst document is gevoegd, twee pijlers ten grondslag. Ten eerste stelt het hof voorop dat van aanvragers van een verblijfsvergunning mag worden verwacht dat zij de nodige zorgvuldigheid betrachten bij het indienen van zo'n aanvraag en zelf de authenticiteit van de bij de aanvraag gevoegde documenten controleren. Ten tweede overweegt het hof dat de verdachte de aanvraag met de daarbij behorende bijlagen heeft ondertekend en heeft ingediend, terwijl het volgens het hof zonneklaar is dat deze bijlagen doorslaggevend zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Op grond van deze omstandigheden concludeert het hof dat de verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op het gebruik van de vervalste verklaring.

De Hoge Raad oordeelt dat deze motivering niet toereikend is, mede gelet op hetgeen namens de verdachte is aangevoerd. De Hoge Raad overweegt dat uit de enkele omstandigheid dat de verdachte niet de zorgvuldigheid in acht heeft genomen die van een aanvrager van een verblijfsvergunning mag worden verwacht, nog niet volgt dat hij daarmee bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat bij de aanvraag een vervalst document is gevoegd. Met andere woorden: het niet betrachten van de vereiste zorgvuldigheid is niet zonder meer gelijk te stellen aan het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans op het indienen van een vervalst document. Onzorgvuldigheid of nalatigheid kan weliswaar verwijtbaar zijn, maar levert op zichzelf nog geen voorwaardelijk opzet op.

Dit oordeel van de Hoge Raad sluit aan bij de vaste jurisprudentie over de ondergrens van het voorwaardelijk opzet. Voor het aannemen van voorwaardelijk opzet is vereist dat de verdachte zich willens en wetens blootstelt aan de aanmerkelijke kans dat het gevolg intreedt. Daarvoor is nodig dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans en dat hij die kans bewust aanvaardt, ook wel aan te duiden als "op de koop toe nemen". Het enkele feit dat iemand niet de vereiste zorgvuldigheid betracht, kan wijzen op schuld in de zin van culpa, maar rechtvaardigt niet zonder meer de conclusie dat sprake is van (voorwaardelijk) opzet. Het hof had nader moeten motiveren waarom in dit concrete geval, waarin de verdachte de Nederlandse taal niet machtig is en een derde partij betrokken is bij het vergaren van de bijlagen, toch kan worden aangenomen dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans op het indienen van een vervalst document heeft aanvaard.

Het cassatiemiddel slaagt. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch en wijst de zaak terug naar datzelfde hof, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^