Wanneer kunnen voorwerpen worden aangemerkt als afkomstig uit valsheid in geschrift of niet-ambtelijke omkoping?

Hoge Raad 6 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1033

De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen met betrekking tot de vraag wanneer voorwerpen afkomstig zijn uit enig misdrijf als bedoeld in art. 420bis en 420ter Sr. Het hof heeft vastgesteld dat verdachte afspraken heeft gemaakt met medeverdachte over vergoedingen voor ‘bewezen diensten’. Verdachte heeft t.b.v. betalingen facturen opgesteld en verstuurd naar bedrijf A. Op facturen staat als omschrijving ‘interim management’. Hof heeft vastgesteld dat deze omschrijvingen vals zijn, omdat verdachte nooit (interim management) werkzaamheden heeft verricht en dat bedoeling van deze omschrijvingen was om herkomst van de geldbedragen te verhullen. Verdachte heeft deze geldbedragen vervolgens gebruikt voor aankoop en verkoop van onroerend goed. Hof heeft geoordeeld dat de geldbedragen zijn verkregen door de valsheid in geschrift en “door de handelwijze van verdachte t.a.v. B en C”, die hof beschouwt als een vorm van niet-ambtelijke omkoping.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen strijd met beginselen goede procesorde: Overleg met Belastingdienst over betalen omzetbelastingschuld stond niet in de weg aan strafrechtelijke vervolging voor nieuwe strafbare feiten

Rechtbank Rotterdam 13 juli 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:6912

De Fiscale eenheid, waarvoor de verdachte werkzaam was, was gedurende het eerste half jaar van 2017 met de Belastingdienst in overleg over het betalen van de omzetbelastingschuld over de periode 1 januari 2010 tot en met 30 april 2013. Op 1 maart 2017 is besloten tot de strafrechtelijke afhandeling van het vermoedelijk opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting in de periode mei 2013 tot en met april 2016. Geen rechtsregel stond de strafrechtelijke vervolging voor deze mogelijk nieuwe strafbare feiten in de weg.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming dierenartsenpraktijk: Onderscheid directe en indirecte kosten bij in mindering brengen vast te stellen wederrechtelijk verkregen voordeel

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 juli 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:2377

Het hof legt een ontneming op aan een dierenartsenpraktijk. De winst was illegaal verdiend doordat de praktijk niet-geregistreerde dierengeneesmiddelen leverde. Ten aanzien van de kostensoorten wordt onderscheid gemaakt tussen de directe en indirecte kosten. Direct zijn kosten die zonder toepassing van enige verdeelsleutel eenvoudig rechtstreeks aan het object van de berekening – bijvoorbeeld een door de onderneming te fabriceren en/of te verkopen product – kunnen worden toegerekend. Een voorbeeld is de inkoopwaarde van de grondstoffen die in het product worden verwerkt. Anderzijds zijn er indirecte kostensoorten (algemene kosten – ook wel overhead kosten genoemd -, zoals kosten van het gebouw waarin de bedrijfsprocessen plaatsvinden, administratiekosten, managementkosten etc.) die uitsluitend via een verdeelsleutel aan het product kunnen worden toegerekend.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak actieve omkoping van een ambtenaar, oplichting en valsheid in geschrifte

Rechtbank Noord-Nederland 15 juli 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:3110

Bedrijf 1 was de vaste leverancier van camera’s van de politie Noord-Nederland. De politie Noord-Nederland plaatste regelmatig grote orders bij bedrijf 1. Op verzoek van Naam 1 zorgde bedrijf 1 ervoor dat de goederen naar het privéadres van Naam 1 werden gestuurd of dat hij die goederen zelf op kon halen bij de betreffende winkel. De verklaring van Naam 2 dat het niet ongebruikelijk was om goederen die voor de politie bestemd waren naar privéadressen van medewerkers van de politie te sturen wordt ondersteund door meerdere getuigen. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de betreffende goederen geen ongebruikelijke luxegoederen zijn en zeer wel zouden kunnen worden gebruikt in een politie-omgeving.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Arbeidsongeval: vrijspraak voor dood door schuld nu medische behandeling en voeding door slachtoffer was gestaakt

Rechtbank Oost-Brabant 2 augustus 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:4106

De rechtbank acht niet aan twijfel onderhevig dat het slachtoffer als gevolg van het ten gevolge van de val opgelopen lichamelijk letsel is komen te verkeren in een medische toestand van vrijwel volledige invaliditeit, die geen uitzicht bood op herstel. Dit neemt naar het oordeel van de rechtbank echter niet weg dat het intreden van de door het gevolg is geweest van een besluit van het slachtoffer zelf. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de dood van slachtoffer niet redelijkerwijs aan de gedragingen van de verdachte kan worden toegerekend.

Read More
Print Friendly and PDF ^