Verbod of verweer? Uitleg van de no-claims bepaling onder de EU-sancties

De no-claims bepaling van artikel 11 van Verordening (EU) Nr. 833/2014 beschermt partijen die EU-sancties naleven tegen vorderingen die verband houden met de niet-nakoming van door sancties geraakte contracten en transacties. Over de reikwijdte van deze bepaling bestaat aanzienlijke onzekerheid, met name ten aanzien van de vraag of artikel 11 ook in de weg staat aan de (vrijwillige) terugbetaling van vooruitbetalingen. De Europese Commissie en verschillende nationale toezichthouders stellen zich op het standpunt dat een dergelijke terugbetaling verboden is. In deze bijdrage analyseren wij de tekst, systematiek en ratio van artikel 11, bezien wij de standpunten van de betrokken toezichthouders, en bespreken wij relevante jurisprudentie. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar de opinie van de Advocaat-Generaal in de zaak Ciekuri-Shishki en de bij het HvJ EU aanhangige prejudiciële vragen in de zaak Reibel. Wij concluderen dat artikel 11 beperkt moet worden opgevat: de bepaling richt zich tot de rechter en fungeert als verweer in rechte. Een ruimere uitleg, die artikel 11 tot een de facto verbodsbepaling maakt, verdraagt zich slecht met de beschermingsgedachte van het artikel en het rechtszekerheids- en legaliteitsbeginsel. Hangende de beantwoording van de prejudiciële vragen in de verschillende lopende procedures verdient het evenwel aanbeveling voorzichtig te zijn met de terugbetaling van vooruitbetalingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Two sides of the same coin? On the practical convergence between ESG regulation and AML/CFT and its implications for banks

Environmental, Social and Governance (ESG) obligations and anti-money laundering and counter-terrorist financing (AML/CFT) requirements are commonly treated as separate regulatory regimes. In practice, banks increasingly encounter situations in which ESG-related risks and AML considerations overlap. This article explores the practical convergence between ESG regulation and AML/CFT frameworks and its implications for banks’ gatekeeping role. It shows how environmental and social misconduct may generate money laundering risks under the all-crimes approach and argues that banks should adopt an integrated, risk-based approach to effectively manage integrity and societal risks.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Redenen voor gebrekkig integriteitsbeleid

Van organisaties wordt verwacht dat zij beschikken over adequaat integriteitsbeleid, maar in de praktijk blijkt het daar nogal eens aan te ontbreken. Organisaties kunnen zo hun eigen redenen en motieven hebben om minder werk te maken van integriteit dan nodig is. In dit artikel worden 19 mogelijke motieven beschreven, geclusterd in zes thema’s. Er wordt onderscheid gemaakt naar drie typen motieven: praktische motieven (omdat de tijd en middelen daarvoor zouden ontbreken), pragmatische motieven (omdat beperkt integriteitsbeleid ook zou volstaan) en principieel/inhoudelijke motieven (omdat integriteitsbeleid niet zou werken en negatieve effecten heeft). De meeste motieven blijken bij nader inzien niet steekhoudend te zijn. Er zijn echter ook motieven die verraderlijk zijn of problemen bloot leggen en daarom extra aandacht verdienen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

WODC rapport over risico-inschatting witwassen en financieren van terrorisme bij kansspelen

Het risico op witwassen en terrorismefinanciering is nog steeds laag bij diverse loterijen, Totalisator (wedden op paarden) en de deelsector speelautomaten. Alleen bij landgebonden sportweddenschappen is het risico niet laag. Dat blijkt uit een nieuwe risicoanalyse, een herijking van eerdere analyses naar risico’s op witwassen en terrorismefinanciering. Bepaalde kansspelsectoren zouden daarom opnieuw in aanmerking kunnen komen voor een vrijstelling op het verplicht melden van verdachte transacties. Dat is van belang met het oog op (nieuwe) Europese regelgeving.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De aanpak van milieucriminaliteit: wat werkt, wat niet, en wat we nog niet weten

Milieucriminaliteit kost Nederland jaarlijks miljarden euro's en heeft ernstige gevolgen voor volksgezondheid en leefomgeving. Toch is verrassend weinig bekend over de effectiviteit van de interventies die we ertegen inzetten. Het recente WODC-rapport Eenheid in veelzijdigheid bij de aanpak van financieel-economische criminaliteit brengt dit kennistekort pijnlijk in beeld — maar biedt tegelijk concrete aanknopingspunten voor verbetering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De bewijsmaatstaf ten aanzien van onderwijsfraude: ‘aannemelijk maken’ of ‘buiten redelijke twijfel’?

