Artikel: An exploration of best teaching practices in white-collar crime

White-collar crime (WCC) courses extend beyond the boundaries of one title and often involve expansive content coverage. Many scholars believe these areas are fundamental to criminology and criminal justice curricula. This research seeks to advance knowledge by exploring professors’ perspectives and examining syllabi to assist in identifying commonalities in academics’ views and underscoring pedagogical practices in WCC courses. The research compiled 32 undergraduate syllabi from members of the American Society of Criminology’s White-Collar and Corporate Crime Division who have taught the course to ascertain which textbooks are used, what prominent cases are reviewed, and how they engage students. Additionally, interviews with 23 professors were conducted to explore their teaching experiences. The findings highlight that while some standard practices are associated with WCC courses, each course is unique. Professors integrate a variety of assessments, reading materials, topics, and interactive activities in their courses. Four major themes emerged, including the frequency of course offerings, student investment, course content, and types of assignments.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De klimaatzaak van Milieudefensie tegen ING: een eerste observatie van de standpunten van Milieudefensie

Op 28 maart 2025 dagvaardde Milieudefensie samen met 30.000 mede-eisers ING om haar beleid in lijn te brengen met het Akkoord van Parijs, omdat de bank via financiering van CO₂-intensieve sectoren substantieel bijdraagt aan de mondiale uitstoot. Zij beroept zich op de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm van artikel 6:162 BW en de indirecte horizontale werking van mensenrechten uit artikel 2 en 8 EVRM. De eisen zijn onder meer halvering van de gefinancierde uitstoot in 2030, stop op financiering van nieuwe olie- en gasprojecten en verplichte klimaatplannen voor grote klanten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De suppletieaangifte als vals geschrift

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelde een verdachte voor het doen van onjuiste aangifte omzetbelasting, valsheid in geschrifte en medeplegen van witwassen, waarbij suppletieaangiften als valse geschriften werden aangemerkt. Deze suppleties bevatten onterecht opgevoerde voorbelastingen en zakelijke uitgaven, bedoeld om hogere teruggaaf van de Belastingdienst te verkrijgen, soms zelfs vóórdat een reguliere aangifte was ingediend. Volgens vaste jurisprudentie en parlementaire geschiedenis is een suppletie echter geen aangifte in de zin van de AWR, maar een verzoek of bezwaar dat doorgaans geen bewijsbestemming in de zin van artikel 225 Sr heeft.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Zwijgen als bewijs? Beter begrip van de rol van het zwijgen van de verdachte in de totstandkoming van de bewijsbeslissing van de strafrechter aan de hand van bewijstheorie

Hoewel een verdachte recht heeft om te zwijgen, mogen aan het zwijgen van de verdachte volgens de rechtspraak van het EHRM en de Hoge Raad conclusies worden verbonden. Eerder onderzoek gaf meer inzicht in de rol die zwijgen kan spelen in de totstandkoming van de bewijsbeslissing van de Nederlandse feitenrechter: zwijgen kan ten eerste worden gezien als het uitblijven van een alternatieve verklaring voor belastend bewijs en ten tweede kan aan zwijgen een connotatie van schuld worden verbonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De publicatiepraktijk van het OM vereist terughoudendheid

Hoewel het OM niet verplicht is om tijdens lopend strafrechtelijk onderzoek de publiciteit op te zoeken en hiervoor geen grondslag bestaat, is dit uitgegroeid tot vaste praktijk. In het licht van de onschuldpresumptie van artikel 6 lid 2 EVRM en de belangen van de verdachte rijst de vraag of deze praktijk gerechtvaardigd is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De positie van de belastingadviseur en het informele verschoningsrecht: meer duidelijkheid door de conclusie van A-G Koopman

Fiscale vraagstukken zijn vaak complex, hetgeen voor veel belastingplichtigen reden is om een belastingadviseur in te schakelen. Belastingadviseurs streven naar een correcte, maar tegelijkertijd zo gunstig mogelijke fiscale uitkomst voor hun cliënten op basis van feitenanalyses en adviezen. In deze analyses en adviezen wordt ook regelmatig aandacht besteed aan de (proces)risico's van het kiezen van een bepaalde fiscale route. De wetgever, en later ook de Hoge Raad, hebben erkend dat het onwenselijk is indien de Belastingdienst dergelijke documenten zou kunnen inzien. Om die reden is op stukken van adviserende aard het informele verschoningsrecht van toepassing. Dit recht was aanvankelijk gebaseerd op beleid en is later door de Hoge Raad nader uitgewerkt als onderdeel van het fair play-beginsel. 

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Het verschoningsrecht in opsporingsonderzoeken

In de strafrechtpraktijk is de waarborging van het verschoningsrecht bij de inzet van opsporingsbevoegdheden een terugkerend onderwerp van discussie. De vele recente rechterlijke uitspraken bevestigen dat het verschoningsrecht nog steeds geen rustig bezit is. Mede vanwege door de Hoge Raad geconstateerde leemtes in de huidige wetgeving en in afwachting van het nieuwe Wetboek van Strafvordering, is het momenteel vooral aan de rechter(-commissaris) om nadere invulling te geven aan de te volgen procedure ter borging van het verschoningsrecht. In deze bijdrage wordt een beschrijving gegeven van de stand van zaken en de meest recente ontwikkelingen op het gebied van het verschoningsrecht in opsporingsonderzoeken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Boetemotivering in het straf- en bestuurlijke boeterecht: een vergelijk

Wanneer het gaat over (beboeting in) het strafrecht, geldt een grote mate van straftoemetingsvrijheid. Doorgaans wordt vooral gekeken naar de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan, de persoon van de dader en diens draagkracht. De invulling van die omstandigheden is al snel als algemeen kader terug te vinden. Het beeld ontstaat dat sprake is van een wat obligate invulling van de omstandigheden die de hoogte van de boete bepalen. Dat de Hoge Raad geen blijk geeft op dat punt veel meer te verwachten van de feitenrechter, draagt daar bepaald niet aan bij.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Het zwijgmoment in het bestuursrecht

Hierbij reageer ik graag op een kritische noot van Rogier Stijnen bij mijn artikel 'Het zwijgrecht uit artikel 6 EVRM bij de bestuurlijke boete' in het afgelopen themanummer van dit tijdschrift, in zijn annotatie in AB 2025/142 bij de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 24 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5293 . Het gaat over het moment dat onderzochten in het punitieve bestuursrecht een zwijgrecht krijgen. Volgens Stijnen is een 'hardnekkig misverstand' onder bestuursrechtjuristen dat het zwijgrecht ofwel cautiemoment 'pas' aan de orde zou zijn bij een criminal charge en niet 'al' bij het boeteverhoor ex artikel 5:10a Awb. Dit laatste moment is zijns inziens vrijwel altijd eerder dan het eerste; van een boeteverhoor is volgens Stijnen sprake bij elk verhoor dat plaatsvindt na een gerezen verdenking, wat hij mede afleidt uit de geannoteerde uitspraak van de ABRvS.

Read More
Print Friendly and PDF ^

TBS&H themanummer over Aanwijzing zelfmelden, medewerking en zelfonderzoek

Naar aanleiding van de eind vorig jaar gepubliceerde Aanwijzing zelfmelden, medewerking en zelfonderzoek zijn diverse auteurs voor het Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving in de pen geklommen. Dat heeft geresulteerd in een rijk geschakeerd themanummer, waarin vanuit uiteenlopende perspectieven wordt gereflecteerd op de implicaties en reikwijdte van de nieuwe Aanwijzing.

Read More
Print Friendly and PDF ^