Artikel: Cooperation between the European Commission and the European Public Prosecutor’s Office

The European Commission and the European Public Prosecutor’s Office (EPPO) have a joint interest in effectively fighting, and mitigating the effects of, crimes against the EU’s financial interests. In 2021, they concluded an agreement to translate this mutual interest into concrete cooperation measures. Their cooperation is unique in the EU’s anti-fraud architecture, having regard to the Commission’s specific responsibility for managing and protecting the EU budget and the EPPO’s novel nature as the first EU body with criminal prosecution tasks. This article sets off the Commission’s initial negotiation objectives against the results and future outlook of their mutual cooperation.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: The Players in the Protection of the EU’s Financial Interests

Cooperation between authorities conducting administrative investigations and those conducting criminal investigations at both the EU and Member State levels is essential to ensure a high level of protection in view of the EU's financial interests. However, the legal framework governing the role and competences of individual authorities at the EU level seems much clearer than the corresponding national legal frameworks of the Member States. Indeed, at the Member State level, the legal frameworks for conducting investigations, whether administrative or criminal, significantly differ from Member State to Member State. Likewise, there is no clear legal framework at the EU level that defines and sets standards regarding the mandatory control mechanisms that must be established at the level of the entire system for the protection of the EU’s financial interests in the Member States. This also applies in relation to the players that need to be involved in the protection of the EU's financial interests. The article tackles the issue of the necessity to harmonise both criminal and administrative legislation at the level of Member States as well as the need for a clear definition of which players should be involved in the protection of the EU budget.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ethisch kader Verzekeraars: lessen uit theorie en praktijk

Pas op voor hoogmoed, neem verantwoordelijkheid voor (de gevolgen van) technologische innovaties, denk na over de toekomst en neem niet in eenzaamheid beslissingen. Dit zijn de belangrijkste waarschuwingen en lessen die wij de lezers van dit artikel willen meegeven bij het gebruik van datagedreven toepassingen. Het gebruik van data roept immers veel vragen op, zoals welke data kan, mag en wil een verzekeraar gebruiken bij het vaststellen van de premie en het accepteren van klanten? Wil je mensen automatisch afwijzen aan de hand van data over rijgedrag? Maar ook: waar ligt de grens tussen risicodifferentiatie en verboden discriminatie? Hoe meer de techniek zich ontwikkelt, hoe vaker verzekeraars zich over dit soort vragen zullen moeten buigen. Daarbij kunnen verzekeraars leunen op jaren- lange ervaring bij het gebruik van data omdat data aan de basis liggen van verzekeren. Toch zien we dat nieuwe technieken in combinatie met steeds meer beschikbare data nieuwe vragen oproepen. Om Nederlandse verzekeraars een kader te bieden voor het stellen en bespreken van deze vragen, heeft het Verbond van Verzekeraars in 2020 een ethisch kader datagedreven toepassingen opgesteld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Reflections on the place of criminal law in the European construction

Although the place of EU criminal law in the European construction has become incontestable today, it has historically been a far from obvious one. In its origins and development, two different rationales can be distinguished: a functional one aimed at using criminal law instruments to address specific cross-border crime challenges generated or enhanced by the progress of EU integration in other fields, and a constitutional one implying the use of criminal law also to further enhance the respect and promotion of EU common values. While the first rationale has been dominant from the outset, the second has emerged only gradually. For the sake of effectiveness, legitimacy and mutual trust, both rationales should equally drive the further development of EU criminal law. Yet prospects for a stronger affirmation of the constitutional rationale are weakened by current EU rule of law and democratic leadership challenges.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Optreden politie bij integrale controle onrechtmatig

Drugs- en georganiseerde criminaliteit zijn een hot topic in Nederland. Het is mede gelet op de maatschappelijke impact van deze vormen van criminaliteit begrijpelijk dat politie en justitie prioriteit geven aan de bestrijding hiervan. Ook het (lokale) openbaar bestuur ziet een rol voor zich weggelegd in de strijd tegen de zogenoemde ondermijnende criminaliteit. De reden hiervoor is deels gelegen in de als te beperkt ervaren mogelijkheden die het strafrecht biedt om deze criminaliteit te bestrijden. Dit heeft geleid tot de introductie van de bestuurlijke aanpak van criminaliteit. In het kader daarvan heeft het fenomeen van de integrale controles zijn intrede gedaan, waarvan ook in onderhavige strafzaak sprake was.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Het recht betreffende de (proces)stukken

