Artikel: Overzicht antiwitwaswetgeving 2025

In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen in 2025 op het gebied van antiwitwaswetgeving, voor zover relevant voor Nederland. Dit overzicht is een actualisering van het AML-overzicht in 2024.1 Gestart wordt met de mondiale ontwikkelingen, gevolgd door de Europese ontwikkelingen die van groot belang zijn. Op 10 juli 2027 vervalt de huidige Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en treedt de nieuwe Europese antiwitwaswetgeving (voor het grootste deel) in werking. Na de Europese ontwikkelingen komen de Nederlandse ontwikkelingen aan bod. De Wwft wordt – ondanks de komst van dit Europese pakket – nog steeds gewijzigd. Hoewel de meeste ontwikkelingen zich voordoen in de financiële sector, wordt ook ingegaan op belangrijke ontwikkelingen voor advocaten, notarissen en andere niet-financiële instellingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Strafrechtelijke veroordeling van een ambtenaar: reden tot ontslag?

In het arbeidsrecht geldt als hoofdregel dat een werknemer slechts arbeidsrechtelijke maatregelen opgelegd kan krijgen voor handelen in de werksfeer. Wel is het zo dat (al) sprake kan zijn van ‘handelen in de werksfeer’ als iets bijvoorbeeld buiten werktijd plaatsvindt, maar wel met een collega. Voor ambtenaren is dit anders. Vanwege de hogere integriteitseisen die gelden voor ambtenaren, geldt dat zij ook ontslagen kunnen worden voor een situatie die zich volledig in de privésfeer heeft voorgedaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Proeftuin voor reflexief toezicht

Publieke toezichthouders staan steeds vaker voor complexe vraagstukken waarin maatschappelijke waarden, verantwoordelijkheden en normen niet eenduidig zijn. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd experimenteert in dit kader – als onderdeel van een onderzoeksproject – met reflexief toezicht: een innovatieve benadering die toezicht inzet als leer- en ontwikkelproces, gericht op dialoog, samenwerking, gezamenlijk leren en reflectie. In drie pilots – gericht op leiderschap en cultuur in ambulancediensten, samenwerking rond persoonsgerichte zorg voor mensen met dementie die thuis wonen, en persoonsgerichte zorg in langdurige woonvoorzieningen – is onderzocht hoe inspecteurs deze aanpak in de praktijk kunnen vormgeven om beter bij te dragen aan publieke waarden in complexe contexten. Het onderzoek laat zien dat reflexief toezicht vraagt om meervoudige rollen en andere vaardigheden van inspecteurs, en om institutionele ruimte voor experiment en leren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Ontwikkeling systeemgericht toezicht in Noord-Brabant

In een maatschappij waarin de complexiteit van industriële processen en de risico’s voor veiligheid en milieu toenemen, is een robuuste en proactieve toezicht aanpak van onschatbare waarde. De traditionele reactieve benadering van toezicht, die voornamelijk gericht is op regelnaleving en waarbij pas ingegrepen wordt nadat zich problemen hebben gemanifesteerd, heeft grote nadelen. Met een dergelijke aanpak loopt de toezichthouder vaak achter de feiten aan. En omdat bestaande algemene regels maar al te vaak niet goed aansluiten op de praktijk heeft het toezicht de neiging bij te dragen aan de ontkoppeling tussen systeemwereld en leefwereld.
Om deze beperkingen te ondervangen hebben de Brabantse omgevingsdiensten, veiligheidsregio’s en waterschappen een nieuwe methodiek ontwikkeld, die primair gericht is op risicobeheersing en minder op regelnaleving. Deze methodiek, die is gebaseerd op onderzoek naar systeemtoezicht in de gezondheidszorg, gaat ervan uit dat bedrijven zelf verantwoordelijk zijn voor de met de regels beoogde maatschappelijke outcome – meer in het bijzonder een schone en veilige leefomgeving – en op de borging hiervan door de toezichthouder worden aangesproken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De innovatietragedie van toezichthouders

Hoewel innovatie toezichthouders belangrijke kansen biedt om hun toezicht te verbeteren, laat dit artikel zien dat inherente kenmerken van toezichthouders hun innovatie juist belemmeren. Door innovatieve bedrijven te vergelijken met toezichthouders, biedt dit artikel een nieuwe verklaring voor het ontstaan van innovatiebelemmeringen bij toezichthouders. Het artikel onderbouwt dat drie inherente kenmerken van toezichthouders – rechtmatigheid, legitimiteit en onafhankelijkheid – elk leiden tot drie specifieke belemmeringen voor innovatie. Rechtmatigheid leidt tot sequentiële koppeling van kennis, een eenzijdige benadering van vraagstukken en de beperking om af te wijken van bestaande specificaties. Legitimiteit leidt tot gebondenheid aan de maatschappelijke opdracht, de prioritering van incidenten en de terughoudendheid om innovaties te implementeren. Onafhankelijkheid leidt tot de terughoudendheid om zowel politici, ondertoezichtstaanden als burgers bij innovatieprocessen te betrekken. Deze negen belemmeringen vormen gezamenlijk een innovatietragedie bij toezichthouders.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vertraging als structureel probleem: de EU worstelt met de doorlooptijd van corruptiezaken

