De informatiebeschikking misbruikt voor het strafrecht?

Het fiscale recht kent een ruime informatieverplichting. Op grond van artikel 47 AWR dient een belastingplichtige alle gegevens en inlichtingen te verstrekken die van belang kunnen zijn voor de belastingheffing te zijnen aanzien. Deze informatieverplichting in het fiscale recht kan nog wel eens botsen met het recht om te zwijgen in het strafrecht. Voorkomen dient te worden dat de fiscale informatieverplichting wordt gebruikt voor strafrechtelijke doeleinden. Dat geldt overigens ook vice versa. In de uitspraak van 1 oktober 2018 van de rechtbank Gelderland lijkt het alsof het fiscale recht gebruikt wordt voor strafrechtelijke doeleinden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Over het begrip ‘zwaar ongeval’ in het Brzo 2015 – en het opvallende gebrek aan rechtspraak hierover

De auteur kijkt in dit artikel hoe het in het Brzo 2015 gedefinieerde begrip ‘zwaar ongeval’ tot stand kwam. Daarnaast bekijkt hij in hoeverre dit begrip in de rechtspraktijk nadere invulling heeft gekregen. Voorts komt de vraag aan de orde wanneer een exploitant van een inrichting geacht kan worden ‘alle nodige maatregelen te hebben getroffen’.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Strafvervolging van belastingdelicten in de Caribische delen van het Koninkrijk

In Nederland worden sinds jaar en dag onvoorwaardelijke gevangenisstraffen opgelegd voor ‘zuivere’ belastingdelicten. Dit is anders in de Caribische delen van het Koninkrijk. Op 22 februari 2018, 17 april 2018 en 27 juni 2018 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht) een aantal interessante vonnissen gewezen. Waar het in Sint Maarten in 2015 en in Curaçao in 2016 en in 2017 nog ging om de strafvervolging van commune delicten én belastingdelicten, gaat het in deze strafzaken op Sint Maarten uitsluitend om de vervolging van belastingdelicten (zonder combinatie met een commuun delict).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bestuursrechtelijke criminologie: relevant voor het bijzondere strafrecht?

Op 26 april 2018 verscheen het ‘Nader Rapport bestuurlijke boetestelsels’ van het kabinet. Dit rapport is de langverwachte reactie op het ongevraagde advies inzake sanctiestelsels van de Afdeling advisering van de Raad van State. Uit het nadere rapport van het kabinet blijkt enerzijds dat de boetehoogtes – bestuurlijke boete en geldboete – dienen te worden geharmoniseerd en anderzijds dat het kabinet er niet in is geslaagd om een eenduidig criterium aan te wijzen in de keuze tussen bestuursrecht en strafrecht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kroniek ondernemingsstrafrecht

De veelzijdigheid aan strafrechtsgebieden die het ondernemingsstrafrecht kleurt dwingt bij het aanbieden van de kroniek over de eerste helft van 2018 tot keuzen. Die betreffen de rechtsgebieden waarvan hierna verslag wordt gedaan met de meest relevante ontwikkelingen op het gebied van rechtspraak, wet- en regelgeving.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Leestip: Handboek Marktmisbruik

Deze uitgave maakt de lezer wegwijs in het marktmisbruikregime zoals dit geldt sinds het in werking treden van de Verordening Marktmisbruik. Daarmee is het boek onmisbaar voor zowel wetenschap als praktijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Persoonlijkheidskenmerken van e-fraudeslachtoffers

With the digitization of society, perpetrators gained new tools to commit crimes. Online fraud, also referred to as e-fraud, is one of the most common types of cybercrime. The present study focusses on two types of e-fraud: phishing and online consumer fraud. Although e-fraud always contains a digital component, the human is the weakest link in such crimes.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Het beroepsgeheim reikt over de dood heen, een onhoudbare stelling?

Algemeen wordt aangenomen dat het medisch beroepsgeheim over de dood heen reikt. Dit leidt in de praktijk echter nogal eens tot dilemma’s die nadere verkenning behoeven. In deze bijdrage worden deze dilemma’s rondom het medisch beroepsgeheim na de dood vanuit verschillende invalshoeken belicht door mensenrechtelijke, bestuursrechtelijke, civielrechtelijke, strafrechtelijke en tucht- en klachtrechtelijke aspecten te belichten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Wijzigingen van de artikel 12-procedure in Modernisering Strafvordering

