Alleen duidelijke en ondubbelzinnige intrekking rechtsmiddel kan als rechtsgeldige intrekking gelden

Hoge Raad 17 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:437

Het middel bevat de klacht dat het hof het verweer dat de brief van de verdachte van 14 juni 2018 niet kon worden verstaan als een bijzondere volmacht tot het intrekken van het hoger beroep, heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Uitspraak informatieplicht aan Parlementaire ondervragingscommissie

Gerechtshof Den Haag 24 maart 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:509

De stichtingen rondom de AlFitrah moskee moeten meewerken aan het onderzoek van de Parlementaire Ondervragingscommissie Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen. Dat heeft het gerechtshof Den Haag vandaag in hoger beroep beslist.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Uitspraak op ontnemingsvordering vervalt van rechtswege als veroordeling in strafzaak definitief achterwege

Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:255

In de aan de onderhavige ontnemingszaak ten grondslag liggende strafzaak heeft de AG geconcludeerd dat de officier van justitie alsnog niet-ontvankelijk in de vervolging dient te worden verklaard omdat het recht tot strafvordering ten aanzien van de ten laste gelegde misdrijven is verjaard. De behandeling van de ontnemingsvordering is een sequeel van de vervolging in de hoofdzaak. De schriftuur bevat evenwel, anders dan in de hoofdzaak, geen klacht dat het recht tot strafvordering is komen te vervallen. De Hoge Raad grijpt niet ambtshalve in in gevallen waarin de verjaring reeds voor het indienen van de schriftuur is voltooid en de cassatieschriftuur in dit verband geen klacht bevat. In lijn met dit arrest en vanwege het ontbreken van een klacht, kan in het midden blijven of het verval van het recht tot strafvordering zich ook uitstrekt tot de onderhavige ontnemingsprocedure.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR over gezondheid en welzijn van getuigen

Hoge Raad 17 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:446

Op grond van artikel 288 lid 1 onder b van het Wetboek van Strafvordering kan de rechter van het verhoor van een niet verschenen getuige afzien indien het gegronde vermoeden bestaat dat de gezondheid of het welzijn van de getuige door het afleggen van een verklaring ter terechtzitting in gevaar wordt gebracht en het voorkomen van dit gevaar zwaarder weegt dan het belang om de getuige ter terechtzitting te kunnen ondervragen. De vraag of dat gegronde vermoeden bestaat, dient te worden beantwoord tegen de achtergrond van het in artikel 6 EVRM gegarandeerde recht van de verdachte op een eerlijk proces.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bevel schorsing voorlopige hechtenis: beoordelingskader verzoek tot schorsing VH en coronavirus

Rechtbank Noord-Holland 19 maart 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:2102

De coronacrisis plaatst de samenleving en ook de rechtspraak voor nieuwe vragen. Bij de beoordeling van verzoeken tot schorsing van de voorlopige hechtenis spelen nieuwe aspecten een rol die verband houden met de uitbraak van het virus. Ook in de zaak van deze verdachte zijn argumenten ingebracht ter onderbouwing van een schorsingsverzoek die verband houden met de thans ontstane situatie.

Read More
Print Friendly and PDF ^