Geldboete voor hypotheekadviseur wegens medeplegen van opzettelijk gebruik van een valse arbeidsovereenkomst; vrijspraak voor de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14 oktober 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:6562

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt een hypotheekadviseur voor het medeplegen van opzettelijk gebruik van een valse arbeidsovereenkomst bij een hypotheekaanvraag in 2018. De arbeidsovereenkomst vermeldt een fictief dienstverband van veertig uur per week bij een camping, terwijl de hypotheekaanvrager daar nooit heeft gewerkt. Uit WhatsApp-berichten van de verdachte leidt het hof af dat zij wist dat de vermelde contracturen niet juist waren en dat het ging om een papieren constructie om de hypotheek te verkrijgen. Van het gebruik van een valse werkgeversverklaring en een valse salarisspecificatie spreekt het hof de verdachte vrij, omdat niet blijkt dat zij van die valsheid wist. Dat een medewerker van de bank mogelijk zelf aanstuurde op aanpassing van de uren, doet volgens het hof niet af aan de bewezenverklaring. Het hof legt een geldboete van € 5.000 op en kiest uitdrukkelijk voor een strafmodaliteit die de voortzetting van de onderneming en een AFM-vergunning niet in de weg hoeft te staan.

Inleiding en context

De verdachte is een natuurlijk persoon, geboren in 1968. Zij is eigenaar van een hypotheekbemiddelingsbedrijf en treedt in 2018 op als tussenpersoon bij de financiering van een appartement voor een hypotheekaanvrager. De medeverdachte geeft haar de opdracht de financiering te regelen en is haar contactpersoon. De aanvrager staat op papier in dienst bij een camping, waarvan een tweede medeverdachte eigenaar is. De bewijsmiddelen zijn afkomstig uit het dossier Hille en uit WhatsApp-gesprekken uit het onderzoek 26Eufala.

De rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, veroordeelt de verdachte op 7 augustus 2025 voor het medeplegen van opzettelijk gebruik van een vals geschrift, meermalen gepleegd, tot een taakstraf van 60 uur, waarvan 30 uur voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar. De verdachte stelt hoger beroep in. Het hof behandelt de zaak op 24 september 2026 en sluit het onderzoek op 14 oktober 2026.

Tenlastelegging en wettelijk kader

De verdachte wordt verweten dat zij in de periode van 24 mei 2018 tot en met 1 juni 2018 samen met een of meer anderen opzettelijk gebruik heeft gemaakt van drie valse geschriften door deze aan de bank te verstrekken ten behoeve van een hypothecaire geldlening: een werkgeversverklaring van de camping, een arbeidsovereenkomst tussen de camping en de aanvrager, getekend op 31 mei 2018, en een salarisspecificatie over april 2018. De valsheid bestaat er volgens de tenlastelegging in dat in strijd met de waarheid is vermeld dat de aanvrager voor de camping werkte, een contract voor onbepaalde tijd had, per 1 augustus 2018 gemiddeld 40 uur per week zou werken en in april 2018 117 loonuren had gewerkt. Het feit is strafbaar gesteld in artikel 225 lid 1 Sr in samenhang met artikel 47 Sr.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal acht het tenlastegelegde bewezen. De documenten zijn vals en uit de WhatsApp-gesprekken van de verdachte volgt dat zij dit wist, evenals het medeplegen met de medeverdachte. Zij heeft volgens de advocaat-generaal een actieve en significante rol gespeeld door de klant in de gelegenheid te stellen de aanvankelijk aangeboden stukken te laten aanpassen. De stukken zijn onder haar verantwoordelijkheid en binnen de normale bedrijfsvoering van haar bedrijf verstrekt. De advocaat-generaal vordert een taakstraf van 60 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar.

Standpunt van de verdediging

De raadsman bepleit vrijspraak. De valsheid van de documenten staat niet ter discussie; betwist wordt dat de verdachte daarvan wist, dat zij de documenten opzettelijk heeft gebruikt en dat zij nauw en bewust heeft samengewerkt met anderen.

Over het WhatsApp-bericht voert de verdediging aan dat het woord geloofwaardiger achteraf ongelukkig gekozen kan zijn, maar niet betekent dat iets vals is. Van een hypotheekadviseur wordt verwacht dat zij creatief meedenkt en maximaal opkomt voor het belang van de klant. De verdachte had geen verkeerde intenties, kende de medeverdachte destijds niet en mocht uitgaan van de aangeleverde informatie.

Daarnaast vroeg de bank zelf in herhaald overleg de uren aan te passen. De verdachte kan volgens de verdediging niet worden aangemerkt als degene die de documenten heeft gebruikt, omdat haar binnendienstmedewerker ze verstuurde. Bewijs voor samenwerking met de medeverdachte of diens boekhouder ontbreekt. Een strafmaatverweer voert de raadsman niet.

