Uitspraken grote kamer over verhouding wetgever - bestuursrechter
/Wat kan, mag en moet de bestuursrechter als de toepassing van een strenge en tegelijk duidelijke wettelijke bepaling volgens appellanten leidt tot een onredelijke en onevenredige uitkomst? Het antwoord hangt af van het type wet. Als de strenge wetsbepaling in een ๐๐ฒ๐ ๐ถ๐ป ๐ณ๐ผ๐ฟ๐บ๐ฒ๐น๐ฒ ๐๐ถ๐ป staat, die door de Tweede en Eerste Kamer is goedgekeurd, dan geldt het โprimaat van de wetgeverโ. De bestuursrechter heeft dan het toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet te respecteren. De ruimte voor de rechter om tot een redelijke en burgervriendelijke uitkomst te komen is dan beperkt, zeker als in de wet een bruikbaar โventielโ ontbreekt. En die ruimte is naar de huidige stand van de rechtsontwikkeling afwezig als moet worden aangenomen dat de wetgever de gevolgen van de strenge bepaling heeft bedoeld en voorzien. In de twee zaken over kinderopvangtoeslag waarin de grote kamer vandaag uitspraak doet, is dat het geval. Mocht deze uitkomst niet wenselijk worden geacht, dan is het aan de wetgever om de Wet kinderopvang op dit punt te wijzigen.
Read More