De doorlooptijd van corruptiezaken in de EU is een structureel probleem, zoals Follow the Money onlangs belichtte. Het Qatargate-onderzoek sleept al meer dan drie jaar zonder zittingsdatum, en in Griekenland blokkeert de parlementaire immuniteit het OPEKEPE-fraudeonderzoek van het EOM. De nieuwe EU-anticorruptierichtlijn, aangenomen op 26 maart 2026, harmoniseert delictsomschrijvingen en stelt minimumverjaringstermijnen van vijf tot tien jaar vast, maar raakt niet aan de kernproblemen van beperkte opsporingscapaciteit en procedurele vertragingsmogelijkheden. Ondertussen toont een nieuw Oxfam-rapport aan dat 3,55 biljoen dollar aan onbelast vermogen offshore geparkeerd blijft, wat de kwetsbaarheid van het financiële stelsel voor corruptie en witwassen onderstreept. Of de nieuwe wetgeving daadwerkelijk verschil maakt, hangt af van de bereidheid van lidstaten om te investeren in handhaving.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The European Protection Order

In March 2010, the authors were both appointed as rapporteurs of the draft Directive of the Council and the European Parliament on the European Protection Order (hereinafter EPO). This initiative was led by the Spanish Presidency, which found enough support within the Member States to activate the new powers conferred by the Lisbon Treaty in criminal matters. This proposal legally emerged from the Stockholm Programme guidelines adopted by the European Council on December 2009, which is a 5-year plan for the EU to settle on a common policy for justice and home affairs, including fundamental rights and the protection of citizens. These guidelines indicate that the area of freedom, security and justice must, above all, be a single area where fundamental rights and freedoms are protected. Moreover, mutual trust between authorities and services in the different Member States is seen as the basis for efficient cooperation in this area and as one of the main challenges in the future. Judicial cooperation in general, especially in criminal matters, is one of the pillars enabling mutual trust and, according to Art. 82(1) of the Treaty on the Functioning of the European Union (TFEU), shall be based on the principle of mutual recognition of judgements and judicial decisions.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Syntax error! Een verkenning van betrouwbaarheidsconcepten bij digitaal bewijs in strafzaken

Bij de vraag of het tenlastegelegde kan worden bewezenverklaard, dient de rechter volgens de Hoge Raad alleen bewijsmateriaal te gebruiken dat hij betrouwbaar (en bruikbaar) vindt. Maar wat houdt betrouwbaarheid precies in? In het dagelijkse spraakgebruik verwijst betrouwbaarheid naar vertrouwen in een persoon of object. In de empirische wetenschappen heeft het begrip een meer technische invulling: resultaten zijn betrouwbaar als ze bij herhaalde metingen consistent dezelfde uitkomsten opleveren. In de juridische praktijk wordt betrouwbaarheid in relatie tot bewijsmiddelen op verschillende manieren gebruikt. Zo wordt het begrip gehanteerd in de betekenis van ‘waar’ – waarmee de overeenkomstigheid van het bewijsmiddel met de werkelijkheid wordt bedoeld – en in de betekenis van ‘geloofwaardig’ – waarmee de mate waarin gerechtvaardigd geloof kan worden gehecht aan een bewijsmiddel centraal staat. De wijze waarop de rechter invulling geeft aan de betrouwbaarheidstoets van het bewijs hangt af van de context waarin het bewijs wordt gebruikt en het type bewijs. Het hiervoor beschreven gebrek aan uniformiteit speelt aldus op twee niveaus: enerzijds bestaan discrepanties tussen de dagelijkse, wetenschappelijke en juridische interpretatie van betrouwbaarheid; anderzijds is er binnen de rechtspraktijk en rechtspraak zelf geen eenduidige benadering van het begrip. Dit maakt de betrouwbaarheidstoets in strafzaken diffuus: als zowel de definitie als de invulling van betrouwbaarheid per context verschillen, hoe kan de rechter dan tot een consistente en verantwoorde bewijswaardering komen?

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Different Implementations of Mutual Recognition Framework Decisions

This article focuses on the different implementation solutions of mutual recognition framework decisions, based on a study of the first four framework decisions and their implementation in the Nordic Member States. The Lisbon Treaty changed the environment of EU criminal law and explicitly mentions mutual recognition in Art. 82(1) TFEU. This article also briefly analyses the change towards using either directives or regulations as mutual recognition instruments.Through transformation, the most commonly used form of implementation, the framework decisions are transformed into national legislation and into some of the rules on cooperation in criminal matters in the respective national legal systems. Transformation entails modifying other relevant national legislation to correspond with the implementing national legislation.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Procedural Rights of Persons under Investigation by OLAF

The budget of the EU for 2010 amounted to over €140 billion, a sum greater than the national budget of 20 of the 27 Member States of the Union for the same year. Such a large amount of money calls for sound financial management and presents a significant risk of fraud and corruption. The European Anti-Fraud Office (OLAF) is the body tasked with safeguarding the financial interests of the EU. Established in 1999 by a Commission Decision, its main task is to fight illegal activities that could have a detrimental effect upon the EU budget. Although formally a part of the Commission, OLAF enjoys full independence when conducting investigations. It must be noted, however, that in practicing its independence, the Office is accountable to a number of EU bodies. OLAF’s accountability can be of a disciplinary, political, auditable, administrative, and judicial nature.

Read More
Print Friendly and PDF ^