Art. 591a Sv: raadsvrouw heeft afwijkend uurtarief van € 360, maar snel en efficiënt gewerkt

Rechtbank Noord-Holland 10 januari 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:159

De met een gespecificeerde declaratie onderbouwde kosten zijn niet als bovenmatig aan te merken. De rechtbank merkt daarbij op dat het gehanteerde uurtarief van € 360 aanzienlijk afwijkt van het in eenvoudige strafzaken gemiddeld gehanteerde uurtarief. Daar staat echter tegenover dat – marginaal toetsend – uit de in rekening gebrachte uren volgt dat de raadsvrouw snel en efficiënt heeft gewerkt. Daarom is de rechtbank – anders dan de officier van justitie – van oordeel dat het verzoek kan worden toegewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling administratiekantoor voor schending Wwft

Rechtbank Amsterdam 27 november 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:8873

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling bedrijf voor het medeplegen van een bedrieglijke bankbreuk door groot geldbedrag en goodwill in het zicht van het faillissement aan de boedel te onttrokken

Rechtbank Overijssel 24 mei 2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:4501

Verdachte heeft zich als rechtspersoon schuldig gemaakt aan het medeplegen van bedrieglijke bankbreuk. Een groot geldbedrag en goodwill is in het zicht van het faillissement aan de boedel van bedrijf 1 B.V. onttrokken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Fraude met pgb’s: ontneming van 2,1 miljoen euro

Rechtbank Oost-Brabant 13 januari 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:103

Een 59-jarige vrouw uit Eindhoven moet 2,1 miljoen euro betalen aan de Staat. Dit bedrag heeft zij volgens de rechtbank Oost-Brabant op illegale wijze verkregen door fraude te plegen met persoonsgebonden budgetten (pgb’s). De vrouw werd in augustus 2017 door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf van 28 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Ze had zich gepresenteerd als bemiddelaar voor diverse mensen bij de aanvragen van pgb's.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Schending van de zorgplicht als bedoeld in artikel 13 van de Wet Bodembescherming

Rechtbank Rotterdam 19 december 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:10406

De verdachte rechtspersoon heeft zich schuldig gemaakt aan een milieudelict door niet te voorkomen dat de bodem werd verontreinigd met rubbergranulaatkorrels als gevolg van de exploitatie van twee kunstgrasvelden. Ook toen de verontreiniging zich voordeed heeft zij niet alle vereiste maatregelen genomen om de daaruit voortvloeiende nadelige gevolgen voor het milieu (verder) te beperken en ongedaan te maken. Zo zijn bijvoorbeeld de aanbevolen kantplanken niet geplaatst.

Read More
Print Friendly and PDF ^