Met de inwerkingtreding op 1 januari 2013 van de Wet van 1 december 2011 tot herziening van de regels betreffende de processtukken in strafzaken (Stb. 2011, 601) werd het Wetboek van Strafvordering gewijzigd ten aanzien van de regels aangaande de samenstelling en de kennisname van stukken in strafzaken. In de literatuur is door een aantal auteurs betoogd dat de nieuwe regeling niet altijd even helder en consistent is en voer voor discussie zou kunnen opleveren. De praktijk laat dat tot op heden inderdaad vaak genoeg zien. Met het nieuwe Wetboek van Strafvordering in aantocht is het tijd om te bekijken hoe de vlag er onder het regime van dat nieuwe Wetboek bij gaat hangen. In deze bijdrage komt allereerst de aanloop naar de huidige wettelijke regeling aan bod. Daarna behandel ik de huidige wettelijke regeling, de wettelijke regeling in het nieuwe wetboek en de beoordelingskaders die door het EHRM over toegang tot de stukken worden aangelegd. Aan het slot kom ik tot het benoemen van een aantal, in mijn optiek, belangrijke knelpunten die hernieuwde aandacht zouden moeten krijgen voordat tot een nieuwe regeling in het wetboek wordt overgegaan. Deze bijdrage eindigt met een concluderende afronding.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De ondergang van FTX; hoe een nieuwe financiële onderneming ouderwets ten onder gaat

De naam Sam Bankman-Fried domineerde de afgelopen weken het nieuws. Sam Bankman-Fried is de oprichter en ex-CEO van crypto-exchange FTX, een van de grootste beurzen voor het verhandelen en aanhouden van crypto-assets. Nadat een ouderwetse bankrun een acuut liquiditeitstekort veroorzaakte, en er nog even sprake leek te zijn van een overname door concurrent Binance, zagen Sam Bankman-Fried en FTX zich op 11 november jl. genoodzaakt Chapter 11 bankruptcy protection aan te vragen. In deze bijdrage beschrijven wij hoe een in zeer korte tijd opgebouwd imperium nog veel sneller ten onder ging, en welke lessen daaruit zijn te trekken in het kader van (ontbrekende) regulering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Strafrechtelijke aansprakelijkheid ter zake van poging tot misdrijf herzien?

De strafbaarstelling van poging tot misdrijf (art. 45 Sr) staat in bijna ongewijzigde vorm sinds 1886 in ons Wetboek van Strafrecht. Aan een uitleg van de voorwaarden van deze strafbaarstelling heeft de wetgever zich destijds niet gewaagd. De inhoud en plaatsing van de algemene strafbaarstelling in het Algemeen Deel van het wetboek brengen met zich dat de werkingssfeer groot is. Artikel 45 Sr is van toepassing op de misdrijven van Boek 2 en artikel 91 Sr breidt die werking verder uit tot misdrijven buiten het Wetboek van Strafrecht. Gelet op het enorme toepassingsbereik is het niet verwonderlijk dat het criterium voor c.q. de uitleg van het moment waarop strafrechtelijke aansprakelijkheid ter zake van poging tot een misdrijf aanvangt – het begin van uitvoering – lastig in het algemeen te duiden valt. Na de inwerkingtreding van het wetboek is de Hoge Raad met de invulling van de voorwaarde van een begin van uitvoering aan de slag gegaan, met als resultaat dat in 1978 het zogenoemde Citocriterium werd geformuleerd. Een begin van uitvoering bestaat wanneer de gedragingen van de verdachte(n) naar hun uiterlijke verschijningsvorm gericht zijn op voltooiing van het voorgenomen misdrijf.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Het Openbaar Ministerie en de fiscus in de strijd tegen fiscale fraude in België: twee handen op één buik?

Het is een gekend probleem dat overheden in West-Europa met begrotingstekorten kampen, zeker in een tijd waarin crisissen elkaar naadloos opvolgen. Een van de middelen bij uitstek om geld in het laatje te brengen, is een efficiënte fraudebestrijding door de overheid. De geschiedenis heeft ons echter geleerd dat dit makkelijker gezegd is dan gedaan. De vele wetswijzigingen in het verleden in de materie van de aanpak van fiscale fraude tonen immers aan dat de wetgever tot op vandaag op zoek is naar een efficiënt systeem dat rekening houdt met de verschillende partijen en bijhorende belangen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De strafbaarheid van de spotter

In 1994 werd in artikel 46 Sr een algemene strafbaarstelling van voorbereidingshandelingen ingevoerd. De bepaling stelt straf op de voorbereiding van delicten waarop een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld. Aanleiding voor de invoering van de strafbaarstelling vormden problemen bij de bestrijding van zware en georganiseerde criminaliteit. Voorbereidingsgedragingen waren voor 1994 nauwelijks strafbaar gesteld, waardoor de politie veelal pas strafvorderlijk kon optreden wanneer sprake was van een begin van uitvoering van het delict. De politie bevond zich door deze leemte geregeld in een spagaat: vroeg ingrijpen in een verdachte situatie leidde tot straffeloosheid van de voorbereiders, terwijl later ingrijpen kon leiden tot onaanvaardbare maatschappelijke risico’s.

Read More
Print Friendly and PDF ^