Afwijzing verzoek tot voeging documenten die zijn opgemaakt in het kader van de Stuur- en Weegploeg

Rechtbank Amsterdam 28 juli 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:6175

De verdediging heeft in een fiscale strafzaak kennisneming dan wel voeging bij de processtukken gevraagd van documenten die zijn opgemaakt in het kader van de besluitvorming in de zogenoemde Stuur- en Weegploeg, resulterend in de strafrechtelijke vervolging van de verdachte. De officier heeft zowel de kennisneming als de voeging geweigerd. De rechter-commissaris verleent op grond van artikel 34 lid 4 Sv een machtiging aan de officier van justitie ter bekrachtiging van die weigering. Het uitgangspunt is dat SWP-stukken geen processtukken zijn in de zin van artikel 34 lid 1 Sv. Dit kan anders zijn als de verdediging gemotiveerd aanvoert dat en waarom het openbaar ministerie in een individueel geval ten onrechte tot strafrechtelijke vervolging is overgegaan in plaats van de zaak fiscaal-bestuursrechtelijk af te doen. De drempel voor kennisneming weliswaar lager ligt, maar ook daarvoor geldt als voorwaarde dat de verdediging aan de hand van het geldende recht en het belastingdossier een scenario schetst en onderbouwt dat ten minste twijfel zaait over de juistheid van de vervolgingsbeslissing.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak accountant van het opmaken van valse controleverklaringen.

Gerechtshof Den Haag 3 oktober 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:1965

Met de verdediging en de advocaat-generaal heeft het hof niet de overtuiging bekomen dat de controleverklaringen over de periode 2012 tot en met 2016 door de verdachte valselijk zijn opgemaakt. Naar het oordeel van het hof is onvoldoende vast komen te staan dat de verdachte gedurende de tenlastegelegde periode wist dat medeverdachte op grote schaal wederrechtelijk geld onttrok aan de Stichting.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Oplichting woningbouwvereniging door laten gunnen van project voor hoger bedrag in ruil voor douceurtjes

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 5 oktober 2023, ECLI:NL:GHSHE:2020:4216

Verdachte heeft samen met anderen de woningbouwvereniging opgelicht. Hoe? Bij de aankoop van een bepaald vastgoedproject ‘project 1’ heeft Medeverdachte 1 – vanuit diens positie als directeur-bestuurder van deze organisatie – bewerkstelligd dat het project niet rechtstreeks werd gekocht van de aanbieder bedrijf 2 B.V., maar voor een veel hoger bedrag werd afgenomen van bedrijf 1 B.V., zonder dat er door laatstgenoemde partij inspanningen zijn verricht die die waardensprong kunnen rechtvaardigen. Verdachte was bij dit alles betrokken. Ondertussen werden door medeverdachten Medeverdachte 2 en naam 3, als bestuurders van bedrijf 1 B.V., aan Medeverdachte 1 douceurtjes toegestopt. Aldus vond, buiten het zicht van (de raad van commissarissen van) woningbouwvereniging een één-tweetje plaats waarmee Medeverdachte 1 en Wildhage zich over de rug van woningbouwvereniging bevoordeelden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming wederrechtelijke verkregen voordeel uit niet-ambtelijke omkoping: Vereenzelviging aandeelhouder en B.V.

Gerechtshof Amsterdam 21 september 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2187

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het vermogen van betrokkene 2 B.V. vereenzelvigd dient te worden met dat van haar directeur-grootaandeelhouder betrokkene 1 en gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van €7.001.707 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, waarbij de betalingsverplichting hoofdelijk dient te worden opgelegd aan de betrokkene en betrokkene 2 B.V.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt: gebruik getuigenverklaring terwijl verdediging niet behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om t.a.v. getuige het ondervragingsrecht uit te oefenen

Hoge Raad 3 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1349

In gevallen waarin de rechter voor het bewijs gebruik wil maken van een door een getuige afgelegde verklaring, terwijl de verdediging – ondanks het nodige initiatief – niet een behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om ten aanzien van die getuige het ondervragingsrecht uit te oefenen, moet de rechter nagaan of het proces als geheel eerlijk is verlopen. Van belang hierbij zijn (i) de reden dat het ondervragingsrecht niet kan worden uitgeoefend met betrekking tot een getuige van wie de verklaring voor het bewijs wordt gebruikt, (ii) het gewicht van de verklaring van de getuige, binnen het geheel van de resultaten van het strafvorderlijke onderzoek, voor de bewezenverklaring van het feit, en (iii) het bestaan van compenserende factoren, waaronder ook procedurele waarborgen, die compensatie bieden voor het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid. Deze beoordelingsfactoren moeten daarbij in onderling verband worden beschouwd. Als de uitoefening van het ondervragingsrecht niet wordt gerealiseerd, moet de rechter onderzoeken of voldoende compenserende factoren hebben bestaan voor de door de verdediging ondervonden beperkingen bij het onderzoek naar de betrouwbaarheid van de verklaring van de getuige, waarmee ook de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing wordt gewaarborgd.

Read More
Print Friendly and PDF ^