Rechtbank stelt uitgrijzen van geheimhoudersgegevens onder getroffen waarborgen gelijk aan vernietigen en verklaart beklag van advocaten ex artikel 552a Sv ongegrond

Rechtbank Rotterdam 7 oktober 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:13668

De rechtbank Rotterdam beslist voor de derde keer op een klaagschrift van twee advocaten over in beslag genomen correspondentie met een voormalige cliënt die onder hun verschoningsrecht valt. De Hoge Raad heeft de eerdere beschikkingen van de rechtbank in deze zaak tweemaal vernietigd en de zaak teruggewezen. De klagers verzoeken om definitieve vernietiging van alle geheimhoudersgegevens bij het Openbaar Ministerie en de FIOD, omdat het uitgrijzen volgens hen onvoldoende waarborgen biedt. Het Openbaar Ministerie wijst op digitale profielen met beperkte rechten, logging, een verbaliseringsplicht en ontgrijzen uitsluitend na een rechterlijke beslissing en toestemming van de FIOD-directeur. De rechtbank acht deze waarborgen toereikend, ook voor het kopiëren van data, en stelt het uitgrijzen onder deze waarborgen gelijk aan vernietigen. Het beklag is ongegrond; een eventueel incident is ter beoordeling aan de zittingsrechter in de strafzaak.

Inleiding en context

Het betreft een beschikking van de meervoudige raadkamer op een beklag op grond van artikel 552a Sv. De klagers zijn twee advocaten. Zij staan de verdachte niet langer bij en treden op als belanghebbenden gelet op hun functie van advocaat.

De officieren van justitie hebben met machtiging van de rechter-commissaris in strafrechtelijke onderzoeken tegen een (voormalige) cliënt van de klagers gegevens in beslag genomen, waaronder een dossier met correspondentie tussen de klagers en de verdachte. Dat dossier valt onder het verschoningsrecht van de klagers. De gegevens staan op een USB-stick, waarvan een kopie is gemaakt. Beide USB-sticks zijn overgedragen aan de rechter-commissaris, de kopie op 4 december 2023. De beschikking vermeldt niet welke feiten de verdachte worden verweten.

Het klaagschrift dateert van 14 december 2020. De rechtbank verklaart de klagers op 8 juli 2021 niet-ontvankelijk; de Hoge Raad vernietigt die beschikking op 20 september 2022. Op 15 maart 2024 verklaart de rechtbank het beklag gegrond; de Hoge Raad vernietigt ook die beschikking, op 1 juli 2025. De openbare raadkamer behandelt het beklag op 23 september 2026, nadat beide partijen hun standpunten schriftelijk hebben aangevuld.

Tenlastelegging en wettelijk kader

Er is geen tenlastelegging; het gaat om een beklagprocedure. De rechtbank toetst aan artikel 552a Sv, artikel 126aa leden 1 en 2 Sv en de artikelen 4 leden 1 en 2 en 5 leden 1 en 2 van het Besluit bewaren en vernietigen niet-gevoegde stukken. Centraal staat of het uitgrijzen gelijkstaat aan vernietigen in de zin van artikel 126aa lid 2 Sv, dan wel aan het niet meer kenbaar zijn in de zin van artikel 5 van het Besluit.

De rechtbank ontleent aan de rechtspraak van de Hoge Raad dat ook bewerking van de digitale voorziening waarmee gegevens raadpleegbaar zijn, ertoe kan leiden dat gegevens niet meer kenbaar zijn, mits verzekerd is dat zij geen deel meer uitmaken van de processtukken en dat daarop geen acht wordt geslagen. Uit HR 1 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1030, volgt dat van de vernietiging nauwkeurig proces-verbaal moet worden opgemaakt, waarin inzichtelijk is hoe is gewaarborgd dat bij het opsporingsonderzoek betrokkenen op geen enkele wijze toegang krijgen. Technische voorzieningen moeten controleerbaar zijn, bijvoorbeeld door geautomatiseerde registratie van handelingen. De beschikking spreekt in de tekst van een arrest van 5 juli 2022, terwijl de voetnoot verwijst naar HR 20 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1257.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie vordert ongegrondverklaring van het beklag. Volgens het Openbaar Ministerie heeft de Hoge Raad niet geëist dat gegevens definitief ontoegankelijk worden gemaakt. De getroffen waarborgen voorkomen dat het onderzoeksteam en derden kennisnemen van de uitgegrijsde gegevens; ontgrijzen kan alleen na een beslissing van de rechter-commissaris of de rechtbank. Kopiëren van het dossier en het opnieuw inladen van een databestand in een andere tool vallen onder ontgrijzen en kennen dezelfde waarborgen. Het Openbaar Ministerie erkent dat het systeem niet waterdicht is en dat incidenten kunnen voorkomen, maar stelt dat dit de waarde van de waarborgen niet wegneemt en dat het uitgangspunt is dat opsporingsambtenaren te goeder trouw naar de werkinstructies handelen.

