Artikel: De strafrechtelijke bewijsmaatstaf in het onderwijsrecht

Het ‘sanctionerende’ onderwijsrecht krijgt niet regelmatig aandacht in dit tijdschrift, omdat het grootste deel van zijn lezers niet op de een of andere manier betrokken is bij dit rechtsgebied. Toch kan het interessant zijn om af en toe aandacht te besteden aan het onderwijsrecht. Er zijn – volgens de Afdeling – namelijk bepaalde strafrechtelijke leerstukken al dan niet van toepassing op het onderwijsrecht, die wel degelijk bekend zijn bij het lezerspubliek. Om bij het begin te beginnen. Sinds 1 januari 2023 is de Afdeling de bevoegde rechter om kennis te nemen van geschillen tussen de examencommissie en de betrokkene (de student). In veel gevallen is sprake van (vermoedelijk) gepleegde fraude door de student, waarna de examencommissie een bestuurlijke sanctie oplegt. De Afdeling heeft ongeveer twee jaar lang volgehouden dat de oplegging van sommige sancties door de examencommissie moet worden aangemerkt als een bestraffende sanctie in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen de kwalificatie is commentaar geleverd vanuit de wetenschap. In april 2025 is de Afdeling evenwel ‘omgegaan’ en merkt het onderwijssancties – opgelegd door de examencommissie – niet langer aan als bestraffende sancties, maar als bestuurlijke herstelsancties. De reden voor deze omslag heeft ermee te maken dat de Afdeling bij nader inzien toch van mening is dat geen sprake is van het oogmerk om de student te straffen, maar dat de sancties een pedagogisch en opvoedkundig karakter hebben. Ook zijn (oud-)studenten een afgebakende doelgroep, wat niet wijst in de richting van een bestraffende sanctie, aldus de Afdeling. De Afdeling wijst er verder op dat, gelet op het uniform overtredersbegrip, ook voor herstelsancties blijft gelden dat buiten redelijke twijfel vast moet komen te staan dat de student heeft gefraudeerd. Het is deze strafrechtelijke maatstaf in het onderwijsrecht die in deze annotatie centraal staat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Tussen asymmetrie en anarchie

In schikkingsland is een frisse wind opgestoken. Transactieschikkingen (al dan niet pas gesloten na aanvang van de terechtzitting of met uitzonderlijke voorwaarden), zelfmelddeals, ‘afdoeningsovereenkomsten’,proces­afspraken en op maat gemaakte strafbeschikkingen stapelen zich in hoog tempo op. Dat is zonder meer een positieve ontwikkeling – efficiënte afdoening is broodnodig met het oog op ons vastgelopen rechtssysteem, en het lijkt erop dat openbaar ministerie (hierna: het ‘OM’) en verdediging elkaar hierin steeds beter weten te vinden. Als advocaat kan ik de toegenomen creativiteit bij het vinden van oplossingen alleen maar toejuichen. Ik ben in algemene zin dus ook te spreken over het relatief nieuwe fenomeen dat in de vakliteratuur de ‘Hoge Strafbeschikking’ is gaan heten. De afgelopen jaren kwam deze afdoeningswijze al mondjesmaat voor, met name in zaken op het gebied van arbeidsomstandigheden, milieu en sancties – tot halverwege 2025 werden (voor zover bekend) zes strafbeschikkingen opgelegd met boetecomponenten van tussen de € 250 duizend en € 1,5 miljoen.Maar vorig jaar zette een duidelijke trend in: het OM legde in een paar maanden tijd meerdere strafbeschikkingen op van voorheen ongekende omvang.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De controle op de inhoud van garageboxen: ‘zoekend rondkijken’ of doorzoeken?

In de strijd tegen ondermijnende criminaliteit kan het openbaar bestuur gebruikmaken van verschillende toezichthoudende bevoegdheden. Een van deze bevoegdheden kan worden gevonden in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In Afdeling 2 van Boek 5 van de Awb zijn de algemene toezichthoudende bevoegdheden van toezichthouders neergelegd. Toezichthouders kunnen gebruikmaken van verschillende bevoegdheden, zoals het vorderen van inlichtingen (artikel 5:16 Awb), zaken te onderzoeken, aan opneming te onderwerpen en daarvan monsters te nemen (artikel 5:18 lid 1 Awb) en vervoermiddelen te onderzoeken met betrekking waartoe zij een toezichthoudende taak hebben (artikel 5:19 lid1 Awb). Toezichthouders zijn blijkens artikel 5:15 lid 1 Awb ook bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, elke plaats te betreden met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner. Het is deze bevoegdheid die wordt gebruikt om de inhoud van garageboxen te controleren in de strijd tegen ondermijning. Welnu, wat wordt precies bedoeld met de begrippen ‘ondermijning’ en ‘ondermijnende criminaliteit’? Het is inmiddels een oude discussie, waar reeds vele auteurs hun bijdrage aan hebben geleverd. Ik houd het erop dat met deze term vooral wordt bedoeld om een vervlechting tussen de onderwereld en de bovenwereld tegen te gaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Proefschrift: Klimaatstrafrecht

De klimaatcrisis roept grote woorden op. Politici eisen actie, activisten spreken van 'climate crime', en een Belgische jongen deed in 2024 aangifte van dood door schuld tegen TotalEnergies nadat hij een vriendin verloor bij een overstroming. Maar wat als we die woorden juridisch serieus nemen? Wat als we het strafrecht, het zwaarste instrument dat een overheid tot haar beschikking heeft, daadwerkelijk inzetten tegen gedragingen die bijdragen aan klimaatverandering? Dat is precies de vraag die Sjoerd Lopik stelt in zijn Leidse dissertatie Klimaatstrafrecht: de rol van het strafrecht binnen het juridische antwoord op klimaatverandering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Positieve verplichtingen onder artikel 8 EVRM en de rol van de nationale rechter

In het NTM|NJCM-Bulletin analyseren Ellen Gijselaar en Anneloes Kuiper hoe de Nederlandse civiele rechter positieve verplichtingen onder artikel 8 EVRM toepast in hinder- en overlastzaken, met de Schiphol-zaak en de Varkenshouderijen-zaak als casussen. Zij concluderen dat de fair balance-test regelmatig te dun wordt gemotiveerd en onvoldoende aansluit bij de methodologie van het EHRM. Daarnaast signaleren zij dat de Staat en de rechter de margin of appreciation-doctrine oneigenlijk inzetten om nationale terughoudendheid te rechtvaardigen, terwijl deze doctrine uitsluitend de verhouding tussen het EHRM en de Verdragsstaten regelt. De auteurs pleiten voor een actievere rechterlijke dialoog met het EHRM en het betrekken van internationale normen, zoals WHO-richtlijnen, bij de vaststelling van het beschermingsniveau.

Read More
Print Friendly and PDF ^