Verdachte in een publieke corruptiezaak: het procesverloop van de zaak De Mos en het gesprek op het Anti-Corruptie Congres 2026
/Op het Anti-Corruptie Congres 2026 van de BijzonderStrafrecht Academie, op donderdag 19 november 2026 in Den Haag, gaat de dagvoorzitter onder de titel Aan de andere kant van het dossier in gesprek met Richard de Mos, fractievoorzitter van Hart voor Den Haag. De Mos werd in 2019 verdachte in een omvangrijk corruptieonderzoek van de Rijksrecherche, dat zich richtte op de vraag of partijdonaties van ondernemers aan zijn partij verband hielden met hulp bij vergunningen en vastgoedprojecten. De zaak speelde zich af in de volle openbaarheid en eindigde na bijna vijf jaar met vrijspraak van omkoping in twee instanties, waarbij het gerechtshof De Mos wel veroordeelde wegens schending van het ambtsgeheim. Waar corruptiezaken op een congres doorgaans worden besproken vanuit het perspectief van opsporing, vervolging en verdediging als professie, belicht deze bijdrage de zaak vanuit de positie van de verdachte zelf. Deze blog vat het procesverloop samen, beschrijft het vervolg dat De Mos aan de zaak geeft en licht de congresbijdrage toe.
De strafzaak in eerste aanleg
Op 1 oktober 2019 doorzocht de Rijksrecherche werkkamers op het Haagse stadhuis en woningen van verdachten in een onderzoek naar corruptie en omkoping. De Mos en zijn collega Rachid Guernaoui, beiden op dat moment wethouder namens Hart voor Den Haag, legden daarop hun functie neer. De verdenkingen betroffen onder meer ambtelijke omkoping, deelname aan een criminele organisatie en schending van de geheimhoudingsplicht; centraal stonden partijdonaties van ruim € 100.000 van vijf ondernemers, die volgens het Openbaar Ministerie samenhingen met hulp bij horecavergunningen en vastgoedprojecten. Het OM eiste tegen De Mos een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 22 maanden. De rechtbank Rotterdam sprak De Mos, Guernaoui en de medeverdachten op 21 april 2023 integraal vrij (rechtbank Rotterdam 21 april 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:3199). De rechtbank achtte geen van de verdenkingen bewezen, overwoog dat een kwade bedoeling bij de donerende ondernemers niet kon worden vastgesteld en was kritisch op de werkwijze van het Openbaar Ministerie, die zij als te rigide aanmerkte.
Het hoger beroep
Het Openbaar Ministerie ging gedeeltelijk in hoger beroep en eiste tegen De Mos een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, een taakstraf van 240 uur en een verbod van vier jaar om een ambt te bekleden. Het gerechtshof Den Haag sprak De Mos, Guernaoui en de vijf ondernemers op 21 juni 2024 opnieuw vrij van omkoping (gerechtshof Den Haag 21 juni 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1014). Het hof oordeelde dat donaties aan een politieke partij giften kunnen zijn in de zin van de omkopingsbepalingen, maar achtte niet bewezen dat er een verband bestond tussen de giften en een beoogde tegenprestatie of dat de oud-wethouders daardoor hun werk niet meer onafhankelijk konden doen. Wel achtte het hof bewezen dat De Mos en Guernaoui hun ambtsgeheim hadden geschonden door vertrouwelijke informatie te delen met derden, onder meer over een geheim conceptbesluit van het college en over nachtontheffingen voor horecazaken. De Mos kreeg daarvoor een voorwaardelijke geldboete van € 2.000; Guernaoui werd schuldig verklaard zonder oplegging van straf. Het door het OM geëiste verbod om een ambt te bekleden legde het hof niet op. Het Openbaar Ministerie zag geen gronden voor cassatie tegen het arrest, waarmee de strafzaak tegen De Mos werd afgerond.
Het vervolg: verzoek om genoegdoening
Na de onherroepelijke vrijspraak van omkoping richtte De Mos zich op genoegdoening. Volgens berichtgeving van Den Haag Centraal van juli 2025 bereidt zijn advocaat een civiele procedure voor tegen de gemeente Den Haag en de Staat, die moet leiden tot excuses, reflectie en een schadevergoeding, en wordt daartoe een verzoekschrift voorbereid voor het onder ede horen van getuigen, onder wie de huidige en voormalige burgemeesters van Den Haag. De Mos stelt in die berichtgeving dat hij door de zaak zijn functie als wethouder verloor, jarenlang hoge advocaatkosten droeg en zijn goede naam kwijtraakte. Het gaat om zijn standpunt in een voorgenomen procedure; over de gegrondheid daarvan is niet geoordeeld.
Aan de andere kant van het dossier op het Anti-Corruptie Congres 2026
In het gesprek op het congres vertelt De Mos hoe het is om verdachte te zijn in een zaak die zich in de volle openbaarheid afspeelt, en wat opsporing en vervolging met een bestuurder doen. Hij vertelt welke bijstand hij kreeg, juridisch en daarbuiten, wat hem daarin hielp en wat hij heeft gemist. Zijn ervaringen geven advocatuur, opsporing en Openbaar Ministerie een beeld van de zaak vanuit de positie van de verdachte. Het congres vindt plaats op donderdag 19 november 2026 van 10.00 tot 17.00 uur in het centrum van Den Haag, nabij het Centraal Station, en behandelt daarnaast onder meer de schikkingspraktijk van het Openbaar Ministerie, de EU-anticorruptierichtlijn, de herijkte Amerikaanse FCPA-handhaving, corruptie als systeemfalen, persoonsverwisseling in de strafrechtketen en het meldklimaat binnen organisaties. Deelname is uitsluitend fysiek mogelijk en levert zes PO- en PE-punten op. Het volledige programma en de inschrijfmogelijkheid staan op de congrespagina.
Afsluiting
De Haagse corruptiezaak eindigde voor Richard de Mos met vrijspraak van omkoping in twee instanties en een voorwaardelijke geldboete van € 2.000 wegens schending van het ambtsgeheim; de strafzaak tegen hem is met het arrest van het gerechtshof Den Haag van 21 juni 2024 afgerond. Volgens berichtgeving bereidt De Mos een civiele procedure voor tegen de gemeente Den Haag en de Staat, gericht op excuses en schadevergoeding. Op 19 november 2026 vertelt hij op het Anti-Corruptie Congres 2026 in Den Haag hoe hij de zaak als verdachte heeft ervaren en wat de rechtspraktijk daarvan kan leren.