De manier waarop examencommissies vermeende fraude moeten bewijzen, is de afgelopen jaren onderwerp van stevige juridische discussie geweest. Hoewel onderwijssancties inmiddels niet meer als bestraffend maar als bestuurlijke herstelsancties gelden, houdt de Afdeling bestuursrechtspraak vast aan een strafrechtelijk aandoende bewijsmaatstaf. In dit artikel wordt betoogd dat die benadering niet langer houdbaar is. Het ‘sanctionerende onderwijsrecht’ kent een roerige periode. Waar de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) ongeveer twee jaar heeft volgehouden dat de oplegging van – de meeste – sancties na fraude door examencommissies moeten worden aangemerkt als een bestraffende sanctie in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), is de Afdeling hier in een belangrijke uitspraak uit april 2025 op teruggekomen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten: een analyse

Op 1 juli 2025 trad de Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten (Wet PARTA) in werking. De wet biedt de juridische grondslag voor casusoverleggen over radicalisering en terroristische activiteiten. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om wijzigingen in bestaande praktijken te bewerkstelligen; het gaat om codificatie van een al jaren bestaand fenomeen, waarbij een groot aantal (overheids)partijen is betrokken. De Wet PARTA heeft betrekkelijk weinig politieke of maatschappelijke deining veroorzaakt en is met een ruime meerderheid door het parlement aangenomen. Onder academici en wetgevingsadviseur bestond er wél de nodige discussie, bijvoorbeeld over afbakening van de begrippen ‘radicalisering’, ‘extremisme’ en ‘terrorisme’, en over het toezicht op gegevensverwerkingen. In deze bijdrage analyseren de auteurs de Wet PARTA en het bijbehorende besluit vanuit het perspectief van het nationale veiligheidsrecht en het gegevensbeschermingsrecht. Zij werpen fundamentele vragen op met betrekking tot rechtsstatelijke waarborgen en gegevensbescherming.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Aanpak fraude, milieucriminaliteit en witwassen vergt combinatie interventies

Voor de aanpak van financieel-economische criminaliteit (FINEC), zoals fraude, milieucriminaliteit en witwassen, is een combinatie van interventies nodig. Zowel wetenschappelijke studies als praktijkervaringen uit het veld onderschrijven die noodzaak. Niet één interventie bereikt het doel. En deze vormen van criminaliteit bieden bij uitstek de mogelijkheid om interventies in te zetten in verschillende en wisselende combinaties, toegesneden op de situatie. Dat maakt de uitvoering ervan wel complex. Er moet rekening worden gehouden met juridische aspecten rondom de combinatie van interventies en het vraagt om veel afstemming tussen betrokken uitvoerders.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Vrouwe justitia is blind, maar werpt (helaas) geen teerling

Een pleidooi voor lotsbeslissingen in het recht. Het geloof in de onfeilbaarheid van het recht en het idee dat conflictbeslechting geen enkele rol zou moeten spelen in rechterlijke uitspraken is achterhaald. We moeten accepteren en institutionaliseren dat in zeldzame gevallen er niemand ‘meer’ gelijk heeft dan de ander. Om dan toch het geschil te kunnen beslechten, zonder het conflict te verdiepen, is het lot de beste oplossing.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Toezicht in beweging

Op basis van het Landelijk Mediationprotocol Insolventieprocedures kunnen rechter-commissarissen curatoren vragen om mediation te overwegen, voordat zij een procesmachtiging verlenen. Dit Mediationprotocol past in een bredere trend. De rechter-commissaris houdt indringender toezicht op de doelmatigheid van de procedure en betrekt in toenemende mate de standpunten van betrokken schuldeisers bij zijn beslissingen. Dit artikel bespreekt deze ontwikkelende rol van de rechter-commissaris.

Read More
Print Friendly and PDF ^