Standpunt van de verdediging

In deze beklagprocedure treedt geen verdediging op; het standpunt van de klagers luidt als volgt. Zij verzoeken definitieve vernietiging van alle geheimhoudersgegevens in het bezit van het Openbaar Ministerie en de FIOD. De waarborgen bieden volgens hen geen daadwerkelijke bescherming, omdat medewerkers abusievelijk of opzettelijk handelingen kunnen verrichten, zoals het kopiëren van data, waardoor de gegevens weer zichtbaar worden. Voor het kopiëren zijn geen waarborgen schriftelijk vastgelegd. Alleen opslag bij de rechter-commissaris en daadwerkelijke vernietiging van de kopieën biedt volgens de klagers garantie. Ter zitting voeren zij aan dat zij, ondanks alle waarborgen, een zelfstandig professioneel belang hebben bij daadwerkelijke vernietiging. Ten aanzien van de USB-sticks hebben de klagers geen verdere verzoeken, omdat de originele dataset met voldoende waarborgen bij het kabinet van de rechter-commissaris ligt.

Oordeel gerecht

De rechtbank stelt vast dat het Openbaar Ministerie, in een memo van de FIOD van 26 januari 2023 en de Aanwijzing waarborgen professioneel verschoningsrecht van 1 juni 2025, vijf waarborgen heeft laten vastleggen: digitale profielen met beperkte rechten waardoor rechercheurs niet kunnen ontgrijzen, logging van wie zich wanneer toegang verleent, een verbaliseringsplicht bij uit- en ontgrijzen, ontgrijzen alleen na een onherroepelijk oordeel van de rechter-commissaris of de rechtbank, en aanvullende toestemming van de FIOD-directeur voor de uitvoering daarvan. Met het Openbaar Ministerie oordeelt de rechtbank dat deze waarborgen ook gelden voor het kopiëren van data, omdat een verzoek tot kopiëren de facto neerkomt op ontgrijzen.

De rechtbank acht de waarborgen toereikend om te verzekeren dat de gegevens niet toegankelijk zijn voor het onderzoeksteam, geen deel uitmaken van de processtukken en dat daarop geen acht wordt geslagen. Zij gaat ervan uit dat opsporingsambtenaren conform de regels en te goeder trouw handelen. De rechtbank erkent dat incidenten niet zijn uit te sluiten en dat uitgrijzen de gegevens niet definitief ontoegankelijk maakt, maar overweegt dat die eis niet volgt uit de regelgeving of de rechtspraak van de Hoge Raad. Doet zich een incident voor, dan is het aan de zittingsrechter in die strafzaak om dit te onderzoeken en er eventueel een gevolg aan te verbinden. Onder deze waarborgen staat het uitgrijzen gelijk aan vernietigen.

Over de USB-sticks neemt de rechtbank geen beslissing, nu de klagers geen vernietiging daarvan meer verzoeken. Op het gestelde zelfstandige professionele belang overweegt de rechtbank dat de klagers geen situaties naar voren hebben gebracht die buiten de dekking van de waarborgen vallen; zij ziet geen aanleiding tot nader onderzoek.

Lees hier de volledige uitspraak.

Gerelateerde berichten

Gerelateerde cursussen

Print Friendly and PDF ^