Oordeel gerecht

Het hof spreekt de verdachte vrij van het gebruik van de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie. Het dossier bevat geen bewijs dat zij wist dat er in het geheel geen arbeidsovereenkomst bestond. Het in de werkgeversverklaring vermelde bruto jaarinkomen van ruim € 35.000 wijkt niet zodanig af van de salarisspecificatie dat dit in het oog had moeten springen, en de 117 uren in april 2018 wijken niet zodanig af van de werkuren die de verdachte bekend waren. Het hof betrekt daarbij informatie van de bank waaruit een dienstverband van 27 uur blijkt.

Voor de arbeidsovereenkomst van 31 mei 2018 acht het hof het bewijs wel voldoende. Op grond van de verklaring van de medeverdachte en een OVC-opname, waarin de aanvrager zegt nooit op de camping te zijn geweest, stelt het hof vast dat het document valselijk is opgesteld. Dat mogelijk een medewerker het document heeft verzonden, staat aan bewezenverklaring niet in de weg: de verdachte is eigenaar van het bedrijf, behandelt het dossier telkens zelf en de verstrekking geschiedt in haar opdracht en onder haar verantwoordelijkheid.

De wetenschap van de valsheid leidt het hof af uit de WhatsApp-gesprekken. Op 19 februari 2018, ruim voor de aanvraag van 24 mei 2018, schrijft de verdachte aan de medeverdachte dat circa 70 contracturen vragen zullen opleveren en vraagt zij of de salarisstrook van de tweede werkgever kan worden aangepast naar minder uren en een hoger uurloon, omdat dat geloofwaardiger is. Op 29 mei 2018 legt de bank de aanvraag terug wegens het aantal contracturen. De verdachte stelt de bank dezelfde dag voor dat de aanvrager in de toekomst 38 uur bij de camping en 8 uur bij de tweede werkgever gaat werken. Op 31 mei 2018 herhaalt zij tegenover de medeverdachte dat dit voorstel geloofwaardiger overkomt en vraagt zij een verklaring dat de aanvrager per 1 augustus 40 uur tegen het genoemde salaris gaat werken. Dezelfde dag wordt de arbeidsovereenkomst opgesteld. Het hof spreekt van het schuiven van uren op papier en oordeelt dat de berichten niet voor een andere uitleg vatbaar zijn dan dat de verdachte wist dat de contracturen niet juist waren en een schijnconstructie vormden.

Dat een medewerker van de bank mogelijk gelegenheid bood of aanstuurde op aanpassing van de uren, doet volgens het hof niet af aan de valsheid en het aanleveren van het stuk. Bij interne controle of controle door een toezichthouder zou de administratie een onjuist beeld van de werkelijkheid en het risico geven. Het hof kwalificeert het bewezene als medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 Sr, als ware het echt en onvervalst.

Bewezenverklaring

  • Het medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een valse arbeidsovereenkomst tussen de camping en de hypotheekaanvrager, getekend op 31 mei 2018, door deze in de periode van 24 mei 2018 tot en met 1 juni 2018 aan de bank te verstrekken ten behoeve van een hypothecaire geldlening.

Het hof spreekt de verdachte vrij van het gebruik van de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie over april 2018. De gepubliceerde bewezenverklaring geeft de tenlastelegging integraal weer, zonder zichtbare doorhalingen van deze onderdelen.

Strafoplegging en maatregelen

Het hof weegt mee dat de verdachte niet eerder is veroordeeld. Ter zitting brengt zij naar voren dat haar bedrijf financieel gezond is, dat de strafzaak veel impact heeft, dat de bank de samenwerking heeft opgezegd en dat een veroordeling volgens haar het verlies van haar AFM-vergunning en het einde van haar bedrijf betekent.

Het hof overweegt dat de bank voor de beoordeling van de kredietwaardigheid afhankelijk is van de juistheid van de overgelegde stukken en dat de regelgeving voor hypotheekverstrekking ook betalingsproblemen bij de consument voorkomt. Het rekent de verdachte in het bijzonder aan dat zij beroepsmatig bemiddelt bij hypotheken en het kwalijke van haar handelen nog steeds niet inziet. Van overschrijding van de redelijke termijn is geen sprake, maar het hof houdt rekening met het tijdsverloop van acht jaar.

Gelet op de partiële vrijspraak kiest het hof voor een andere strafmodaliteit dan de rechtbank en de advocaat-generaal. Het legt een geldboete op van € 5.000, bij niet betalen te vervangen door 50 dagen hechtenis, mede gelet op de draagkracht van de verdachte. Het hof beoogt daarmee een straf die de voortzetting van de onderneming en een vergunning van de AFM niet in de weg hoeft te staan. Bijkomende straffen of maatregelen legt het hof niet op. De straf is gebaseerd op de artikelen 23, 24, 24c en 225 Sr.

Lees hier de volledige uitspraak.

Gerelateerde berichten

Gerelateerde cursussen

Print Friendly and PDF ^