Veroordeling bedrijf voor het medeplegen van een bedrieglijke bankbreuk door groot geldbedrag en goodwill in het zicht van het faillissement aan de boedel te onttrokken

Rechtbank Overijssel 24 mei 2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:4501

Verdachte heeft zich als rechtspersoon schuldig gemaakt aan het medeplegen van bedrieglijke bankbreuk. Een groot geldbedrag en goodwill is in het zicht van het faillissement aan de boedel van bedrijf 1 B.V. onttrokken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. bijzondere omstandigheden die overschrijding van termijn voor h.b. door verdachte verontschuldigbaar doen zijn

Hoge Raad 14 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:38

De wet bepaalt in welke gevallen tegen een rechterlijke uitspraak een rechtsmiddel kan worden ingesteld en binnen welke termijn dit kan geschieden; die termijnen zijn van openbare orde. Overschrijding van de termijn voor hoger beroep door de verdachte betekent in de regel dat deze niet in dat hoger beroep kan worden ontvangen. Dit gevolg kan daaraan uitsluitend dan niet worden verbonden, indien sprake is van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden welke de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Inbreuk op beginselen van behoorlijke procesorde door ‘rolverwisseling’ van advocaat cliënt naar zaaks-OvJ?

Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:23

In onderhavige strafzaak heeft de (voormalige zaaks-)officier van justitie, op 13 februari 2013 de aanhouding buiten heterdaad bevolen van de verdachte terwijl hij eerder, toen hij nog advocaat was, in 2008 de verdachte als raadsman in twee zaken heeft bijgestaan. Volgens de verdediging diende het openbaar ministerie om die reden niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat door deze gang van zaken een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ambtshalve verplichting tot horen van getuigen wier verklaringen voor bewijs zijn gebruikt?

Hoge Raad 14 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:5

De onderhavige zaak wordt - anders dan het geval was in HR 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1943 - niet gekenmerkt door de bijzonderheid dat de rechter in eerste aanleg heeft doen blijken dat hij een ten overstaan van een opsporingsambtenaar afgelegde, de verdachte belastende verklaring van een getuige niet betrouwbaar acht en daarom niet voor het bewijs gebruikt, en de rechter (mede) op die grond tot vrijspraak van het tenlastegelegde feit is gekomen, terwijl de rechter in hoger beroep die verklaring wel voor het bewijs gebruikt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof: strafbaarstelling van de in art. 1.2.2 lid 5 onder c Vuurwerkbesluit bedoelde voorbereidingshandelingen in strijd met de wetgevingssystematiek

Gerechtshof Den Haag 23 december 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3538

Gezien de formulering van onderdeel c van het vijfde lid van artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit en de nota van toelichting zijn er naar het oordeel van het hof geen aanknopingspunten dat onderdeel c van het vijfde lid de strafbaarstelling van een zelfstandig delict betreft. Het gehele artikellid slaat immers terug op - en verwijst expliciet naar – de voorafgaande artikelleden en strekt voor wat betreft onderdeel c zonder meer tot het verbieden van voorbereidingshandelingen gericht op hetgeen in de voorgaande artikelleden wordt verboden.

Read More
Print Friendly and PDF ^