De Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie: alleen een extra last voor bestuurders of ook een vooruitgang voor schuldeisers?

Op 15 november 2023 is de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie in werking getreden. Het doel van deze tijdelijke wet is om het vertrouwen omtrent de turboliquidatie te vergroten en misbruik zoveel mogelijk te voorkomen door onder meer het introduceren van een financiële verantwoordingsverplichting voor bestuurders. In deze bijdrage worden onder meer de aanleiding van en de wijzigingen zoals vervat in de tijdelijke wet besproken. Daarnaast wordt stilgestaan bij remedies die schuldeisers sinds de inwerkingtreding van de tijdelijke wet kunnen gebruiken wanneer zij worden geconfronteerd met een debiteur die (plotseling) is geturboliquideerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Het leed achter financieel-economische delicten

In het financieel-economisch strafrecht is het relatief stil op het gebied van slachtofferrechten. In deze bijdrage bespreken we hoe dat komt. We verwerpen allereerst de idee dat het financieel-economisch strafrecht vooral ‘slachtofferloze delicten’ omvat. We tonen juist aan dat slachtofferschap een zwaardere en meer diverse impact heeft dan vaak gedacht wordt. Sterker nog, deze delicten hebben grote (maatschappelijke) schade die in verschillende vormen voelbaar is voor potentieel grote groepen mensen. Het claimen van de status ‘slachtoffer’ is echter geen sinecure. Veel delicten worden buiten het strafrecht afgedaan of worden niet als volledig slachtofferwaardig gezien

Read More
Print Friendly and PDF ^

‘Slachtoffers’ van overheidsingrijpen ter beteugeling van misdaad

Het bijzonder strafrecht wordt vaak gebaseerd op sociaal-economische gedachten, gericht op het verbeteren van de samenleving door sociale, ecologische of economische doelen te bereiken, of schadelijk gedrag in ­bepaalde sectoren van de economie tegen te gaan. Doorgaans worden deze goede intenties gedragen door politieke overtuigingen en soms, afhankelijk van de materie, ook onderbouwd met wetenschappelijke inzichten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De corrigerende rol van het aansprakelijkheidsrecht bij bedrijfsmatige vervuiling van de leefomgeving

In september 2023 kwam een onderzoek uit 1975 bovendrijven waaruit blijkt dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw al kennis voorhanden was over de hoge concentratie schadelijke stoffen in de IJmondregio. Die stoffen zouden door de Koninklijke Nederlandse Hoogovens en Staalfabrieken NV zijn uitgestoten. Eveneens in september 2023 concludeerde het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) dat inwoners van Wijk aan Zee door de uitstoot van schadelijke stoffen door Tata Steel gemiddeld tweeënhalve maand korter leven dan mensen elders in Nederland (RIVM 2023). Ook in andere regio’s is een verband tussen sterfte en de uitstoot van Tata Steel aangetoond. Hoewel al enkele tientallen jaren verschillende rapporten wijzen op de uitstoot van schadelijke stoffen door Tata Steel en de (mogelijk) ernstige gevolgen daarvan voor de omgeving, is nu voor het eerst een causaal verband tussen de uitstoot en schade vastgesteld. Naar verluidt vindt (een groot deel van) de uitstoot van de schadelijke stoffen plaats in overeenstemming met de vergunning. Voorbereidingen voor civielrechtelijke en strafrechtelijke rechtszaken zijn al gestart.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Regelovertreding, daders en handhaving bij milieucriminaliteit

Milieuwet- en regelgeving is erop gericht om mens, milieu en maatschappij te beschermen. In hoeverre lukt dat? De overtreding van deze wetgeving vormt een urgent maar ook complex maatschappelijk probleem. Door de klimaatcrisis en actuele milieuproblemen, zoals rond Tata Steel en Chemours, is er steeds meer maatschappelijke, politieke en wetenschappelijke aandacht voor milieucriminaliteit en de aanpak ervan. Ondanks deze groeiende aandacht is er nog weinig kennis over de aard, omvang en aanpak van milieucriminaliteit. Hoe vaak komt het voor? Wie zijn de daders? En zijn er op dit terrein (ook) veelplegers? Hoe treedt de overheid ertegen op? En werkt dat? Het beantwoorden van deze vragen is belangrijk: het leidt niet alleen tot empirische kennis en theorievorming, maar kan ook door handhavingsinstanties gebruikt worden om gerichter en effectiever op te treden. Er is weliswaar vooruitgang op dit terrein, maar recente beleidsevaluaties en – mede daardoor ingezette – verbeterprogramma’s laten ook zien dat onderzoek naar en handhaving van milieucriminaliteit nog steeds grote uitdagingen kennen (Commissie-Van Aartsen 2021; CCV 2019).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Bestrijding van milieucriminaliteit in de praktijk

Handhaving van milieuregels is een complex specialisme. Het vraagt diepgaande kennis, doorzettingsvermogen en creativiteit. Het onderwerp milieu heeft beperkte prioriteit in de totale opgave van wetshandhaving en kent veel uitdagingen. Milieuregelgeving is over het algemeen niet makkelijk handhaafbaar door open normstellingen en beperkte mogelijkheden voor de bewijslast. Het is technisch, ingewikkeld en de uitvoering ervan is verdeeld over veel verschillende organisaties. Daar komt bij dat milieuautoriteiten beperkte capaciteit beschikbaar hebben, terwijl het takenpakket blijft groeien.

