Wetenschap van verdachte dat geldbedragen - middellijk of onmiddellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf?

Hoge Raad 15 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1582

Het middel klaagt dat de door het hof vastgestelde bijzondere omstandigheden aangaande de wetenschap van de Verdachte dat het geld van misdrijf afkomstig was, op zichzelf én in onderling verband beschouwd, de bewezenverklaring niet kunnen dragen. ’s Hofs vaststelling dat de gang van zaken omslachtig en ingewikkeld was, leidt volgens de steller van het middel immers niet tot de conclusie dat sprake is van het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat de geldbedragen van enig misdrijf afkomstig zijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Is sprake van een gewijzigd inzicht van de wetgever t.a.v. art. 341 en 343 Sr (Bedrieglijke bankbreuk)?

Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1013

De steller van het middel voert allereerst aan dat sinds de wetswijziging op 1 juli 2016 art. 341 (nieuw) Sr enkel nog ziet op de failliete natuurlijke persoon en geen betrekking meer heeft op de bestuurder of commissaris van de gefailleerde rechtspersoon, ten aanzien van wie de strafbaarstelling apart is geregeld in art. 343 (nieuw) Sr, zodat reeds om die reden art. 341 (oud) Sr is veranderd naar aanleiding van een gewijzigd inzicht van de wetgever en derhalve art. 341 (nieuw) Sr heeft te gelden als de voor de Verdachte meest gunstige bepaling als bedoeld in art. 1, tweede lid, Sr (waarbij in de toelichting op het middel in aanmerking wordt genomen dat te dezen niet is voorzien in een overgangsregeling).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Aan vordering van OvJ tot leggen van conservatoir beslag in strafzaken te stellen eisen m.b.t. het vermelden van de aard van het beslag

Hoge Raad 15 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1591

Het middel klaagt over de juistheid en de begrijpelijkheid van het oordeel van de Rechtbank dat in de vordering tot machtiging van de Officier van Justitie tot het leggen van conservatoir beslag als bedoeld in art. 94a en 103 Sv, concrete voorwerpen moeten worden genoemd waarop het voorgenomen beslag betrekking heeft.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verzoek ex art. 591a Sv: afwijzing kosten werkzaamheden kantoorgenoten. Declaraties zeer summier, geen uurnota per persoon genoemd, werkzaamheden stagiairs niet onderbouwd.

Rechtbank Amsterdam 3 september 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:7196

Ten aanzien van de werkzaamheden van de minder ervaren kantoorgenoten of stagiairs is uit de declaraties en de toelichting onvoldoende naar voren gekomen waar de werkzaamheden van de minder ervaren kantoorgenoten of stagiairs uit hebben bestaan. De overgelegde declaraties bevatten slechts zeer summiere omschrijvingen van de verrichte werkzaamheden. Evenmin is duidelijk geworden tegen welk uurtarief de werkzaamheden zijn verricht. Nu in deze zaak door diverse personen is gewerkt, mocht worden verwacht dat wordt onderbouwd waar de werkzaamheden van stagiairs, die nog in het geheel niet als specialist functioneren, uit hebben bestaan en tegen welk uurtarief alle werkzaamheden zijn verricht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Benadeelde partij niet-ontvankelijk ten aanzien van gevorderde misgelopen renteopbrengsten en belastingschuld

Rechtbank Oost-Brabant 1 oktober 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:5566

Verdachte heeft zich gedurende 7,5 jaar schuldig gemaakt aan oplichting en valsheid in geschrifte. Verdachte heeft op laaghartige en geraffineerde wijze doen voorkomen dat de slachtoffers via hem een goede voorziening voor hun oude dag konden bewerkstelligen door het afsluiten van de door verdachte geadviseerde polissen en (krediet)overeenkomsten. In het kader van deze activiteiten zijn via stortingen op bankrekeningen van bedrijven en/of stichtingen, waaraan verdachte was gelieerd, tienduizenden euro’s verdwenen.

Read More
Print Friendly and PDF ^