Beslag & teruggave onder zekerheidstelling

Hoge Raad 1 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:60

Artikel 118a Sv biedt in het geval van een conservatoir beslag op grond van artikel 94a Sv de mogelijkheid van teruggave onder zekerheidstelling. Als het openbaar ministerie bij een dergelijk beslag weigert om een voorwerp onder zekerheidstelling terug te geven, kan de belanghebbende op grond van artikel 552a Sv klagen over de voortduring van het beslag. De beklagrechter beoordeelt dan of sprake is van een toereikend onderbouwd aanbod tot zekerheidstelling dat een aanvaardbaar alternatief kan bieden voor het gelegde conservatoire beslag op het voorwerp. Indien dat het geval is, toetst de beklagrechter of dit aanbod - mede in het licht van de door het openbaar ministerie aan de zekerheidstelling gestelde voorwaarden - meebrengt dat de voortzetting van het beslag niet langer in overeenstemming is met de eis van subsidiariteit. Alvorens hierover definitief te beslissen kan de beklagrechter de behandeling van het klaagschrift aanhouden teneinde de klager in de gelegenheid te stellen om met het openbaar ministerie tot een vergelijk te komen over de aan vervangende zekerheid gestelde voorwaarden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Medeplegen van gewoontewitwassen en feitelijk leiding geven aan valsheid in geschrifte door storten geld op Luxemburgse bankrekeningen van rechtspersonen en doorstorten

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25 januari 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:329

Verdachte heeft zich met haar levenspartner gedurende een zeer lange periode schuldig gemaakt aan het medeplegen van gewoontewitwassen. Zij hebben samen gelden met een criminele herkomst naar een trustmaatschappij in Luxemburg gebracht, die het geld vervolgens in hun opdracht op bankrekeningen van door hen verworven rechtspersonen in Luxemburg heeft gestort. Met dat geld zijn weer diverse stortingshandelingen naar andere rechtspersonen verricht. Met hulp van de trustmaatschappij zijn complexe structuren met diverse rechtspersonen in Nederland, België, Luxemburg en een belastingparadijs als de Britse Maagdeneilanden opgezet. Daarbij hebben Verdachte en haar levenspartner zich veel moeite getroost om te bewerkstelligen dat de Nederlandse autoriteiten niet of zeer moeilijk op de hoogte konden komen van het bestaan en de omvang van de via misdrijf verkregen inkomsten en het vermogen van de verdachten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over de beoordeling en onderbouwing van verzoeken tot het horen van getuigen in ontnemingszaken

Hoge Raad 8 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:147

De Hoge Raad heeft zijn rechtspraak over de eisen die in strafzaken gelden met betrekking tot de onderbouwing van verzoeken van de verdediging tot het oproepen en horen van getuigen, ten dele bijgesteld in zijn arrest van 20 april 2021. Deze bijstelling is ook in ontnemingszaken van betekenis, maar alleen indien en voor zover het verzoek tot het horen van getuigen is gedaan in verband met een in de ontnemingsprocedure te nemen beslissing die ertoe strekt dat de betrokkene zelf een concreet aangeduid strafbaar feit heeft begaan. Als het getuigenverzoek is gedaan in verband met een andere beslissing, zoals de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, de verdeling van dat voordeel of de gemaakte kosten, geldt onverminderd dat de rechter bij de beoordeling van een verzoek tot het horen van een getuige mede in zijn oordeel kan betrekken of het betreffende verzoek van de verdediging, mede in het licht van de door het openbaar ministerie aan zijn vordering ten grondslag gelegde financiële gegevens, is voorzien van een onderbouwing waaruit blijkt waarom het horen van die getuige van belang is voor die beslissing.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing verzoek schadevergoeding art. 530 Sv: verzoeker heeft zich in vroeg stadium voor advies tot advocaat gewend, maar gemaakte kosten zijn niet door toedoen van de Staat veroorzaakt

Rechtbank Noord-Holland 2 februari 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:827

Verzoeker heeft eind december 2019 (via familieleden) vernomen dat er aangifte tegen hem zou worden gedaan dan wel reeds zou zijn gedaan. Op 30 december 2019 heeft toen een bespreking met hem (en zijn vrouw) met de advocaat plaatsgevonden. Na het verhoor van verzoeker op 25 februari 2021 is de zaak uiteindelijk op 21 juni 2021 geseponeerd. Naar het oordeel van de rechtbank staan de werkzaamheden in 2019 (in totaal 2,5 uur) niet in rechtstreeks verband met een strafzaak. Die was er immers nog niet. In de omstandigheden van dit geval is het wellicht raadzaam geweest dat verzoeker zich al in een vroeg stadium voor advies tot een advocaat heeft gewend, maar de daardoor gemaakte kosten zijn geen kosten die door toedoen van de Staat zijn veroorzaakt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor accijnsfraude en merkvervalsing. Beoordeling van de ‘overall fairness’ van de procedure.

Rechtbank Overijssel 31 mei 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:4933

Op 7 oktober 2020 hebben opsporingsambtenaren van de Belastingdienst/FIOD een in werking zijnde productiestraat voor de productie van sigaretten aangetroffen op het perceel adres te Acquoy. Voor dit adres is geen vergunning voor een accijnsgoederenplaats afgegeven. Op het perceel staan een woning en een schuur/loods. De opsporingsambtenaren zagen bij binnenkomst dat de schuur/loods was ingericht als een illegale sigarettenfabriek en was opgedeeld in een ruimte met een sigarettenstraat en een ruimte waar rooktabak werd versneden en gedroogd.

Read More
Print Friendly and PDF ^