Daarom moeten zij een slimme aanpak verzinnen en samenwerken om het gewenste effect te bereiken. Hoe doet een inspecteur dat in de praktijk? In dit artikel wordt een toelichting gegeven over hoe de milieuhandhaving in Nederland is georganiseerd en welke ontwikkelingen er zijn in milieutoezicht en opsporing. Er komen tevens enkele innovaties en praktijkvoorbeelden aan bod.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Focus op criminaliteit in milieumarkten: het Dreigingsbeeld Milieucriminaliteit

Elke vier jaar publiceert de Strategische Milieukamer (SMK) – het centrale beleidsbepalende orgaan bij de aanpak van milieucriminaliteit – het ‘Dreigingsbeeld Milieucriminaliteit’ (hierna ook: Dreigingsbeeld). Het heeft als doel zowel het beleid te ondersteunen als inzicht te bieden in specifieke markten en branches. Het rapport is op de eerste plaats bedoeld als input en onderbouwing van keuzes in het beleid van de SMK, waarin het Functioneel Parket, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de Omgevingsdiensten en de politie op het hoogste niveau vertegenwoordigd zijn. Met het Dreigingsbeeld beoogt de SMK milieucriminaliteit hoger op de agenda te krijgen bij de politiek en de rechtspraak. Evenzeer beoogt zij daarmee inzicht te verschaffen in de manier waarop milieucriminaliteit binnen bepaalde branches en markten tot stand komt, en formuleert zij aanbevelingen die gericht zijn op preventie en het tegengaan van milieucriminaliteit. Op beide kanten van het Dreigingsbeeld wordt in dit artikel ingegaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De aanpak van milieucriminaliteit in Nederland

‘De bewoners van de IJmond hebben extra kans om ziek te worden door de huidige uitstoot vanaf het terrein van Tata Steel.’ Met die woorden publiceerde het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) op 22 september 2023 een historisch rapport waarin het voor het eerst in Nederland een directe relatie aantoonde tussen de uitstoot van industriële bedrijvigheid en gezondheidsrisico’s van omwonenden en de kwaliteit van de leefomgeving (Geelen e.a. 2023). Een paar dagen later, op 27 september 2023, deed de rechtbank Rotterdam een – eveneens historische – uitspraak in een zaak die de gemeenten Dordrecht, Papendrecht, Sliedrecht en Molenlanden hadden aangespannen tegen het bedrijf DuPont de Nemours/Chemours. In een tussenvonnis oordeelde de rechtbank dat Chemours en haar rechtsvoorganger DuPont de Nemours aansprakelijk zijn voor de schade die zij tussen 1984 en 1998 hebben veroorzaakt door de uitstoot van PFOA (perfluorooctanoic acid), een type binnen de groep van meer dan 10.000 PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen). De rechter oordeelde dat het bedrijf onrechtmatig handelde, omdat het de vergunningverlener en gemeenten in deze periode onvoldoende geïnformeerd had over de mogelijke risico’s van deze vervuiling en over hun eigen zorgen daaromtrent, en bovendien de uitstoot niet verminderde.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Artikel 6 EVRM en de procedure bij Kifid

Deze bijdrage gaat in op de vraag of de procedure bij Kifid als totaalplaatje voldoet aan de normen uit art. 6 EVRM. Allereerst wordt op hoofdlijnen de doorwerking van art. 6 EVRM in de procedure bij Kifid besproken. Vervolgens bespreekt de auteur of diverse normen die voortvloeien uit art. 6 EVRM zijn gewaarborgd in de procedure bij Kifid. In de situatie dat een norm uit art. 6 EVRM niet is gewaarborgd in de procedure bij Kifid, komt aan de orde of hiervoor een of meer gerechtvaardigde redenen bestaan. Zo niet, of indien een norm niet voldoende is gewaarborgd, dan doet de auteur aanbevelingen om de procedure bij Kifid beter te laten aansluiten bij art. 6 EVRM. De afsluitende paragraaf van het artikel eindigt met een opsomming van de aanbevelingen van de auteur.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De bewijsmaatstaven in het handhavingsrecht: wat houden 'aannemlijk maken' en 'bewijzen' eigenlijk in?

In het bestuursrechtelijke handhavingsrecht kennen we formeel geen bewijsrecht, maar het is er in de praktijk wel. Een belangrijk onderdeel van dit bewijsrecht zijn de twee verschillende bewijsmaatstaven. Ten eerste de bewijsmaatstaf bij bestraffende sancties. Deze maatstaf houdt in dat de overheid de overtreding moet bewijzen. Dat wil zeggen, het moet buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat er een overtreding is. Dat betekent dat ‘[i]ngeval van twijfel’ aan de betrokkene ‘het voordeel van de twijfel [dient] te worden gegund’. Ten tweede de bewijsmaatstaf bij herstellende sancties. Die maatstaf houdt in dat de overheid een feit ‘aannemelijk’ moet maken. Wat deze tweede maatstaf inhoudt, is wat onduidelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^