Fraude met loonheffingen in de uitzendbranche: Overwegingen over de kwaliteit van aangifteplichtige, medeplegen, rol van verdachte & de wijze waarop zaken tegen medeverdachten zijn afgedaan

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 11 september 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3314

Het hof heeft in het kader van de straftoemeting tevens de rol van de verdachte in de constellatie van de bewezenverklaarde strafbare feiten in ogenschouw genomen, alsmede de wijze waarop de zaken tegen haar medeverdachten zijn afgedaan. Allereerst stelt het hof vast dat de verdachte als zzp’er in ondergeschiktheid ten opzichte van haar opdrachtgevers medeverdachte 1 en medeverdachte 2 administratieve werkzaamheden heeft verricht. De verdachte heeft, anders dan de directeuren van Uitzendbureau 1 B.V. en Uitzendbureau 2 B.V., geen financieel voordeel uit de strafbare feiten genoten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geldt uitgangspunt dat zaak binnen zestien maanden moet zijn afgedaan in geval van voorlopig gehechte ook voor ontnemingszaken?

Hoge Raad 9 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:559

De stellers van het middel stellen zich in de toelichting daarop op het standpunt dat het hof ten onrechte heeft overwogen dat het uitgangspunt van een eindvonnis binnen zestien maanden, zoals dat in strafzaken geldt voor verdachten die in verband met de bewezen verklaarde feiten in voorlopige hechtenis verkeren, niet van overeenkomstige toepassing is in ontnemingszaken. Daartoe verwijzen de stellers van het middel naar het arrest van de Hoge Raad van 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:BD2578, NJ 2008, 358, dat volgens hen ook geldt voor ontnemingszaken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Schending vertrouwensbeginsel: Rb verklaart OvJ niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering

Rechtbank Amsterdam 25 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:5592

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een schending van het vertrouwensbeginsel. Het Openbaar Ministerie bestrijdt niet de stelling van de raadsvrouw dat de officier van justitie tijdens het onderzoek ter terechtzitting in de strafzaak op 7 maart 2017 de opmerking heeft gemaakt dat de op die terechtzitting aangekondigde ontnemingsvordering slechts zou worden doorgezet, indien er geen regeling met de benadeelde partij zou worden getroffen waarbij de schade vergoed zou worden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Aanbieden en onder zich hebben van ivoren voorwerpen: verdachte heeft voldaan aan plicht om naar genoegen CITES-bureau aan te tonen dat hij een beroep kan doen op antiekvrijstelling

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 juli 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6116

Uit de regelgeving leidt het hof af dat verdachte in deze zaak met succes een beroep kan doen op de zogenoemde “antiekvrijstelling” indien hij ten genoegen van het CITES-bureau (de in Nederland aangewezen “administratieve instantie” zoals bedoeld in artikel 2 onder w van de Basisverordening) kan aantonen dat zijn ivoren voorwerpen vóór het jaar 1947 zijn bewerkt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor handel in merkvervalste goederen

Rechtbank Amsterdam 11 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:5971

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer vijf maanden schuldig gemaakt aan, kort gezegd, de handel in een aanzienlijke hoeveelheid namaakproducten.

Read More
Print Friendly and PDF ^