In het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering ligt er een wijziging voor van de procedure voor klachten tegen niet-vervolgen (artikel 12 Sv). De auteurs hebben in 2016 een onderzoek afgerond naar het functioneren van deze procedure. In dit artikel worden de belangrijkste bevindingen van het onderzoek naar de artikel 12 Sv-procedure besproken, om vervolgens te bespreken welke wijzigingen nu in het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering worden voorgesteld en te beoordelen of deze tegemoet komen aan de door het onderzoek gesignaleerde knelpunten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: De verschijningsplicht van de verdachte bij de terechtzitting en de uitspraak

Op dit moment heeft de rechter de discretionaire bevoegdheid om de verdachte te bevelen te verschijnen bij de behandeling van de zaak ter terechtzitting (art. 278 lid 2 Sv) als de rechtbank het wenselijk acht dat de verdachte daarbij aanwezig is. Een bevel om te verschijnen kan worden ondersteund door een last tot medebrenging. Voor jeugdigen bestaat wel een algemene verplichting om aanwezig te zijn bij het onderzoek ter terechtzitting, in het kader van de pedagogische doelstelling van het jeugdstrafrecht. Dit geldt zowel voor de verdachte (art. 495aSv) als voor diens ouders of voogd (art. 496 Sv). De verschijningsplicht voor de jeugdige verdachte geldt op grond van artikel 260 lid 6 Sv eveneens voor adolescenten (18- tot 23-jarigen) die volgens het jeugdstrafrecht worden berecht.

Tot voor kort was het idee dat verdachten niet verplicht konden worden om bij de uitspraakaanwezig te zijn. Voorlopig gehechte verdachten kunnen op grond van artikel 363 lid 1 Sv mondeling of schriftelijk te kennen geven niet aanwezig te willen zijn. Is de voorlopig gehechte verdachte niet in staat aanwezig te zijn bij de uitspraak (bijvoorbeeld door ziekte of een andere rechtszaak), dan wordt het vonnis door de griffier voorgelezen op de plaats waar hij gevangen zit (art. 363 lid 2). Over niet voorlopig gehechte verdachten bepaalt de wet niets. Onlangs heeft de Hoge Raad echter, geconfronteerd met de vraag of artikel 278 lid 2 mogelijk de grondslag kan bieden voor een bevel medebrenging bij de uitspraak, de deur opengezet voor een verschijningsplicht voor verdachten bij de uitspraak. Hoewel er in de literatuur van uit werd gegaan dat de rechter niet de bevoegdheid had om een verdachte te verplichten bij de uitspraak te verschijnen, gebeurde dit desondanks weleens: Mohammed B., die in 2005 terechtstond voor de moord op Theo van Gogh, kreeg destijds van de Rechtbank Amsterdam een bevel om bij de uitspraak aanwezig te zijn. Ook in de zaak tegen de ‘Utrechtse serieverkrachter’ beval de rechtbank de verschijning en medebrenging van de verdachte bij de uitspraak. Dit leidde recentelijk tot de bovengenoemde uitspraak van de Hoge Raad, die oordeelde dat de opvatting dat zo’n bevel niet (op grond van art. 278 lid 2) kan worden gegeven voor de uitspraak, in zijn algemeenheid onjuist is. Daarmee ging de Hoge Raad in tegen de conclusie van de advocaat-generaal, die – verwijzend naar het systeem van artikel 363 Sv – van mening was dat er ‘naar geldend recht geen basis [is] voor een bevel tot medebrenging dat er toe strekt de verdachte te dwingen bij de uitspraak van het vonnis of arrest aanwezig te zijn’. Het bijzondere aan deze zaak was wel dat de verdediging eerder had aangegeven dat de verdachte uitdrukkelijk had laten weten bij de uitspraak aanwezig te willen zijn en dat er daarom geen bezwaar bestond tegen een bevel medebrenging – maar een dag voor de uitspraak gaf de verdachte aan toch niet te willen komen. Of het oordeel van de Hoge Raad (dat is gewezen na de publicatie van het conceptwetsvoorstel van Boek 4) betekent dat er vanaf nu een algemene bevoegdheid bestaat tot een bevel (verschijning en) medebrenging voor de uitspraak, is dus maar de vraag. In dat opzicht is het in elk geval wenselijk dat de wetgever duidelijkheid schept.

In deze bijdrage gaat de auteur allereerst in op de verschijningsplicht bij de uitspraak, die immers in de memorie van toelichting bij boek 4 ook het eerst en het uitgebreidst behandeld wordt (par. 2) en vervolgens op de verschijningsplicht bij het onderzoek ter terechtzitting (par. 3).

Lees verder: 

Print Friendly and PDF ^